Sapporo bierstad

Persoonlijk

Het viel op dat schaapsvlees een ding is hier in Sapporo. Als ik uit mijn hotelkamer kijk zie ik een restaurant dat Lamb & Oysters heet, De foto hierboven maakte ik op weg naar het Sapporo Beer Museum. Dat leek me een leuke bestemming voor wat mijn laatste zaterdag in Japan wordt.

Op weg daarnaartoe heb ik eerst koffie gedronken bij Mermaid. Nu met boter-toast en een hardgekookt ei (ik had dat niet goed begrepen, dacht dat het een zachtgekookt ei zou zijn en dus niet koud, maar het was ok). Ik kreeg na het bestellen en afrekenen geen nummer-bordje mee; men kende mij… Grote witte westerling zeker.
Omdat het toch in de buurt lag ook nog even Nijo Ichiba meegenomen; een van de vismarkten hier. Typisch een vismarkt, constateerde ik.

Waarom deze foto? Wat is er te zien? Zakjes zand, dames en heren! Op veel straathoeken, vooral bij voetgangersoversteekplaatsen, staan kastjes met zakken zand. Ook op de meest vreemde plekken, zoals hier in de hoek van een parkeergarage. Bestemd om vrijelijk mee te strooien als het glad is. Vergeet niet dat Sapporo heel noordelijk gelegen is en Hokkaido beroemd is om de wintersport.

Daniël, die inmiddels in Hiroshima is (ik volg hem op Polarsteps), vond de architectuur in Japan niet aantrekkelijk. Het is ook heel veel beton en behoorlijk eenvormig als het om hoogbouw gaat, maar ze doen hier soms echt mooie dingen met structuren, zoals hier te zien bij drie gebouwen in één beeld gevangen.

Na een behoorlijk lange wandeling arriveerde ik bij het Sapporo Beer Museum, bedevaartoord voor de liefhebber van koel gerstenat. Nu ben ik niet echt een fan van pils, maar toch: een lekker biertje op zijn tijd… Sapparo is trouwens de eerste plek in plek in Japan waar bier gebrouwen werd, dat was in 1876. Zulks ging niet zonder slag of stoot, wat in de expositie natuurlijk vrij dramatisch werd aangedikt middels een semi-documentaire met acteurs, te zien in een mooi zaaltje.

Ik vind het fascinerend om te zien hoe in de loop van de tijd reclame zich heeft ontwikkeld. Ook in Japan werden aantrekkelijke vrouwen gebruikt om het product in de markt te zetten; recenter gebeurt dat veel meer met bekende acteurs en persoonlijkheden.
Op een gegeven moment werd Japans bier een exportproduct. In eerste instantie naar andere Aziatische landen, zoals, denk ik, in dit geval voormalig Nederlands Oost-Indië (nu Indonesië). Dit label kan ik niet in een Nederlands context plaatsen, dus blijf ik bij mijn voorgaande hypothese.

Het was een leuk museum. Gelukkig waren er bij de getoonde zaken samenvattingen in het engels zodat je de lijn van het verhaal kon volgen.
De museumshop en de Beer Garden heb ik nog even bekeken, maar ik had mijn quotum aan mensen wel weer gehad en ging op weg terug naar het hotel. Andermaal te voet.

Bij erg drukke kruispunten zijn er hier geen zebrapaden, maar dit soort brugconstructies. Typische kleurstelling, ook behoorlijk achterstallig onderhoud.
Over achterstallig onderhoud gesproken: wat te denken van deze gebouwen? In eerste instantie had ik geen idee wat dit was, maar iets verderop zat er op de hoek een Sake Museum en kon ik het complex ook van de andere kant bekijken; het is dus een fabriek waar sake gemaakt wordt. Of werd.

Weer een stuk dichterbij het hotel vond ik dit fraaie pand. De brede straat ervoor zal ongetwijfeld Route 36 zijn.

Vlakbij mijn hotel is er (natuurlijk) een konbini, in dit geval een Lawson’s, en daar heb ik nog wat salades, fruitstukjes, noten en twee blikjes Sapporo-bier gehaald. In het museum kon je wel bier proeven, maar de rij die er stond was veel te lang.
Inmiddels is het tegen negen uur en heb ik die biertjes en het eten op en ga ik het posten over de laatste twee dagen afronden en een fijne prut-serie afkijken.

Een mini-museum en een museum met miniaturen

Persoonlijk

Vrijdag 23 oktober, mijn eerste volle dag in Sapporo: mijn hotelkamer is de tot nu toe grootste tijdens deze reis. Natuurlijk heb ik niets aan dat tweede queen-sized bed, maar ik gebruik het dan maar om wat spullen op kwijt te kunnen. Op de foto moeten de twee vensters van mijn kamer staan; welke het zijn? geen idee.

Het is ook deze trip een beetje traditie om goede coffee bars te vinden & dat was dan ook nu de bedoeling. Niet ver van mijn vertrekpunt zou er eentje zijn. Naar bleek in een van de typische overdekte winkelstraten: Mermaid Coffee Roasters.

Natuurlijk stond er een behoorlijke rij voor de deur, maar gelukkig slonk die vlotjes. Ik bestelde een latte met extra-speciale-Holstein-Jersey-koemelk en een setje van drie minuscule koekjes. Voor het afrekenen kreeg ik de vraag of een minuut of vijftien wachten bezwaarlijk voor mij was. Nee, ik ben heel goed in wachten. En al wachtend heb ik mooi de gelegenheid om mijn ogen de kost te geven. Leuke vondst van dit kijken: de espressomachine van La Marzocco was hier omgedoopt in La Mermaid. Misschien niet heel duidelijk te zien op de foto, maar geloof me maar: het is zo.

De koffie was trouwens erg lekker. Na deze break liep ik verder richting Sapporo City Museum. Mijn route voerde me een aantal straatblokken door dezelfde passage, die naar het eind toe steeds minder luxe aandeed en ook meer leegstaande panden en zelfs lege bouwpercelen kende.

Dit soort zaakjes zie je soms: een piepkleine groente– en fruitwinkel. In eentje waar ik in Kyoto wat fruit kocht, was de man achter de toonbank gehandicapt: hij kon alleen maar opzij schuifelen en niet voor of achteruit lopen. Of er iets met deze man hierboven aan de hand was heb ik niet afgewacht, hij keek me wel even aan toen ik de foto had gemaakt. Ik snap ook wel waarom sommige mensen vermijden andere mensen zomaar op de foto te zetten, maar er is ook een reden om het wel te doen: mens en omgeving samen geven een completer beeld.

Na een flinke wandeling kwam ik op de plaats van bestemming. Het Sapporo City Museum bleek gevestigd in een oud gebouw, een voormalige Court of Appeals (in Nederland zou dat een Hooggerechtshof zijn, denk ik. In Japan zijn er acht van en daarvan slechts twee van de originele gebouwen nog bestaand). Oud is trouwens een relatief begrip; het werd gebouwd eind jaren twintig van de vorige eeuw.
Hier moet ik even wat over Sapporo vertellen: het is een relatief jonge stad. Zo’n honderdzestig jaar geleden werd het gepland, waarbij de grid-indeling van Amerikaanse steden gevolgd werd. Sapporo is een beetje on-Japans omdat het heel ruim opgezet is, met veel ruimte tussen de gebouwen-blokken.
Er zit ook een duistere kant aan het verhaal, want in de vroege Meiji-periode is het eiland Hokkaido, dat eerder nog Ezo heette, min of meer gekoloniseerd door migratie vanuit Honshu en Kyushu te stimuleren en daardoor de oorspronkelijke bewoners, de Ainu, tot assimilatie te dwingen.

Het gebouw was wat afgetakeld, de tentoonstellingen een beetje mêhhh — foto’s van de bouw, info over de steensoorten, fotowerk van lokale amateurs, expo’s van twee kunstenaressen (ook iets wat musea hier vaak doen: gelegenheid geven aan de bewoners om te exposeren), dit alles in telkens in een kamer die vroeger als kantoor of iets dergelijks gebruikt werd. Een originele rechtszaal kon je bekijken, dat soort dingen. Maar… maar… toch weer een pareltje. Het gebouw herbergde een museum in het museum, namelijk Oba Hiroshi Memorial Museum. Hiroshi-san was een in Japan gevierde karikaturist/kunstenaar, die ook nog een tijdje in Amsterdam heeft gewoond! In een vitrine vond ik een artikel uit De Telegraaf waarin hij uitlegde een enorme fan van Van Gogh te zijn en daarom in Nederland was gaan wonen.

Zijn werk was trouwens erg goed. Tijdloos, maar ook van de tijd waarin het gemaakt was, als je begrijpt wat ik bedoel. Je mocht er helaas niet fotograferen.

Groter contrast is niet denkbaar: het Hokkaido Museum of Modern Art is een heel erg modern gebouw.

Ook hier weer een verrassing. Miniature Life was de titel van een tentoonstelling hier. Tatsuya Tanaka is een kunstenaar die al iets van vijftien of zo elke dag een miniatuur op Instagram zet. Soms een herinterpretatie van iets bestaands, dan weer iets van een woordspeling, of een grappige tegenstelling. Het was in ieder geval erg leuk om te zien. Naast de foto’s werden ook een aantal van de opstellingen getoond, waardoor je je helemaal kon verbazen om de gedetailleerdheid en de precisie waarmee Tanaka werkt.

Tijdens het plannen van Sapporo was er blijkbaar ook gedacht aan openbaar groen: het Otero Park is een smal, maar erg lang park, dat ongeveer van het City Museum naar mijn volgende doel reikt, wat dan dan ook de reden was dat ik het van eind tot eind bewandeld heb. Wist je trouwens dat Sapporo in 1972 gastheer was van de Olympische Winterspelen? De elfde.

Dit is hem dan: de Sapporo TV Tower. Gebouwd in 1957, met een observatorium op 90 meter hoogte. Het uitzicht daar? Wijds, maar ook saai. Er zijn vast wel landmarks te zien, maar ik voelde het niet…

Na vrij kort rondgekeken te hebben ben ik weer afgedaald naar de begane grond met lift en heel veel trappen. Het was inmiddels eind van de middag en ik had buiten die drie piepkleine koekjes nog niets gegeten, dus ben ik weg naar mijn hotel een eettentje gaan zoeken. Dat werd een typisch buurtrestaurantje waar ik op een automaat mijn maaltijd samenstelde en betaalde en vervolgens na afgifte van een bonnetje voorgeschoteld kreeg: geschroeide bonito op rijst, een gemengde salade en koude sobasoep. Het was lekker.

Het hotel was een paar honderd stappen verderop, dus kon ik lekker op bed uitbuiken en heb ik heel veel tv gekeken voordat ik rond één uur ging slapen.

Noordwaarts, noordwaarts!

Persoonlijk

Andermaal een ‘verhuisdag’. Die liep gesmeerd; het lijkt wel of ik het inmiddels onder de knie heb: op tijd op, douchen, spullen inpakken, naar het station, kaartje uit een automaat halen met een QR-code (daar had ik trouwens wel hulp bij), platform van de trein vinden, stoel in de trein idem dito (vandaag stoel 2A in de Green Car van de Kanzai Airport Express), op KIX (het vliegveld dat voor de kust bij Osaka ligt) de route naar de shuttle bus zonder haperingen of omwegen bewandelen, na die rit de check-in bij Peach Air afhandelen, door de security zonder gedoe, een coldbrew drinken bij de gate (sando erbij), als eerste de gate door (want stoel 13C!), als eerste de trap op de Airbus in, na twee uur die heel vlot voorbij gingen, op Sapporo New Chitose Airport geland, heel lang moeten wachten op mijn koffer, afgedaald naar het vertrekpunt van de trein naar Sapporo Station, eindeloos op dat station door gangen lopen naar de metro die me nagenoeg voor de entree van Susokino Granbell Hotel afleverde, aldaar inchecken en de toeristenbelasting betalen, in mijn redelijk ruime kamer op de vierde verdieping (5F) uitpuffen, het nieuws van de laatste dagen inhalen, twee blogposts schrijven & tot het besef komen dat de alcohol van de avond ervoor geen desastreuze gevolgen heeft gehad. Zo’n dag was het.

Het is trouwens lekker fris in Sapporo, een graad of zes is het nu. De weersverwachting voor morgen 4—16 graden, zonnig, geen neerslag. Lekker.

Weer aan de drank?

Persoonlijk

Het was inmiddels alweer de vierde woensdag in Japan. Na goed geslapen te hebben ging een flink deel van de ochtend teloor aan het plannen en boeken van de rest van de reis. Begin van de middag pakte ik de metro noordwaarts en bracht een kort bezoek aan het Kyoto Museum of Arts & Crafts. Kort omdat het een bescheiden gebeuren was, gewijd aan de 74 crafts die in Kyoto beleden worden. Bescheiden, maar heel interessant.

Het was niet ver lopen naar het Kyoto Kyocera Museum of Art, gevestigd in een karakteristiek oud gebouw (dertiger jaren…), waar ik een combi-kaartje kocht voor twee van de drie exposities die er te zien waren.

Het interessantst was de overzichtstentoonstelling van Yamaga Seika, een lokale textielkunstenaar, die een eigen draai aan brokaatweven gegeven had. In een flink aantal zalen was veel te zien. Opmerkelijk was een van zijn eerste werken, waarmee hij in de jaren 1920 zijn naam vestigde: een heel erg gedetailleerde en grappige dwarsdoorsnede van een Dutch Ship. Helaas was het wandkleed verloren gegaan, maar de ontwerptekening gelukkig niet. In de details had de kunstenaar zich duidelijk uitgeleefd.

De tweede expositie die ik bezocht was gewijd aan het ontstaan van het museum, dus de bouw ervan en ook wat er in de beginjaren tentoongesteld werd.

Op de terugweg naar mijn hotel zag ik dit — op de een of andere manier zit er vaak iets poëtisch in het contrast dat je in Japan vaak ziet tussen oud/traditioneel en nieuw/modern. Het geeft trouwens ook te denken dat de eigenaar van de auto er dermate zot mee is dat hij of zij er een deel van de woning aan opgeofferd heeft.

Na een uurtje of anderhalf op mijn hotelkamer trok ik andermaal noordwaarts. Ik had Daniël gevraagd een Kobe beef restaurant uit te zoeken, zodat hij die ervaring ook kon meemaken. Het restaurant vond ik na enig speuren; het lag namelijk op de zevende verdieping (F8) van een in veiligheidsdoek gewikkeld gebouw. We kwamen eigenlijk op de bonnefooi, rond zeven uur, zonder reservering, en het bleek dat er geen plek was. Gelukkig wel om half negen, dus deden Daniël en ik even een drankje in een British Pub om de hoek. En dat was het moment waarop voor mij een einde kwam aan 17 weken en 1 dag zonder alcohol: ik dronk een IPA. Met alcohol.

Eenmaal gezeten aan de teppanyaki-tafel van Kobe Beef Kisshokichi Kyoto Main Branch begon het feest. We bestelden een drankje (chardonnay voor D, een Japanse single malt whiskey voor mij…) en Chateaubriand. Voordat het vlees op de planche ging werd het aan ons gepresenteerd — met naar ik vermoed de oorkonde van oorsprong en kwaliteit — waarna de chef er zijn kunsten mee ging vertonen.

En een show was het zeker. Met vlammen, veel gedoe met een scherp mes en theatrale gebaren, uiteindelijk resulterend in een geweldig maal met heel erg lekker vlees dat smolt op de tong.

Tegen tien uur, na nog een ijs en cheesecake toetje als afsluiter, namen we na het voldoen van de rekening, begeleid door heel veel buigen door de gastvrouw, de lift naar de begane grond. En besloten nog een afzakkertje te nemen in British Pub HUB, de zaak waar ik eerder die avond een lange nuchtere periode had afgesloten. Nu het schaap over de dam was, het hek van het schip, of hoe dat gezegde ook mag luiden, werd het nog behoorlijk laat en behoorlijk ‘nat’. Ik denk dat er nog drie of vier biertjes op tafel kwamen. Misschien dat het aan de alcohol lag, ik denk het niet, maar we hadden een heel goed en diep gesprek. Mooi dat je na een paar dagen samen optrekken dat kunt.
Ons laatste drankje was een Guinness (ik won de G-challenge) en toen we die ophadden konden we nog net een bus richting station pakken. In Kyoto ligt het OV na middernacht plat.

Bij de busstop nam ik afscheid van Daniël, die de volgende dag naar het zuiden zou gaan, terwijl ik Sapporo, op het noordelijke eiland Hokkaido, ging aankoersen.

Een dag vol contrasten

Persoonlijk

Vandaag zijn we op een berg geweest, hebben we aan de oever van een meer gezeten, over hoofden gelopen en heel veel gelopen. De dag begon in de buurt van Daniëls hostel, bij 8 black birds café, een coffee bar (natuurlijk), waar we afgesproken hadden. De day trip begon vervolgens echt op Shichijo Station, voor de eerste etappe per trein.

Over dit fenomeen — dat verslaafd zijn aan mobieltjes — zou ik een hele verhandeling kunnen schrijven, maar dat gaan we maar niet doen. Misschien hadden ze allemaal een goede reden?

Awel, ik had mijn iPhone ook nodig om de trip te plannen, dus. Na twee treinritten arriveerden we bij het station van Eizen Cable. De Eizen Cable Car bracht ons een flink end hoger, waar we na een korte wandeling het beginpunt van de Eizan Ropeway bereikten. Die kabelbaan zette ons vervolgens af vlakbij de top van Mount Hiei.

Daar ging er dus iets mis. Of moet ik zeggen: daar gingen we de mist in. Een klim naar de top veranderde in een tocht rondom de berg, waarbij we over erg steile paden liepen en bijna niemand tegen kwamen; ook weer eens fijn na alle drukte van de steden tot nu toe.

Hoe hoger en verder we kwamen, hoe dichter de mist werd die behoorlijk sneaky vanuit het dal de berg opgekropen was. Dit deel van de berg bleek een showroom van tempels…

Toch weer tempels! Maar wel in een fantastisch decor. Met wat moeite en na een erg lange hike bereikten we bij het boven-station van Enryakuji Cable, waar we net een vertrek gemist bekeken te hebben. Een half uur later vertrokken we alsnog naar het benedenstation, waarbij de mist gestaag minder werd.

In Sakamoto aangekomen kreeg ik de achteraf onzalige behoefte om naar de oever van Lake Biwa te lopen. Dat bleek nog behoorlijk ver te zijn en na er in een rechte lijn naartoe gelopen te zijn, bleek het uitzicht weinig spectaculair.

Maar ik kon weer wat afvinken en Daniël was er sportief onder. Als we maar vrij vlot wat gingen eten, dat wel. Deden we dus op het station Hieizan-Sakamoto: sap en zoetigheid. En een versgebakken pizzaatje. Het was hierna weer wachten op de trein, maar dat gaf ook gelegenheid tot uitbuiken…

De volgende etappe werd Gion, een buurt in Kyoto die veel toeristen op hun bucketlijst hebben staan. Voordat we die verkenden dronken we eerst koffie in een tentje die ik tijdens mijn reis vorig jaar bezocht had. Daniël was niet te spreken over de flat white, maar mijn iced latte was okay.

Na Gion liepen we westwaarts en hebben een tijdje aan de oever van de Kamogawa gezeten, luisterend naar een Japanse busker. Iets verderop doken we de eindeloze passages van de winkelbuurt Kawaramachi in, waar al snel bleek dat het contrast tussen de rust op Mount Hiei en de drukte van de stad misschien iets te groot was.

Het begon donker te worden en we besloten de excursie te beëindigen en namen een bus die Daniël in de buurt van zijn hostel afzette en mij met een bocht om Tokyo Station in de buurt van mijn hotel bracht.
Met wat koele blikjes AV-bier in de tas kwam ik rond zes uur op mijn kamer, waar ik met enig schuldgevoel, want te laat, nog een verslag over gisteren schreef en toen ook deze bijdrage.
Morgen gaan we het even rustig aan doen. Op dit moment heb ik nog geen idee wat de woensdag gaat brengen, maar dat zal op deze site wel weer wereldkundig gemaakt worden.

Het was maar een halfuurtje

Persoonlijk

Maandag de negentiende. Daniël en ik hadden afgesproken bij een coffee bar die hij al eerder getest had: coffee tales, niet ver van mijn hotel, waardoor het niet echt een ding was om mijn bagage al mee te nemen. Na koffie en wat te eten (ja, ik heb weer een ontbijt gehad!) nam ik de metro naar Shin-Kobe, het station waarvandaan de bullet-trains vertrekken (en aankomen, natuurlijk). Daniël ging via zijn hostel lopend. Ik heb geprobeerd hem dat uit het hoofd te praten, maar sportman is sportman, dus hij ging te voet.

Gek genoeg kwam hij niet eens veel later dan ik aan. In ieder geval nog ruim op tijd voor vertrek van de gereserveerde Nozomi die om 12:16 zou vertrekken; ik had de e-tickets al paraat. Helaas had ik die tickets per abuis voor vertrek een week later gereserveerd, waardoor we wat oponthoud kregen. Ik kon het redelijk snel fixen, met een heeeeeel kleine boete voor deze gaffe.
Zo vertrokken we met 14 minuten vertraging om 12:30 en kwamen we om 12:59 aan op Kyoto Station. Daar dropten we onze bagage bij Hotel Briller en liepen rechtstreeks naar een coffee bar die ik vorig jaar al getest had: the lower east nine café kyoto, waar de koffie ook goed smaakte.

Na dit intermezzo liepen we terug naar mijn hotel om Daniëls bagage op te pikken en gingen we naar zijn hostel, dat aan de andere kant van het station lag. Onderweg bleek dat Daniël stiekem een zaak in Japan had geopend.

Nadat Daniël zijn bagage had gedropt bij zijn hostel liepen we noordwaarts richting de Bukko-ji Temple, met de gedachte dat je in Kyoto toch minstens één tempel gezien moet hebben. Nu had ik deze al gezien, maar ik had ook als snode reden juist deze te bezoeken, dat er een leuke winkel op het tempelterrein was. Dat heet een win-win situatie.
Na het bidden en de winkel bekijken liepen we weer eens richting zuiden, want de middag was al flink opgeschoten.

Daniël bleek nóg een zaak in Kyoto te hebben, waarvan hij niet verteld had. Wat trouwens niemand ons verteld had, maar ik had kunnen weten, is dat Kyoto heel erg uitgestrekt is en de afstanden navenant groot. De stappentellers hadden alweer een limiet bereikt en ook mijn uithoudingsvermogen. Dus gingen we elk naar ons verblijf met de afspraak om op dinsdag een day trip naar een berg noordoostelijk van Kyoto te maken.

Omdat de verhouding schoon en niet-schoon goed erg in het nadeel van de eerste was geraakt, moest de was gedaan worden. Zoals in de meeste hotels beschikt Briller over een ruimte waar wasmachines en drogers staan die door de gasten gebruikt kunnen worden. Wel tegen betaling, wat een van de redenen is dat ik vrij fanatiek honderd-yen-munten verzameld had. En daarvan had ik er heel wat nodig, want de god van de wasmachines was mij niet goed gezind.
Een wasbeurt duurt dertig minuten. Ik gooide mijn was in het apparaat, dropte drie munten van honderd yen in de gleuf en ging op mijn kamer wachten tot de was geklaard was. Na terugkomst bleek van niet; de was was kletsnat en leek niet echt schoon. Foutcode op de display! Hulp erbij halen — de dame van de balie frummelde wat, verving een houder met vloeibaar wasmiddel, trok de stekker eruit & deed die er weer in, en gaaf met gebaren aan dat het nu wel goed zou gaan. Drie munten in de gleuf & terug naar mijn kamer…

Dertig minuten later hetzelfde verhaal: foutcode 777. En nog steeds geen schone was. Gelukkig was de tweede machine inmiddels beschikbaar en die wou natuurlijk weer drie munten hebben. Het liep inmiddels tegen half negen, maar ik had er fiducie in dat ik genoeg geofferd had aan de wasmachinegod. Weer een half uur later bleek dat waarempel het geval: de was was gewassen. Nu nog drogen. Honderd yen voor een half uur. Uit eerdere ervaring wist ik dat een half uur volkomen ontoereikend was voor een lading natte katoen en dat bleek ook het geval. Twee uur en 400 yen later was het wasgoed nog een beetje vochtig, maar mijn geduld helemaal op. Ik heb de t-shirts, shorts, polo’s en sokken op strategische plekken in mijn hotelkamer gedrapeerd en opgehangen en ben naar bed gegaan.