Op zoek in Tokyo

Persoonlijk

Het is alweer woensdag. En mijn plan was om wat cadeautjes te kopen voor het thuisfront. Leuk plan, maar de uitvoering deed mijn voeten andermaal pijn. En eigenlijk had ik ook geen goed plan. Wel een vaag idee van wat ik wilde aanschaffen, maar ik had niet goed uitgezocht waar dat zou kunnen. Dat vage plan dat eigenlijk geen plan was, voerde me eerst naar Tokyo Station, waar ondergronds heel veel winkels en winkeltjes zijn, zoals die in Character Street, waar ik vorig jaar in de Miffy Store iets voor mijn kleindochter had gekocht. Ik ben die hele ‘straat’ drie keer op en neer doorgelopen en vond uiteindelijk wel iets geschikts (waarover ik niets kan vertellen, want misschien leest mijn kleindochter dit wel — ze is al vier en kent het alfabet).

Het is niet moeilijk om in het ondergrondse aardrijk van het station te verdwalen en dat deed ik ook. Dat gaat een beetje het thema van deze dag worden: ronddwalen en nodeloos veel meters maken.
Uiteindelijk kwam ik aan de andere kant van het station weer boven water. En om niet weer in dezelfde val te trappen ben ik er omheen gelopen, richting een coffee bar waar ik vorig jaar goede ervaringen had opgedaan. Die vond ik wonderwel na weer enig ronddwalen. In plaats van een flat white dronk ik een pour over van een fruitige Guatemaalse boon, en at red bean toast.

Nu ik mijn versie van een brunch achter de kiezen had, nam ik de metro naar Ueno. Dat wil zeggen; ik stapte een halte eerder uit omdat tussen die halte en Ueno Station een heel winkel- en eettent-gebeuren ligt. Daar hoopte ik nog wat meer van mijn ‘inkooplijst’ af te kunnen vinken.
Niet dus. In mijn niet doordachte plan leken museumshops mij ook een goede mogelijkheid om iets te vinden. Dus toog ik naar Ueno Park, en twee museumshops later was ik nog niets opgeschoten. Wat ik wel leerde is dat Japanse scholieren heel erg leuke uitjes hebben. Deze zitten voor het National Museum of Nature and Science te lunchen.

Ik gaf de moed nog niet op. En was nu wat wijzer geworden; zocht online op waar ik het gewenste zou kunnen kopen. Dat leidde me naar Asakusa. Even twijfelde ik bij de uitgang van het metro-station nog of ik een boottoer zou maken, of toch nog de Skytree bezoeken (hier in beeld), maar dat zou natuurlijk afleiden van de queeste van de dag. Vooruit dus weer. En andermaal veel te lang gezocht en drie keer langs de beoogde winkel gelopen… Tot mijn verdediging: die winkel is nog geen twee meter breed en gesitueerd op een van de drukste plekken van Tokyo. Maar ik ben er uiteindelijk wel geslaagd. Waarover ik hier natuurlijk niets ga verraden.

Het is dus uiteindelijk redelijk gelukt tijdens mijn slecht geplande winkeltour om een en ander te kopen voor het thuisfront en ik ga ervan uit dat ik bij vertrek op het vliegveld nog wel wat kan vinden (taxfree!). Ik kon dus welgemoed terug naar mijn hotel. Via Byron Bay Coffee natuurlijk: een flat white en een tuna met ui sandwich had ik wel verdiend.

Vanochtend kon ik al online inchecken voor mijn vlucht morgen en ik heb ook een airport shuttle geregeld. Door het tijdsverschil tussen Japan en Nederland, dat trouwens door het ingaan van de wintertijd in Oranda een uur minder is geworden (heel verwarrend), komt het vliegtuig een beetje terug in de tijd achtig vroeger aan dan de biologische klok kan behappen, dus kan ik niet beloven dat er vrijdag een afsluitende post over deze reis zal verschijnen. Trouwens, zo interessant is vliegen ook niet. Of misschien wel, deze keer?

Tokyo is geen museum, naar ook wel

Persoonlijk

Dinsdag was een volle dag. Vol, want veel gedaan. Vol, want lang. Vol, want gewoon vol. Fris en vroeg aan de flat white bij de lokale vestiging van Byron Bay Coffee, een kleine keten schijnbaar overgewaaid uit Australië, en op Daimon Station de metro naar Ryogoku genomen. Doel was het Tokyo Edo Museum, dat vorig jaar toen ik in een APA-hotel erachter logeerde nog niet geopend was.


Na lang in de rij gestaan te hebben voor een kaartje, de lift naar 7F genomen en daar werd ik ondergedompeld in de geschiedenis van Edo, de relatief kleine stad die uiteindelijk het immens grote Tokyo zou worden. Men had hiervoor flink uitgepakt en niet alleen heel erg mooie maquettes gemaakt, maar ook een één-op-één-reconstructie van de Nihonbashi-brug (ok, eigenlijk de helft ervan, maar toch indrukwekkend), plus een theater, een klokkenwinkel, woningen uit diverse perioden, en veel meer.

Er was veel te zien, er waren ook heel mensen. Hele schoolklassen met kinderen die ijverig aantekeningen maakten, maar ook gewoon de dingen doen die kinderen altijd doen, zoals geinen en dollen.
Een object dat ik absoluut zou willen hebben is deze Datsun G222 truck uit 1960, die tot 2007 (!) dienst heeft gedaan en door de zoon van de oorspronkelijke eigenaar aan het museum werd geschonken. Dat is dus de oorspronkelijke lak en lettering!

Zijnde amateur-houtbewerker trok dit natuurlijk mijn aandacht: een levensgrote nabootsing van de werkplaats van een (klein)meubelmaker die de sashimono-techniek gebruikte. Dat is het maken van kasten, kistjes en dergelijke zonder spijkers, met uitsluitend slimme verbindingen en lijm.

Een tweede tentoonstelling in hetzelfde gebouw ging over de Toyotomi broers die eind zestiende eeuw Japan voor de tweede keer tot een eenheid wisten te smeden (vooral door veel veldslagen en belegeringen, plus listige diplomatie). Die zijn we al in Okayama Castle tegengekomen, dus het verhaal kende ik al. Fotograferen verboden, maar de tv-serie komt eraan, want dat was schijnbaar een reden voor deze tentoonstelling.

Er was kortom veel te zien, maar de dag was nog lang niet voorbij… Volgende doel was Kappabashi Street, dé plek om kookbenodigdheden te kopen. Op de foto staat de landmark die het begin markeert; de straat is een meter of 800 lang, met aan beide zijden winkels. En zeker een derde daarvan verkocht messen. Maar daar heb ik geen behoefte aan, mijn doel was een Shigaraki zoutvat te vinden en helaas is dat niet gelukt.

Teleurgesteld maar nog niet verslagen ging ik naar Ginza, de hyperdeluxe winkelbuurt, waar ik een compleet warenhuis afgestruind ben, meerdere winkels bezocht en een sandwich consumeerde in de Muji Flagship Store (plus iced latte).

Het was inmiddels al rond zeven uur en mijn voeten deden heel erg zeer. Terug naar het hotel dus. Wetenswaardig over het Shiba Park Hotel is dat het vlakbij Tokyo Tower ligt (daar was ik al twee keer geweest, dus ditmaal maar niet…). Aan het begin van de dag maakte ik de eerste foto & bij terugkomst de tweede.

Op mijn kamer ben ik redelijk uitgeput gaan liggen bijkomen van deze lange en volle dag, met twee blikjes Asahi Dry bier. Dat zoutvat ga ik wel online kopen als ik weer thuis ben. Dat laatste gaat vrij snel gebeuren, want op donderdag vlieg ik terug naar Nederland. Na nog één volle dag in Tokyo.

Het regent in Tokyo

Persoonlijk

Maandagochtend nog in Sapporo, maandagmiddag in Tokyo. De dag in het kort: even na tien uur uitgecheckt. Een baliemedewerkster wees me erop dat niet ver van het hotel een bushalte was voor de AirPort Express. Leek me geen foute optie. Ben naar de bushalte gelopen. De eerste bus die kwam werd volgepropt. Ik moest nog even wachten op een volgende bus. Die reed in bijna een uur naar het vliegveld New Chitose, waar ik een kwartiertje in de rij moest om mijn koffer in te checken en daarna nog een uurtje wachten bij Gate 3 tot ik kon boarden.

De vlucht zelf duurde iets meer dan anderhalf uur. Op Haneda, het vliegveld dichtst bij Tokyo, regende het. Ik nam een taxi naar Shiba Park Hotel. File op file. Ik kreeg bijna medelijden met de chauffeur. Wat een ritje van een kwartier had moeten zijn, duurde drie keer zo lang.

Het hotel is er eentje van een wat hogere categorie dan waar ik hier in Japan meestal gelogeerd heb (met uitzondering van Benesse natuurlijke); ik heb in het restaurant ter plekke een Japans menu voor gasten gegeten. Was erg lekker. Koel biertje vooraf en dezelfde single malt als in Kyoto (Yamazaki) bij het eten.

Het is nu even na elven. Fris gedoucht in bed, even dit afmaken en nog wat tv kijken. De planning voor morgen is er. Hopelijk regen het niet.

Geen zin dag

Persoonlijk

Kun je hebben: geen zin. Misschien nog te veel indrukken om te verwerken, of gewoon moe, maar deze zondag heb ik uitgeslapen, een latte gedronken bij Mermaid, een ommetje gemaakt door de buurt en op mijn hotelkamer YouTube gekeken, Straks nog een aflevering van Slow Horses (tip!) kijken en dan oogjes toe.
Morgen vlieg ik begin van de middag naar Tokyo, dus waarschijnlijk is er dan ook niet veel te melden.

Sapporo bierstad

Persoonlijk

Het viel op dat schaapsvlees een ding is hier in Sapporo. Als ik uit mijn hotelkamer kijk zie ik een restaurant dat Lamb & Oysters heet, De foto hierboven maakte ik op weg naar het Sapporo Beer Museum. Dat leek me een leuke bestemming voor wat mijn laatste zaterdag in Japan wordt.

Op weg daarnaartoe heb ik eerst koffie gedronken bij Mermaid. Nu met boter-toast en een hardgekookt ei (ik had dat niet goed begrepen, dacht dat het een zachtgekookt ei zou zijn en dus niet koud, maar het was ok). Ik kreeg na het bestellen en afrekenen geen nummer-bordje mee; men kende mij… Grote witte westerling zeker.
Omdat het toch in de buurt lag ook nog even Nijo Ichiba meegenomen; een van de vismarkten hier. Typisch een vismarkt, constateerde ik.

Waarom deze foto? Wat is er te zien? Zakjes zand, dames en heren! Op veel straathoeken, vooral bij voetgangersoversteekplaatsen, staan kastjes met zakken zand. Ook op de meest vreemde plekken, zoals hier in de hoek van een parkeergarage. Bestemd om vrijelijk mee te strooien als het glad is. Vergeet niet dat Sapporo heel noordelijk gelegen is en Hokkaido beroemd is om de wintersport.

Daniël, die inmiddels in Hiroshima is (ik volg hem op Polarsteps), vond de architectuur in Japan niet aantrekkelijk. Het is ook heel veel beton en behoorlijk eenvormig als het om hoogbouw gaat, maar ze doen hier soms echt mooie dingen met structuren, zoals hier te zien bij drie gebouwen in één beeld gevangen.

Na een behoorlijk lange wandeling arriveerde ik bij het Sapporo Beer Museum, bedevaartoord voor de liefhebber van koel gerstenat. Nu ben ik niet echt een fan van pils, maar toch: een lekker biertje op zijn tijd… Sapparo is trouwens de eerste plek in plek in Japan waar bier gebrouwen werd, dat was in 1876. Zulks ging niet zonder slag of stoot, wat in de expositie natuurlijk vrij dramatisch werd aangedikt middels een semi-documentaire met acteurs, te zien in een mooi zaaltje.

Ik vind het fascinerend om te zien hoe in de loop van de tijd reclame zich heeft ontwikkeld. Ook in Japan werden aantrekkelijke vrouwen gebruikt om het product in de markt te zetten; recenter gebeurt dat veel meer met bekende acteurs en persoonlijkheden.
Op een gegeven moment werd Japans bier een exportproduct. In eerste instantie naar andere Aziatische landen, zoals, denk ik, in dit geval voormalig Nederlands Oost-Indië (nu Indonesië). Dit label kan ik niet in een Nederlands context plaatsen, dus blijf ik bij mijn voorgaande hypothese.

Het was een leuk museum. Gelukkig waren er bij de getoonde zaken samenvattingen in het engels zodat je de lijn van het verhaal kon volgen.
De museumshop en de Beer Garden heb ik nog even bekeken, maar ik had mijn quotum aan mensen wel weer gehad en ging op weg terug naar het hotel. Andermaal te voet.

Bij erg drukke kruispunten zijn er hier geen zebrapaden, maar dit soort brugconstructies. Typische kleurstelling, ook behoorlijk achterstallig onderhoud.
Over achterstallig onderhoud gesproken: wat te denken van deze gebouwen? In eerste instantie had ik geen idee wat dit was, maar iets verderop zat er op de hoek een Sake Museum en kon ik het complex ook van de andere kant bekijken; het is dus een fabriek waar sake gemaakt wordt. Of werd.

Weer een stuk dichterbij het hotel vond ik dit fraaie pand. De brede straat ervoor zal ongetwijfeld Route 36 zijn.

Vlakbij mijn hotel is er (natuurlijk) een konbini, in dit geval een Lawson’s, en daar heb ik nog wat salades, fruitstukjes, noten en twee blikjes Sapporo-bier gehaald. In het museum kon je wel bier proeven, maar de rij die er stond was veel te lang.
Inmiddels is het tegen negen uur en heb ik die biertjes en het eten op en ga ik het posten over de laatste twee dagen afronden en een fijne prut-serie afkijken.

Een mini-museum en een museum met miniaturen

Persoonlijk

Vrijdag 23 oktober, mijn eerste volle dag in Sapporo: mijn hotelkamer is de tot nu toe grootste tijdens deze reis. Natuurlijk heb ik niets aan dat tweede queen-sized bed, maar ik gebruik het dan maar om wat spullen op kwijt te kunnen. Op de foto moeten de twee vensters van mijn kamer staan; welke het zijn? geen idee.

Het is ook deze trip een beetje traditie om goede coffee bars te vinden & dat was dan ook nu de bedoeling. Niet ver van mijn vertrekpunt zou er eentje zijn. Naar bleek in een van de typische overdekte winkelstraten: Mermaid Coffee Roasters.

Natuurlijk stond er een behoorlijke rij voor de deur, maar gelukkig slonk die vlotjes. Ik bestelde een latte met extra-speciale-Holstein-Jersey-koemelk en een setje van drie minuscule koekjes. Voor het afrekenen kreeg ik de vraag of een minuut of vijftien wachten bezwaarlijk voor mij was. Nee, ik ben heel goed in wachten. En al wachtend heb ik mooi de gelegenheid om mijn ogen de kost te geven. Leuke vondst van dit kijken: de espressomachine van La Marzocco was hier omgedoopt in La Mermaid. Misschien niet heel duidelijk te zien op de foto, maar geloof me maar: het is zo.

De koffie was trouwens erg lekker. Na deze break liep ik verder richting Sapporo City Museum. Mijn route voerde me een aantal straatblokken door dezelfde passage, die naar het eind toe steeds minder luxe aandeed en ook meer leegstaande panden en zelfs lege bouwpercelen kende.

Dit soort zaakjes zie je soms: een piepkleine groente– en fruitwinkel. In eentje waar ik in Kyoto wat fruit kocht, was de man achter de toonbank gehandicapt: hij kon alleen maar opzij schuifelen en niet voor of achteruit lopen. Of er iets met deze man hierboven aan de hand was heb ik niet afgewacht, hij keek me wel even aan toen ik de foto had gemaakt. Ik snap ook wel waarom sommige mensen vermijden andere mensen zomaar op de foto te zetten, maar er is ook een reden om het wel te doen: mens en omgeving samen geven een completer beeld.

Na een flinke wandeling kwam ik op de plaats van bestemming. Het Sapporo City Museum bleek gevestigd in een oud gebouw, een voormalige Court of Appeals (in Nederland zou dat een Hooggerechtshof zijn, denk ik. In Japan zijn er acht van en daarvan slechts twee van de originele gebouwen nog bestaand). Oud is trouwens een relatief begrip; het werd gebouwd eind jaren twintig van de vorige eeuw.
Hier moet ik even wat over Sapporo vertellen: het is een relatief jonge stad. Zo’n honderdzestig jaar geleden werd het gepland, waarbij de grid-indeling van Amerikaanse steden gevolgd werd. Sapporo is een beetje on-Japans omdat het heel ruim opgezet is, met veel ruimte tussen de gebouwen-blokken.
Er zit ook een duistere kant aan het verhaal, want in de vroege Meiji-periode is het eiland Hokkaido, dat eerder nog Ezo heette, min of meer gekoloniseerd door migratie vanuit Honshu en Kyushu te stimuleren en daardoor de oorspronkelijke bewoners, de Ainu, tot assimilatie te dwingen.

Het gebouw was wat afgetakeld, de tentoonstellingen een beetje mêhhh — foto’s van de bouw, info over de steensoorten, fotowerk van lokale amateurs, expo’s van twee kunstenaressen (ook iets wat musea hier vaak doen: gelegenheid geven aan de bewoners om te exposeren), dit alles in telkens in een kamer die vroeger als kantoor of iets dergelijks gebruikt werd. Een originele rechtszaal kon je bekijken, dat soort dingen. Maar… maar… toch weer een pareltje. Het gebouw herbergde een museum in het museum, namelijk Oba Hiroshi Memorial Museum. Hiroshi-san was een in Japan gevierde karikaturist/kunstenaar, die ook nog een tijdje in Amsterdam heeft gewoond! In een vitrine vond ik een artikel uit De Telegraaf waarin hij uitlegde een enorme fan van Van Gogh te zijn en daarom in Nederland was gaan wonen.

Zijn werk was trouwens erg goed. Tijdloos, maar ook van de tijd waarin het gemaakt was, als je begrijpt wat ik bedoel. Je mocht er helaas niet fotograferen.

Groter contrast is niet denkbaar: het Hokkaido Museum of Modern Art is een heel erg modern gebouw.

Ook hier weer een verrassing. Miniature Life was de titel van een tentoonstelling hier. Tatsuya Tanaka is een kunstenaar die al iets van vijftien of zo elke dag een miniatuur op Instagram zet. Soms een herinterpretatie van iets bestaands, dan weer iets van een woordspeling, of een grappige tegenstelling. Het was in ieder geval erg leuk om te zien. Naast de foto’s werden ook een aantal van de opstellingen getoond, waardoor je je helemaal kon verbazen om de gedetailleerdheid en de precisie waarmee Tanaka werkt.

Tijdens het plannen van Sapporo was er blijkbaar ook gedacht aan openbaar groen: het Otero Park is een smal, maar erg lang park, dat ongeveer van het City Museum naar mijn volgende doel reikt, wat dan dan ook de reden was dat ik het van eind tot eind bewandeld heb. Wist je trouwens dat Sapporo in 1972 gastheer was van de Olympische Winterspelen? De elfde.

Dit is hem dan: de Sapporo TV Tower. Gebouwd in 1957, met een observatorium op 90 meter hoogte. Het uitzicht daar? Wijds, maar ook saai. Er zijn vast wel landmarks te zien, maar ik voelde het niet…

Na vrij kort rondgekeken te hebben ben ik weer afgedaald naar de begane grond met lift en heel veel trappen. Het was inmiddels eind van de middag en ik had buiten die drie piepkleine koekjes nog niets gegeten, dus ben ik weg naar mijn hotel een eettentje gaan zoeken. Dat werd een typisch buurtrestaurantje waar ik op een automaat mijn maaltijd samenstelde en betaalde en vervolgens na afgifte van een bonnetje voorgeschoteld kreeg: geschroeide bonito op rijst, een gemengde salade en koude sobasoep. Het was lekker.

Het hotel was een paar honderd stappen verderop, dus kon ik lekker op bed uitbuiken en heb ik heel veel tv gekeken voordat ik rond één uur ging slapen.