Woensdag 7 oktober. De eerste week zit erop. Het is de laatste dag in Fukuoka en die begon vervelend. Ik slaap in een APA Hotel en die zijn allemaal (het is een belachelijk grote keten en ze staan echt overal) een tikje gehorig. Dat is geen probleem omdat Japanners nog eerder doodgaan dan overlast veroorzaken, maar er logeren helaas ook buitenlandse toeristen die dat wel doen. Overlast veroorzaken bedoel ik, niet doodgaan, dus.
De nacht: buren die zo’n beetje de hele nacht schreeuwden, jammerden, huilden, met deuren sloegen en de badkamer in en uitgingen. Ik die net een uurtje of twee had geslapen en daardoor wakker werd en bleef, tot het tegen zes uur vanochtend wat rustiger werd en ik de slaap weer hervatte.
Zo begon de dag wat later dan bedoeld. Maar gelukkig wel met goede koffie. Ik bezocht dezelfde coffee bar als maandag. Een mooie koffie uit Tanzania (Acacia Hills) met een lekkere chocolate chip cookie. Hierna nog toast met avocado, en ik was die klote buren alweer bijna vergeten.

Doel van de middag was het Fukuoka Art Museum, gelegen achter het park waar ik al was geweest. Op weg ernaar toe viel me weer van allerlei op, waar ik niet te veel op in zal gaan, maar de Japanse omgang met geschenken is wel erg opmerkelijk. Wie bedenkt dat je negen rozen in een glazen kistje zou kunnen verpakken, met een gouden strik eromheen?

Wat ook opvallend is hier in Fukuoka? Er vliegen zeker twintig vliegtuigen per uur over de stad. Daar kijkt niemand van op. Japanners zijn giga-reizigers, ze kleppen het hele land af; familiebezoek, festivals, amusementsparken, zomaar tripjes en niet te vergeten bloesem en herfst en wat nog meer; dus die beschouwen de eventuele overlast gewoon als prijs die ze betalen voor wat ze graag doen. Denk ik.
Misschien dat Schiphol de mensen die last van het vliegtuiglawaai hebben gratis vluchten zou kunnen aanbieden? Het is maar een idee…


Het museum was een leuke. Niet te groot, mooie afwisseling tussen modern en oud. Natuurlijk standaard wel keramiek (negende-eeuws vaas uit China!). Het leukste vond ik de tekeningen van een monnik waar heel veel humor in zat. Zoals deze, genaamd ‘Sixteen Arhats’. Heel mooi los getekend; ik ben er stinkjaloers op.

Dit is de meester, Sengai Gibon. Hij leefde van 1750 tot 1837. En als hij nog zou leven, dan zou hij plenty royalties ontvangen, want de museumwinkel verkocht het een en ander met afbeeldingen van hem…


Ook een leuke, deze beeldengroep, modern, genaamd In and Out. Gemaakt door een kunstenaar die handig met de kettingzaag is (sorry voor de beroerde foto, mijn iPhone doet raar). Vraag me niet naar de naam…

En deze sumo-worstelaar maakte deel uit van een installatie met een diepere betekenis die me ontging, maar wat me niet ontging is dat-ie een verbandje om twee vingers van zijn rechterhand heeft.

Er was absoluut meer moois te zien. Werk van Anish Kapoor, een prachtige Rotko, een expo met video over een Ama-duikster, prachtige aquarellen en houtsnedes, teveel om te beschrijven.
Na nog wat verpozen te hebben aan de waterkant — het museum ligt naast een hele grote vijver waarvan een deel gebruikt werd om in bootjes in de vorm van een eend rond te paddelen, en waar omheen heel veel mensen aan het hardlopen waren — wandelde ik rond zonsondergang terug naar het hotel.
Morgen gaat de reis verder, naar Nagasaki. En hopelijk verloopt de nacht nu wat rustiger…










































