Dichte deuren en na een lange tocht goede koffie

Persoonlijk

Deze dinsdag markeert het eind van de eerste twee weken van mijn reis. Blijkbaar vond mijn bioritme daar ook iets van, want ik heb diep en vooral lang geslapen. Van de droom die ik had op het moment dat ik wakker werd door het gebons van een stofzuiger in een aanpalende hotelkamer, herinner ik me dat ik net bezig was om iemand uit te leggen hoe belangrijk de juiste hoeveelheid zout is voor de smaak van brood… Tja, er gaat van alles om in dat brein van me.

Het was dus vrij laat toen ik eropuit trok. Richting Hijiyama Park en het daargelegen Hiroshima City Museum of Contemporary Art — een museum die ik vorig jaar niet bezocht had. De weg ernaartoe leidde me over een van de vele bruggen over de Enko River. Ik pakte de Loop Line Tram, met de klok mee (geeft Apple Maps niet goed aan, trouwens), om twee haltes verder uit te stappen en via bochtige straatjes en paadjes naar boven te lopen.

Het museum was gesloten. Misschien was het dom van me dat ik het niet eerst uitgezocht had, maar gewoonlijk zijn musea in Japan gesloten op maandag, dus was er een basis van vertrouwen dat het op dinsdag open zou zijn… Helaas, pindakaas.
Ik had het inmiddels behoorlijk warm en een verlangen naar verfrissing en vooral naar koffie gekregen, Op zoek naar een goede koffiebar, dus.

Naast het museum is er een in principe makkelijke manier om het park weer uit te komen: de Hijiyama Park Skywalk, een lange sliert van conveyor belts die voor mij de tocht naar beneden makkelijk zou maken. Dacht ik, driekwart van de belts deed het niet.
Natuurlijk kwam ik er wel, maar de behoefte aan verfrissing was alleen maar erger geworden. Op naar een koffiebar!

Dat werd een vrij lange tocht. Deels door een heel gewone woonbuurt, dan weer langs brede boulevards, met veel omwegen, die ik denkelijk zelf veroorzaakt had door niet goed op de routeplanner te letten, maar ik kwam dan toch terecht bij de plek waar een goede koffiebar zou moeten zijn. Niet dus. Een soort deelruimte met allerlei zaakjes, met ook een hoekje met een koffiemachine. Niemand aanwezig. En ook niet de vibe die ik verwacht van een goede koffiebar.

Naar een volgende dan maar. Die weer iets van een half uurtje verderop te vinden zou zijn, volgens Maps. Wat dus weer veel langer werd omdat ik alweer de geplande route niet exact volgde, op een gegeven moment een verkeerde knop indrukte (denk ik) en er dus aan voorbij gelopen was en pas tien minuten later dat ontdekte. En weer op mijn schreden moest terugkeren, om eindelijk bij Miles Coffee binnen te kunnen stappen, net op tijd om niet heel erg nat te worden door een net begonnen regenbuitje.

Als inhaalslag heb ik twee koffie gedronken: een iced latte en een americano. En ook twee keer iets erbij: ijs en tiramisu. Dat had ik wel verdiend na al dat geklep en de teleurstelling van het gesloten museum, vond ik.

Uitgerust, gecaffeïneerd en weer wat opgedroogd, ging ik retour hotel. Er lag nog wat werk op me te wachten (blog!) en de voetjes deden ook zeer.
Dat gemiste museum doet een beetje pijn; ik weet niet of ik ooit nog in Hiroshima kom. Eigenlijk was het plan om hier drie nachten te blijven, maar gisteren (maandag dus) heb ik bedacht dat het handiger is om de volgende etappe wat langer te maken door niet één, maar twee nachten in Okayama te blijven. Deze dinsdag was dus de laatste volle dag in Hiroshima.

Italianen en wallonen

Persoonlijk

Voordat ik echt achter raak met het dagelijkse verslag, bij deze een inhaalslag: maandag 12 oktober was het weer een verhuisdag. Na veel te kort geslapen te hebben (het lijkt erop dat mijn slaapritme voorlopig niet normaal wordt), werd ik een kwartiertje voor de wekker om 9 uur zou gaan wakker & besloot er gewoon voor te gaan.
Fris gedoucht en met goeie zin stond ik al snel buiten te wachten op tram nummer 1 (alweer!) die me naar Nagasaki Station zou brengen. Een halte of twee verder stapten naar schatting een dozijn Italianen ook op de tram. Dat wil zeggen, men deed een poging. Of het uit onwennigheid was, of gewoon omdat Italianen altijd zo doen, liep men niet vlot naar voren, plaatste de vele bagage zo dat het flink in de weg stond, ging men uitgebreid in discussie met elkaar of hoe of wat (zo interpreteerde ik het tenminste met mijn beperkte kennis van hun taal) en deed weinig uit op de instructies en beden van de trambestuurder. Het duurde zeker vijf minuten voor de deuren weer dicht konden en de route hervat.

Eenmaal op het station, wat nog nog even zoeken was, nadat ik eerst verdwaalde in een winkelcentrum, ging het vervolg van de reis vlot. QR-code scannen bij een toegangspoortje, plaatsbewijsje dat eruit floept meenemen, perron opzoeken waar de trein vertrekt, wachten, instappen, stoel opzoeken en zoef… Bullet train, baby!

En na een half uurtje in razend tempo door het Japanse landschap zoeven hield het op. De Shinkansen-route van Nagasaki naar Hakata is nog niet af. In Takeo-onsen moet je overstappen in de Limited Express die om het makkelijk te maken op de andere kant van het perron waar de trein aankomt klaar staat.
Easy peasy, toch? Nou…, ik had blijkbaar zo’n dag dat de grijze celletjes langzaamaan deden, want niet veel later zou blijken dat ik een trein te vroeg had gepakt.

Wagen 5, stoel 14D. Verwarring! Iemand had dezelfde stoel! Maar we kwamen er samen uit. Ik op D, hij op C, die toch leeg was. We raakten in gesprek; hij was een Braziliaanse Canadees, die een sabbatical doorbracht in Japan. We waren in een goed gesprek verwikkeld toen er nadat de Limited Express even was gestopt op een tussenstation, er een oudere heer opdook die een kaartje voor stoel 14C had. En toen werd me dus duidelijk dat ik in Takeo-onsen acht minuten had moeten wachten op de juiste trein. Tja, ik ben maar naar de Non Reserved afdeling gegaan, waar trouwens heel veel plek was. Wel jammer van het gesprek dat juist zo mooi op gang was.

In Hakata had ik een minuut of dertig om de aansluitende Shinkansen naar Hiroshima te nemen en dat liep nagenoeg zonder incidenten goed af (wel ruzie gehad met een poortje).
In Hiroshima bleek de stationsomgeving heel erg veranderd sinds ik er een maand of achttien geleden was. Er werd nog steeds gebouwd, maar het leek erop dat het bijna af was.

Mijn hotel ligt vlakbij het station en ik heb me even opgefrist en ben daarna de omgeving gaan verkennen. Om de hoek vond ik de Japanse pendant van een winkeltje dat heel lang in de Korte Haaksbergerstraat te Enschede heeft bestaan, SHC Second Hand Camera’s. Helaas had men hier geen lenzen voor de Asahi Pentax 67 waarmee ik binnenkort weer eens analoog ga fotograferen.

Wel dit hierboven: een onderwatercamera van Asahi Pentax waarvan ik niet eens wist dat-ie bestond. Moet ik eens een keer gaan uitzoeken. De prijs is niet fout: een fractie boven de 190 euro.

Inmiddels was het donker geworden en de buurt die ik vrij willekeurig ingewandeld was, had niet veel te bieden. Hier lag een fijne uitdaging voor een stadsplanner. Hoewel er ook wat voor te zeggen is om oude glorie in stand te houden. Echte neon zie je nauwelijks nog — het is allemaal led.

Hoewel ik vrij doelloos rondzwalkte, kwam ik een paar keer deze meisjes achterop. Geen tweeling, maar op een bepaalde manier wel.
Ik zocht even op mijn iPhone op waar ik was beland en dat bleek op een half uur lopen van mijn hotel te zijn. Terug dus maar.

Mijn hotel heeft zoals hier wel vaker, een entree op de begane grond, waar je de lift kunt nemen naar de lobby, die een of meer verdiepingen hoger is, in dit geval de vierde, of met je pasje gelijk naar de verdieping waar je kamer is. Dat laatste was de bedoeling, maar de lift stopte toch op de vierde verdieping. Daar in de lobby zag het bijna zwart van de zwaarbepakte toeristen die blijkbaar net ingecheckt hadden. Een flink deel van de groep ging de lift in waar ik al snel in een hoekje gedrukt werd. Het bleken Franstalige Belgen te zijn, wallonen dus.
Om mij op de vijfde verdieping eruit te laten moesten ze zo’n beetje allemaal eerst de lift uit met hun twintig koffers. Wallonen…

Na wat uitzoekwerk op de MacBook (volgende etappe, hotels boeken, dat soort dingen) ben ik tv gaan kijken en op tijd gaan slapen.

Sorry, geen puf

Persoonlijk

De laatste dag in Nagasaki en ook nog eens zondag. Maar ik was moe, heb uitgeslapen, een groot deel van de middag wat dingen uitgezocht voor de rest van de trip & had gewoon geen puf om wat te ondernemen. Ik ben wel nog even naar Chinatown gelopen, waar ik een green tea soft ice heb gehad.
Met op mijn hotelkamer met wat fruit, noten en crudités achter de kiezen en nog een halve AV Asahi DryZero te gaan, sluit ik het blog van vandaag af met twee plaatjes. Morgen naar Hiroshima!

Kunst, regen, koffie en curry

Persoonlijk

Deze zaterdag begon met een grijze lucht en later viel daar af en toe wat regen uit. Maar daar liet ik me niet door weerhouden. Al ruim voor tienen was ik op pad. Tram nummer 1 bracht mij naar de buurt waar het Nagasaki Prefectural Art Museum ligt. Een vrij nieuw, heel modern gebouw, bestaand uit twee volumes, eentje open en de andere gesloten, met elkaar verbonden door een omsloten brug.
Zoals al vaker had het een redelijk bescheiden aanbod. Wat design van lokale ontwerpers (vermoed ik), een zaal met moderne kunst (Picasso, Miró), een collectie Spaanse schilderijen die gedurende de laatste wereldoorlog verzameld was door de Japanse ambassadeur in Spanje (Yakichiro Suma — kleurrijk figuur, schijnt het), en een tentoonstelling over Kitty, die pas volgende week open gaat. Dat heb ik vaak: ga ik naar een museum, zijn ze nog bezig met afbreken of opbouwen.
Veel van het tentoongestelde mocht niet gefotografeerd worden. Van wat wel mocht een tweetal plaatjes:

Deze ’G-type Soy Sauce Bottle’s zijn in 1958 (!) ontworpen door Masahiro Mori & je ziet ze nog steeds overal in restaurants. Teken van goed ontwerp.

Na alles bekeken te hebben wou ik wat vitamine tanken bij het Museum Café, maar moest nog even wachten tot het openging. Net als deze meneer.

Als allereerste gast van de dag kreeg ik nummer 1 mee na besteld te hebben. Sinaasappelsap, wat ik echt nooit drink, maar vitamine, en een Baskische stijl cheesecake.

Omdat ik het de barista van een eergisteren beloofd had, en ook omdat ik echt nieuwsgierig was, was mijn volgende bestemming het ‘hoofdkwartier’ van Kariomons Roastery in Morimachi, waar (alweer!) tram 1, na een wat warrige tocht naar een vertrekhalte door een miezerend havenkwartier, mij een dik half uur later bracht.

Leuke zaak. De barista sprak redelijk Engels, de iced americano (een washed Caturra uit Honduras) was heel lekker. Ik raakte in gesprek met een jonge Japanner die naast me zat. Hij bleek onderwijzer te zijn aan het basisonderwijs, op bezoek vanuit Oita, een plaats drie auto-uren naar het noordwesten, waar volgens hem het allerbeste seafood vandaan kwam. Na een wat aarzelend begin kwam er mooi gesprek op gang; hij vroeg van alles aan me en ik moest mijn best doen om het zo duidelijk mogelijk te vertellen — de Japanse zinsopbouw en de Engelse verschillen zo dramatisch van elkaar dat de ‘ontvanger’ als snel de draad kwijt raakt als je niet kort en bondig bent.
Ik bood hem nog wat aan, maar hij moest weg. Dus dronk ik in mijn uppie nog een pour over van een Rwandese boon (washed Bourbon Sovu), die de barista me al had laten proeven. De roaster heb ik niet gezien, die stond een verdieping hoger; een antieke Probat, werd mij verteld.

Het regenen was inmiddels bijna opgehouden en de tijd drong ook een beetje, want ik had een tip van Craig Mod onthouden: een shabu shabu tentje dat lekker dwars Shaba Shaba heette en (niet toevallig) in de buurt van mijn hotel lag. Het tentje ging om half drie dicht. Dus weer met nummer 1, de andere kant op. Inmiddels vond ik mezelf al een expert tramreiziger…

Shaba Shaba bleek een behoorlijk klein tentje te zijn; met moeite had je er 15 mensen in kunnen persen, maar op het moment dat ik er kwam was enkel de chef aanwezig. En een hond. Zijn hond, denk ik.

Shabu 2x is dus curry, maar de grap van deze is dat er twee curries aan te pas komen: een met vis en een met vlees. Gescheiden door een dammetje van basmatirijst. Heel erg lekker, maar blijkbaar deed ik iets niet goed toen ik de curries om en om at, want chef gebaarde mij dat ik alles moest mixen, de taco in mijn vuist erboven vermorzelen, en gaf me nog een extra stukje citroen om over de mix uit te persen. Ik kan hem geen ongelijk geven: het was perfect en vooral mooi in balans. En dat voor een tientje, ongelooflijk. Typisch geval van één gerecht tot in de puntjes beheersen. Want chef verkocht alleen single en dual, maar volgens mij stond die eerste optie alleen maar op het menu voor de sier — dual was the way to go, voor iedereen.

Na dit super-maal liep ik, nu gelukkig vrijwel het hele end door overdekte straten, naar mijn hotel. Ik kwam nog door de Walvisstraat. Kocht fruit (mis ik behoorlijk) bij een kleine supermarkt, zag weer eens een heel typische gevel & ging eenmaal in het hotel eerst eens de Volkskrant inclusief Magazine lezen en vervolgens de was doen (coin operated). Dat moest zeker gebeuren, want het eind van schoon goed was in zicht.

Voor morgen ligt het programma nog niet vast. Hangt van het weer af.

Snotteren in Nagasaki

Persoonlijk

Deze vrijdag is laat begonnen en eindigt ook laat. Teveel airco heeft me licht verkouden gemaakt. Niet zo erg dat ik uit de running ben, maar net genoeg om me een beetje naar te voelen. Ook reden dat ik langer in bed ben gebleven en pas in de loop van de middag erop uit trok. Om de ‘verzameling’ vervoermiddelen aan te vullen stapte ik dit keer op een echte ouderwetse tram. En wel een leuke ouderwetse, van lijn nummer 1, die me naar de lokatie bracht waar op 9 augustus 1945 op 500 meter hoogte de tweede atoombom die ooit tegen de mens gebruikt werd, ontplofte.

Het Nagasaki Peace Park is gewijd aan vrede en heel uitdrukkelijk aan het uitbannen van de atoombom. Daar zijn inmiddels al vele decennia overheen gegaan en het lijkt er niet op dat de bom echt gebannen gaat worden… Dit is de Fountain of Peace.

In het park staat een hele zooi beelden, geschonken door landen of steden of organisaties. Allemaal met dezelfde goede bedoelingen (dat hoop ik tenminste), maar wat was het merendeel banaal en slecht, niet te filmen. Vooral de sculpturen geschonken door de Sovjetunie en andere (voormalige) oostbloklanden waren om te huilen zo lelijk.

Een stukje lager, en dan weer hoger, een straat verderop, is het Atomic Bomb Hypocenter, de plek waar het epicentrum van de ontploffing was. De bom was trouwens oorspronkelijk niet voor Nagasaki bestemd, maar voor een noordelijker gelegen plaats waar een grote vliegtuigfabriek stond. Daar was het wolkendek te dicht, dus werd het Nagasaki.

Als je je op een dergelijke plaats bevindt, is het niet moeilijk om emotioneel te worden. Dat door deze bom ruim 80 jaar tienduizenden mensen om het leven zijn gekomen, is niet te bevatten. De stille getuigen in een wand van deze plek zijn behalve puin en onherkenbaar verkoolde dingen ook dagelijkse items als serviesgoed en een beschadigde knijptang…

Ik was al snotterig, dus dit ging niet goed. Punt erachter en terug naar het centrum, in een tjokvolle tram (hebben we dat ook weer meegemaakt). In de buurt van het hotel was het festival nog steeds of alweer in volle gang. Er was een flinke volksoploop die het langzaam vooruitschuifelen, musiceren, zingen, schreeuwen, buigen en trommelen aanschouwde.

Na een bezoek aan een konbini liep ik via zijstraatjes terug naar het hotel. Ik heb niet in de rij gestaan zoals deze mensen, maar at op mijn kamer wat salade die ik gekocht had.

De rest van de avond heb ik besteed aan het (op papier!) aanvullen van mijn reisschema, dat nu vrijwel rond is als het gaat om waar ik wanneer wil zijn. Of wanneer waar.
Hopelijk is het snotteren morgen over. De airco heb ik uitgezet…

Met de bus naar Nagasaki

Persoonlijk

Het zal wel dwangmatig van me zijn, maar ik wil tijdens zo’n reis als deze zoveel mogelijk vervoermiddelen gebruiken. Tot vandaag, de achtste oktober, waren dat trein (Enschede–Schiphol), vliegtuig, taxi, stadsbus, monorail, en regiotrein. Om in Nagasaki te geraken komt daarbij: ondergrondse en expressbus.

Even na negen opgestaan in Fukuoka; na een vlotte rit in de metro al even voor tien op het busstation in Hanaka, terwijl mijn bus pas om 10:46 vertrok. Geen probleem, er viel genoeg te observeren. Zo was er een westerse generatiegenoot van me (type korte broek en rugzak, wild haar) die blijkbaar het verkeerde ticket had. Hij sloeg zich overdreven hard voor het hoofd en spurtte naar een kaartjesautomaat om even later weer in de rij aan te sluiten.

De busreis duurde pakweg tweeëneenhalf uur, kostte een fractie meer dan 17 euro (!) en op een tweede opstaphalte in Fukuoka na, stopte de bus enkel aan het eind, even voor en in Nagasaki twee maal heel kort.

Volgens Maps was het een 20 minuten lopen naar mijn hotel, deels bergop. Had ik geen zin in met alle bagage die ik bij me had, dus ik nam een taxi. En dat ging dus even goed mis. De rit was niet lang, de chauffeur echter een heel nerveus mannetje. Ergens op een drukke straat stopte hij abrupt, gebaarde dat ik er was en moest ik snel betalen (1070 yen…) en mijn bagage uit de kofferbak halen. En weg was-tie alweer. Ik stond voor de ingang van zo’n typisch Japanse passage & hier bleek de ingang van mijn hotel, Forza Nagasaki (leuke naam, had een voetbalclub kunnen zijn), zich te bevinden. Ik mocht zelfs al inchecken, terwijl het nog geen twee uur was!
Bleek dat ik mijn iPhone in de taxi had laten liggen. In alle commotie kats vergeten. Gelukkig bood een vriendelijke juffrouw hulp. Ik wist me nog te herinneren dat de taxi wit en rood was, zij belde het taxibedrijf en waarempel: de iPhone was boven water. De chauffeur zou hem afleveren op de plek waar hij mij afgezet had.
Zo gebeurde, dat wil zeggen dat het mannetje er heel opgewonden over deed toen hij stopte en wild gebarend mij de iPhone aanreikte, zonder dat ik begreep wat hij bedoelde. Ik wou nog een foto maken (had immers de iPhone weer), maar hij was alweer weggescheurd.
Opgelucht ging ik naar mijn kamer op de tiende verdieping (in Nederland de negende verdieping), om na wat spullen uitgepakt te hebben te beseffen dat ik mijn gele tasje kwijt was. Die bleek nog in de lobby op een bankje te liggen, gelukkig. Er is vast een mooi treffend spreekwoord voor wat er gebeurd was, maar liefst vergat ik deze episode. Iets dergelijks is me trouwens vorig jaar ook in Tokyo bij aankomst gebeurd (lees hierover op deze site!).

Met mijn hele hebben en houden weer compleet, trok ik erop uit. Dieper de passage in, waar bleek dat ook de dwarswegen weer passages waren. Met allerlei soorten winkels en gelegenheden.

Ik had online een specialty coffee gelegenheid gevonden en die was niet ver weg. Nagasaki is een heuvelachtig gebeuren en heeft een heel speciale vibe. Ook hier is het weer opvallend dat Japanners zich zo goed kleden. Vooral wat wij omaatjes zouden noemen blinken uit in geraffineerde, unieke en smaakvolle combinaties. Ik zal proberen er wat foto’s van te verzamelen, alhoewel ik wel moeite heb om mensen ongevraagd vast te leggen.

Kariomons Coffee bleek een erg leuke en goede te zijn. Helaas geen gebak (was het al op?), maar ik dronk een lekkere iced latte en vervolgens nog een americano. En waarachtig raakte ik in gesprek met de barista’s en een klant. Nota bene dat het niet vaak voorkomt dat een Japanner én redelijk engels spreekt én dat durft te doen. Nu dus wel. Het meisje rechts op de foto vertelde in ons gesprek (over koffie natuurlijk) dat een collega van hen sinds maart in Rotterdam woont en daar bij een roastery werkt. !!!

Ik was helemaal blij na deze gebeurtenis. Beloofde nog om naar hun roastery vlakbij Peace Park te gaan, een dezer dagen, en vertrok richting Dejima Museum, terwijl me een ‘dankjewel’ in zuiver Nederlands nageroepen werd.

Dejima was een kunstmatig aangelegd eilandje in de haven van Nagasaki dat een paar eeuwen lang de enige handelspost in Japan was waar officiëel handel gedreven werd met het westen. En uitdrukkelijk enkel Portugal en later Nederland. Er moest trouwens wel huur in klinkend zilver betaald worden aan de handelslieden van Nagasaki die de aanleg bekostigd hadden. Vertaald naar nu een miljoen euro per jaar. Blijkbaar kon het uit, want de VOC heeft kapitalen verdiend aan de handel met Japan.

Van het oorspronkelijke Dejima is niet veel over, maar de laatste decennia is op de originele lokatie een reconstructie gebouwd, die een goed beeld geeft van ‘vroeger’.

Ik ben gek op dit soort plekken. Ook omdat je met een andere bril naar de je al bekende geschiedenis gaat kijken. En leuke dingen leert. Zo zijn er best veel woorden in het Japans die een Nederlandse oorsprong hebben, en brachten de Ollanders ook typisch vermaak als biljarten naar Japan.

In de coffee bar was mij al verteld dat er al drie dagen een festival bezig was, waarbij onder meer draken rondgedragen worden. Tegenover Dejima waren twee terreinen ingericht met eetstalletjes, podiums en tenten met vreemde spelletjes.

Ik heb dat allemaal met verwondering bekeken en ben vervolgens richting hotel gewandeld. Onderweg, in en om de passages kwam ik meerdere groepen tegen in traditionele kleding, die allerlei vreemde capriolen uithaalde, waarbij hard getrommeld en “Haah!” geroepen werd (video op verzoek). En ik waagde me aan een serieuze maaltijd: ramen.

Was heel lekker. En een mooie afsluiting van de dag. In een Lawsons heb ik nog twee blikjes AV gehaald en die op mijn kamer gedronken terwijl ik de plaatjes voor dit blog uitzocht.

Morgen is het weer nog goed, dus ligt een buitenactiviteit voor de hand. Wat, weet ik nog niet.