Een dag vol contrasten

Persoonlijk

Vandaag zijn we op een berg geweest, hebben we aan de oever van een meer gezeten, over hoofden gelopen en heel veel gelopen. De dag begon in de buurt van Daniëls hostel, bij 8 black birds café, een coffee bar (natuurlijk), waar we afgesproken hadden. De day trip begon vervolgens echt op Shichijo Station, voor de eerste etappe per trein.

Over dit fenomeen — dat verslaafd zijn aan mobieltjes — zou ik een hele verhandeling kunnen schrijven, maar dat gaan we maar niet doen. Misschien hadden ze allemaal een goede reden?

Awel, ik had mijn iPhone ook nodig om de trip te plannen, dus. Na twee treinritten arriveerden we bij het station van Eizen Cable. De Eizen Cable Car bracht ons een flink end hoger, waar we na een korte wandeling het beginpunt van de Eizan Ropeway bereikten. Die kabelbaan zette ons vervolgens af vlakbij de top van Mount Hiei.

Daar ging er dus iets mis. Of moet ik zeggen: daar gingen we de mist in. Een klim naar de top veranderde in een tocht rondom de berg, waarbij we over erg steile paden liepen en bijna niemand tegen kwamen; ook weer eens fijn na alle drukte van de steden tot nu toe.

Hoe hoger en verder we kwamen, hoe dichter de mist werd die behoorlijk sneaky vanuit het dal de berg opgekropen was. Dit deel van de berg bleek een showroom van tempels…

Toch weer tempels! Maar wel in een fantastisch decor. Met wat moeite en na een erg lange hike bereikten we bij het boven-station van Enryakuji Cable, waar we net een vertrek gemist bekeken te hebben. Een half uur later vertrokken we alsnog naar het benedenstation, waarbij de mist gestaag minder werd.

In Sakamoto aangekomen kreeg ik de achteraf onzalige behoefte om naar de oever van Lake Biwa te lopen. Dat bleek nog behoorlijk ver te zijn en na er in een rechte lijn naartoe gelopen te zijn, bleek het uitzicht weinig spectaculair.

Maar ik kon weer wat afvinken en Daniël was er sportief onder. Als we maar vrij vlot wat gingen eten, dat wel. Deden we dus op het station Hieizan-Sakamoto: sap en zoetigheid. En een versgebakken pizzaatje. Het was hierna weer wachten op de trein, maar dat gaf ook gelegenheid tot uitbuiken…

De volgende etappe werd Gion, een buurt in Kyoto die veel toeristen op hun bucketlijst hebben staan. Voordat we die verkenden dronken we eerst koffie in een tentje die ik tijdens mijn reis vorig jaar bezocht had. Daniël was niet te spreken over de flat white, maar mijn iced latte was okay.

Na Gion liepen we westwaarts en hebben een tijdje aan de oever van de Kamogawa gezeten, luisterend naar een Japanse busker. Iets verderop doken we de eindeloze passages van de winkelbuurt Kawaramachi in, waar al snel bleek dat het contrast tussen de rust op Mount Hiei en de drukte van de stad misschien iets te groot was.

Het begon donker te worden en we besloten de excursie te beëindigen en namen een bus die Daniël in de buurt van zijn hostel afzette en mij met een bocht om Tokyo Station in de buurt van mijn hotel bracht.
Met wat koele blikjes AV-bier in de tas kwam ik rond zes uur op mijn kamer, waar ik met enig schuldgevoel, want te laat, nog een verslag over gisteren schreef en toen ook deze bijdrage.
Morgen gaan we het even rustig aan doen. Op dit moment heb ik nog geen idee wat de woensdag gaat brengen, maar dat zal op deze site wel weer wereldkundig gemaakt worden.

Het was maar een halfuurtje

Persoonlijk

Maandag de negentiende. Daniël en ik hadden afgesproken bij een coffee bar die hij al eerder getest had: coffee tales, niet ver van mijn hotel, waardoor het niet echt een ding was om mijn bagage al mee te nemen. Na koffie en wat te eten (ja, ik heb weer een ontbijt gehad!) nam ik de metro naar Shin-Kobe, het station waarvandaan de bullet-trains vertrekken (en aankomen, natuurlijk). Daniël ging via zijn hostel lopend. Ik heb geprobeerd hem dat uit het hoofd te praten, maar sportman is sportman, dus hij ging te voet.

Gek genoeg kwam hij niet eens veel later dan ik aan. In ieder geval nog ruim op tijd voor vertrek van de gereserveerde Nozomi die om 12:16 zou vertrekken; ik had de e-tickets al paraat. Helaas had ik die tickets per abuis voor vertrek een week later gereserveerd, waardoor we wat oponthoud kregen. Ik kon het redelijk snel fixen, met een heeeeeel kleine boete voor deze gaffe.
Zo vertrokken we met 14 minuten vertraging om 12:30 en kwamen we om 12:59 aan op Kyoto Station. Daar dropten we onze bagage bij Hotel Briller en liepen rechtstreeks naar een coffee bar die ik vorig jaar al getest had: the lower east nine café kyoto, waar de koffie ook goed smaakte.

Na dit intermezzo liepen we terug naar mijn hotel om Daniëls bagage op te pikken en gingen we naar zijn hostel, dat aan de andere kant van het station lag. Onderweg bleek dat Daniël stiekem een zaak in Japan had geopend.

Nadat Daniël zijn bagage had gedropt bij zijn hostel liepen we noordwaarts richting de Bukko-ji Temple, met de gedachte dat je in Kyoto toch minstens één tempel gezien moet hebben. Nu had ik deze al gezien, maar ik had ook als snode reden juist deze te bezoeken, dat er een leuke winkel op het tempelterrein was. Dat heet een win-win situatie.
Na het bidden en de winkel bekijken liepen we weer eens richting zuiden, want de middag was al flink opgeschoten.

Daniël bleek nóg een zaak in Kyoto te hebben, waarvan hij niet verteld had. Wat trouwens niemand ons verteld had, maar ik had kunnen weten, is dat Kyoto heel erg uitgestrekt is en de afstanden navenant groot. De stappentellers hadden alweer een limiet bereikt en ook mijn uithoudingsvermogen. Dus gingen we elk naar ons verblijf met de afspraak om op dinsdag een day trip naar een berg noordoostelijk van Kyoto te maken.

Omdat de verhouding schoon en niet-schoon goed erg in het nadeel van de eerste was geraakt, moest de was gedaan worden. Zoals in de meeste hotels beschikt Briller over een ruimte waar wasmachines en drogers staan die door de gasten gebruikt kunnen worden. Wel tegen betaling, wat een van de redenen is dat ik vrij fanatiek honderd-yen-munten verzameld had. En daarvan had ik er heel wat nodig, want de god van de wasmachines was mij niet goed gezind.
Een wasbeurt duurt dertig minuten. Ik gooide mijn was in het apparaat, dropte drie munten van honderd yen in de gleuf en ging op mijn kamer wachten tot de was geklaard was. Na terugkomst bleek van niet; de was was kletsnat en leek niet echt schoon. Foutcode op de display! Hulp erbij halen — de dame van de balie frummelde wat, verving een houder met vloeibaar wasmiddel, trok de stekker eruit & deed die er weer in, en gaaf met gebaren aan dat het nu wel goed zou gaan. Drie munten in de gleuf & terug naar mijn kamer…

Dertig minuten later hetzelfde verhaal: foutcode 777. En nog steeds geen schone was. Gelukkig was de tweede machine inmiddels beschikbaar en die wou natuurlijk weer drie munten hebben. Het liep inmiddels tegen half negen, maar ik had er fiducie in dat ik genoeg geofferd had aan de wasmachinegod. Weer een half uur later bleek dat waarempel het geval: de was was gewassen. Nu nog drogen. Honderd yen voor een half uur. Uit eerdere ervaring wist ik dat een half uur volkomen ontoereikend was voor een lading natte katoen en dat bleek ook het geval. Twee uur en 400 yen later was het wasgoed nog een beetje vochtig, maar mijn geduld helemaal op. Ik heb de t-shirts, shorts, polo’s en sokken op strategische plekken in mijn hotelkamer gedrapeerd en opgehangen en ben naar bed gegaan.

Up in the air and down for sushi

Persoonlijk

Dat het vandaag zondag is? Geen idee, eigenlijk. In Kobe, op straat en ook op de andere plekken waar ik vandaag was, leek het net zo druk als op andere dagen op andere plekken in dit land. De dag begon niet al te laat, want Daniël en ik hadden met Sascha afgesproken in een van zijn favoriete coffeebars, rond half tien. D kwam mij ophalen bij mijn hotel, want dat lag voor hem toch op de route.
Het was mijn fout, nou ja, ongewild gemaakt, dat we eerst naar het tweede tentje op Sascha’s shortlist gingen, want ik had online gezien dat het eerste gesloten zou zijn. Zoals zo vaak had het internet het fout; Coffee LABO Frank was wel open. Na terugkoppeling met S zijn we na een kort bezoekje aan LIMA COFFEE naar het LABO gewandeld en ontmoetten we daar Sascha, die blijkbaar na vier maanden Japan al goed ingeburgerd was, want hij zat al aan de thee en at een wafelgerecht dat er heel lekker uitzag en kletste met de barista. Dat gerecht hebben D en ik toen ook voorgeschoteld gekregen. De koffie was ook heel goed.

Omdat ik bij LABO had beloofd dat we terug zouden komen, moesten we daar ook nog koffie gaan drinken, natuurlijk… Misschien iets te veel caffeïne in totaal voor mij, maar tja.

Min of meer omdat ik al heel lang niet in een kabelbaan was geweest, zijn we toen naar de Kobe Nunobiki Herb Garden Ropeway gelopen, waarvan het begin naast het Shin-Kobe station ligt. Onderweg kon ik natuurlijk dit fotomoment niet laten lopen:

Eer ropeway is letterlijk vertaald een kabelbaan. Deze ropeway was dan ook een kabelbaan, gemaakt naar Oostenrijks ontwerp. Enkel de sneeuw ontbrak nog weer mijn wintersportgevoel te krijgen van twintig, vijfentwintig jaar geleden, toen ik wel eens ging skiën in Tirol.

Boven aangekomen leek het trouwens of er een ontdooid stukje Oostenrijk of Beieren nagebouwd was, maar die beelden zal ik jullie besparen. Het uitzicht daarentegen… waanzinnig.

Omdat we een retourtje voor de kabelbaan hadden zijn we niet helemaal naar bendeden gewandeld, maar halverwege na wat in de rij staan weer in een wiebelige cabine gestapt en naar het beginpunt teruggegaan.

Qau lopen, dus stappen, hebben we eigenlijk teveel gedaan. Want we zijn zo ongeveer vanaf de buurt waar de coffee bars liggen, Minatomotomachi, naar Shin-Kobe gelopen en vervolgens met een kronkel weer bijna helemaal terug om uiteindelijk in de Motomachi III passage in een sushirestaurant te belanden. Dat werd dus een heel late lunch, of heel vroeg diner zo men wil, maar het smaakte prima. D won als het ging om aantal schoteltjes, maar mijn toetje was lekkerder dan de zijne. S was weer zeer bescheiden en deed niet mee in de rangorde.

Na dit maal namen we afscheid van Sascha en zijn D en ik naar onze respectievelijke thuisbasissen gegaan om nu toch eens echt goed uit te rusten en ons voor te bereiden op de move naar Kyoto, morgen. Ik heb vandaag bijna zeventienduizend stappen op de teller gekregen, maar Daniël zeker iets van duizend maar. Dus dat heeft–ie dan wel weer gewonnen.

Een goed ontbijt en Kobe weer zien

Persoonlijk

Men beweert dat het ontbijt de belangrijkste maaltijd van de dag is. lariekoek, vind ik. Ik doe gewoonlijk niet aan ontbijt. Dat kan ook komen omdat ik dik een decennium geleden begon met intermittent fasting, een leefwijze waarbij je maar een beperkt aantal uren per dag voedsel tot je mag nemen. Dan moet je natuurlijk kiezen voor ontbijt, lunch of diner. En aangezien ik toch al niet graag vroeg opsta, was de keuze makkelijk: begin van de avond eten en dat was dat.

Maar het Benesse Art Hotel bood ook een aantal interessante opties qua eten: twee restaurants, een op Franse leest geschoeid en een Japans. Bij het reserveren een paar weken geleden bleek de mogelijkheid te bestaan om een echt Japans ontbijt te bestellen. En dat ik heb ik toen maar gedaan.

Wat achteraf heel slim van mij was, omdat dineren op de dag van aankomst weer niet kon: volgeboekt. Geen probleem voor mij. Wel een probleem: het vroeg opstaan. Ik wou het niet te laat maken om nog wat tijd over te houden voor rondkijken, dus de wekker om half negen gezet en al snel nadien op pad naar het hoofdgebouw, een kwartiertje lopen ‘down the road’ (niet echt, het was op het laatste stuk flink klimmen).

Het Japanse restaurant was dus in het museum. De maaltijd zag er beeldig uit en smaakte ook voortreffelijk: rauwe vis, gegrilde vis, tofu, pickles, een bonensaladetje, omelet, wat rettich en zo. Daarbij een klein glaasje heel speciaal sap, ook een kom erg lekkere boekweitthee. En natuurlijk rijst en kombu. Iets later werd er nog een sortering gestoomde groeten met een stukje kip gebracht, met een lekkere saus plus zout van het eiland. Alsof dit nog niet genoeg was als afsluiter koffie en een schijfje meloen waarvan ik het type en de naam niet onthouden heb.

Na dit copieuze gebeuren heb ik nog wat in het museum rondgekeken. Bij daglicht toch weer een heel andere ervaring dan in het donker. Deze meneer liep er ook rond & hem had ik al op zeker drie andere momenten en plekken eerder gezien.

Terug naar mijn vertrekpunt van de ochtend. Dit is de hotelvleugel van Benesse Park. Mijn kamer was op de onderste rij ergens in de buurt van die vrijstaande betonnen kolom. Dat glazen ding op de voorgrond is een kunstwerk waar ik niets van begreep en dat me ook niets deed, van binnen niet en van buiten ook niet. Het had misschien iets te maken met stilte. Binnen, met de schuifdeur dicht, hoorde je niks.

Nee, dan dit: een pompoen van Yayoi Kusama, gevierd kunstenaar in heel de wereld, maar vooral in Japan. Ze is nog niet zo lang geleden overleden. Mensen zijn dol op haar beelden. Ook hier, op een pier in de Seto Sea.

Nadere bestudering leerde mij dat de stippen met de hand geschilderd waren.

En ja hoor, ook bij de haven stond er eentje! Hier gefotografeerd vanuit de veerboot. Want ik moest wel weer verder, of zoals we in Twente zeggen ‘vedân’.

Dit gevaarte ging ook mee.

Vanuit Uno nam ik de trein naar Okayama (een keer overstappen) en van daaruit de Shinkansen naar Kobe. In die trein zat er een oudere dame, piepklein, maar erg pienter, naast me en die ging met me praten. Dat werd dus een moeilijk gesprek, want mijn Japans is beperkt tot zes, zeven woorden, dus snapte ik niets van wat mij verteld werd. Noch wist ik te antwoorden op wat ongetwijfeld vragen waren.

Met enige opluchting verliet ik de trein op station Shin-Kobe. De dame bleef zitten; ik geloof begrepen te hebben dat ze naar Osaka ging… Ik ging naar het Takenaka Carpentry Tools Museum. Daar was ik vorige jaar ook geweest, maar ik had een goede reden voor een weerzien: een expo over George Nakashima, een befaamde Japans-Amerikaanse meubelmaker.
Ook leuk aan dit museum (alles is er trouwens leuk): er is een werkplaats waar je mag pielen met hout. Leuk voor jong en oud.

Ik heb er toch weer flink wat tijd doorgebracht, wat boeken gekocht, even in de lounge in de tuin gezeten (groene thee spons-cake voor 200 Yen!), en ben vervolgens teruggelopen naar het station.

Door wat ongelukkige input in de routeplanner kwam ik in de verkeerde wijk uit de metro. Zoeken, zoeken, zoeken naar het hotel: het tekentje en mijn bolletje kwamen steeds weer bij elkaar, maar geen hotel te bekennen. Na iets te veel van dat soort momenten werd het me duidelijk en een hernieuwde zoekopdracht leverde wel een correcte route op. Dus twee stations terug met de metro, en een korte wandeling later arriveerde ik bij Hotel the b kobe, waar mijn koffer, twee dagen eerder in Okayama verzonden, al voor mij klaarstond.

Na wat uitgerust te hebben en het zweet van de dag afgespoeld, ging ik naar de plek waar ik met Daniël (ja, die was nu ook in Japan!) afgesproken had. Ik was te vroeg, hij was op tijd. En had honger. We hebben een serieuze expeditie ondernomen om tot een gerichte keuze te komen qua soort maaltijd en ook qua gelegenheid. Zo belandden we in een yakatori-tentje, waar we van een een prima maaltijd genoten hebben. Veel van de houtskool-grill, maar ook wat rijst, dus variatie!

Na de maaltijd hebben we ons nog in het nachtleven van Sannomyia gestort… Grapje! We hebben de buurt verkend, een ijsje gehaald en nog wat drankjes gedaan op een terras. En even na tienen gingen we braaf elk ons weegs. Daniël terug naar zijn hostel, ik naar mijn b in kobe (ja, dat verzin je niet, Bert in Kobe), waar ik, rond kwart over twaalf dit verhaal aan het afronden ben. Net niet de deadline van zaterdag 17 oktober gehaald, maar het is wel af.

Slapen in een Tadao Ando

Persoonlijk

Misschien een rare titel, maar dekt wel de lading. Ik schrijf dit in kamer 1111 van het Benesse House Park Hotel, op het eiland Naoshima, dat deel uitmaakt van Benesse Art Park. En het is, net als negen andere gebouwen op dit eiland, ontworpen door de fameuze Japanse architect Tadao Ando.

Om zoveel mogelijk te profiteren van de dag ben ik vroeg opgestaan, dat willen zeggen voor mijn doen, om half negen, heb mijn koffer door de supercorrecte baliemedewerksters laten versturen naar het hotel in Kobe waar ik zaterdagavond incheck (heel handig om niet zoveel baggage mee te hoeven zeulen; ik heb nu een rugzakje met twee verschoningen en nog wat, plus een schoudertas bij me), kon op het station warempel de goede trein richting Uno vinden en kwam zonder kleerscheuren, na een enkele overstap, aan bij de plek waar de ferry naar Naoishima vertrekt.
Dat deden trouwens meer mensen, maar een en ander werd met Japanse efficiency afgehandeld en na een korte boottocht belandde ik op het eiland.

Een courtesybus van Benesse bracht mij naar een plaatsje aan de andere kant van het eiland, Hommura, en nam mijn rugzak en tas mee naar het hotel. Het eerste aanlegpunt voor mij was het Naoshima New Museum of Art, ook ontworpen door Tadao Ando…

Het hier getoonde had heel hoge kwaliteit. Ik was vooral onder de indruk van een project (de naam van de kunstenaar zoek ik later nog op, sorry) bestaande uit een aantal aaneengeschakelde kamers, helemaal vervaardigd uit gekleurd gaas en draad. Iedere kamer stond voor een vertrek in een stad waar de kunstenaar geweest was en had een eigen kleur.

De mate van detaillering was ongelofelijk. En het was razend knap gemaakt.

Het gebouw ook. Ando wordt wel de meester van het beton genoemd en die titel is hij zeker waard. De ruimtes in zijn gebouwen zijn soms beklemmend, dan weer openen ze zich naar de hemel, of omvatten je op een bijna baarmoederlijk wijze.

Deze installatie met opgezette (of heel knap nagemaakte) wolven was exceptioneel. Met nagenoeg onzichtbare draden opgehangen, elke wolf met een eigen onderscheidende identiteit en uitstraling. Humoristisch, toch vervreemdend.
En zo was er meer moois te zien. Ik heb na alles bekeken te hebben een iced latte gedronken in het Museum Café, met avocadotoast, en ben toen op weg gegaan naar het Ando Museum. Dat had middagpauze, dus heb ik het dorpje verkend. En er werd gebouwd met hout.

In een Coöperatie-winkel nog wat fruit en een ijsje gehaald, dat opgegeten, en mooi op tijd terug bij het Ando Museum. Wat alweer een hele goeie ervaring was. Van alle tien objecten die hij op dit eiland gebouwd heeft waren er ontwerpschetsen, plus de nodige informatie over ander werk van hem. Plus natuurlijk een overzicht van leven en carrière van de goede man. Opmerkelijk is dat hij zichzelf geschoold heeft tot architect en al heel snel doorbrak tot de hogere regionen van de architectuur. Leuk om te weten is dat hij een van zijn eerste projecten in beton later teruggekocht heeft en daar zijn studio vestigde.

Op de plek waar het busje van Benesse me afgezet had, kon ik weer opstappen om naar het hotel geraken. Inmiddels was de zon al bijna onder en dat levert vaak mooi zacht licht op, en stemmige foto’s.

Het inchecken was een ervaring op zich. Alles werd uitgebreid uitgelegd. En dan mijn kamer. Ook hier weer typische Ando-dingen qua vormgeving en detaillering. Dit keer voornamelijk in hout, wat, zo zei mij de juffrouw die mij naar de kamer bracht, heel bijzonder was. Geloof ik onmiddellijk.

In elke kamer van dit hotel hangt een kunstwerk, dus het hotel is ook een museum. In de mijne een prent van James Turrell.
Na even bijkomen heb ik de kunst in de rest van het gebouw bekeken, de shop even doorvorst, om daarna op weg te gaan naar wat het oorspronkelijke museum is, dus het allereerste gebouw.

Ook hier weer kunst van hoog niveau, zoals deze van David Hockney.

Ando is dus een meester van het licht en gebruikt vaak op het oog op vreemde plekken geplaatste openingen, die je dus pas snapt als je er werkelijk bent. Ik vind het waanzinnig. Veel mensen vinden beton kil en zakelijk, maar wie mijn woning kent weet dat ik daar anders over denk. Ik ben een fan van Ando.

Ok, dat is duidelijk. Het is inmiddels donker, de krekels doen wat ze doen, ik heb gedoucht en een bad genomen en verheug me al op morgenochtend: een Japans ontbijt en nog wat bezichtigen op dit wonderlijke eiland.

Een middag in Kurashiki

Persoonlijk

Vandaag een uitstapje naar Kurashiki, een half uur met de trein. Goed uitgeslapen en met goede zin, ook dat. Doel was een buurtje dat een hoog nostalgisch karakter zou hebben. In de beschrijving werd zelfs het woord ‘grachten’ gebruikt.

In Kurashiki ben je welkom, wat toch fijn is. Met de bus verder leek me niet zo’n goed idee, aangezien alle informatie in het Japans was en ik geen zin had een en ander door Translate te halen. Het werd dus lopen. Schuin tegenover het station lag een passage waar middels borden werd aangeduid dat het een shortcut naar bedoelde buurt zou zijn. Ik nam dat maar voor waar aan. Het bleek ook waar. En er bleek ook een coffee bar te zijn die me heel geschikt leek voor mijn koffiemoment: GJG Espresso Coffee. De barista was een zeer vriendelijke jongeman. De iced latte (weer een Ethiopische boon) was voortreffelijk; bij de long black (hot) die ik vervolgens dronk, viel me op dat de Ethiopische boon behoorlijk donker gebrand was. Niet echt een minpuntje omdat het bitter niet heel prominent was.
Er stond een platenspeler op de vloer, er werd goede muziek gedraaid, de ouderwetse koffiebrander van Japans fabrikaat ratelde op de achtergrond en verspreidde donkere geurnoten, de mensen die koffie haalden waren interessant, kortom een goede plek.

Maar de excursie was nog maar net begonnen. De straatjes in de buurt ademden de sfeer van honderd jaar geleden, er bleken een paar veelvuldig voorkomende soorten winkels te zijn: keramiek (lokaal product) en denim (lokaal product — er was ook een oud bedrijvencomplex dat vroeger een spinnerij was en nu leuke zaakjes huisvestte), plus een paar winkels waar mate verkocht werd. Mate (niet het drankje, maar een samenvoeging van masking tape) is een ding in Japan. Tape is er in waanzinnig veel kleuren, decors, uitvoeringen.

Dat ‘grachten’ bleek ook nog eens waar te zijn…

Toch kan dat nostalgische thema ook te ver doorgevoerd worden, vind ik. Maar het stel in de riksja vond het blijkbaar geweldig.

Een van de leukste dingen die je kan overkomen als je in een buurt willekeurige zijstraatjes inloopt, is dat je iets ontdekt dat helemaal in jouw straatje past. Ik ben een groot fan van Japanse houtsnede prints, Ukiyo–e, en ik ontdekte in een zijstraatje een museum helemaal gewijd aan Kuniyoshi, een van de top-meesters op dit gebied, actief in de negentiende eeuw. Het museum is gevestigd een traditionele grote villa en je loopt er op slippers door heel veel tatami-kamers, met heel veel fantastische ukiyo-e’s. Helaas was fotograferen niet toegestaan. Ik heb er zeker een uur doorgebracht, met stijgende verbazing over de gedetailleerdheid van de prints en de kwaliteit van de tekenkunst van Kuniyoshi.

Na dit absolute hoogtepunt ben ik nog naar de naastgelegen Achi-jinja Shrine geklommen, waar het zeldzaam rustig was. Het liep inmiddels tegen het eind van de middag en hoewel ik iets van drie uur eerder een cuban sandwich had gegeten (geïnspireerd op de film ‘Chef’ van Jon Favreau — er hing een poster in het tentje), leek het me opportuun nog wat te gaan eten, aleer terug te gaan naar Okayama. Dat werd dus gyoza’s met wat gebakken rijst (en een Asahi SuperDry 0%) in een soort cafetaria in de passage.

En nu het toch over eten gaat: ik moet iets rectificeren. En wel wat ik eerder schreef over shabu shabu, naar aanleiding van mijn curry-maal bij Shaba Shaba in Nagasaki. Shabu shabu is geen curry, maar een soort hot pot. De chef in N zal het als een woordgrapje bedoeld hebben. Mijn excuses voor deze fout.

Het busstation nog een keertje:

De trein terug naar Okayama was afgeladen vol, dus de ervaring van hutjemutje staand in de trein kan ik nu ook wegstrepen op het lijstje typisch-Japan-ervaringen.
In Okayama heb ik nog even een Muji opgezocht voor een boodschap (een extra mini-oplader) en ben daarna als afsluiting van de dag met twee blikjes AV in het hotel gaan recupereren.
Vandaag was een leuke dag, ik zou iedere dag wel een ukiyo-e expositie willen bekijken, en morgen zou wel eens nog leuker kunnen worden. Waarom? Dat is nog even een verrassing.