Een goed ontbijt en Kobe weer zien

Persoonlijk

Men beweert dat het ontbijt de belangrijkste maaltijd van de dag is. lariekoek, vind ik. Ik doe gewoonlijk niet aan ontbijt. Dat kan ook komen omdat ik dik een decennium geleden begon met intermittent fasting, een leefwijze waarbij je maar een beperkt aantal uren per dag voedsel tot je mag nemen. Dan moet je natuurlijk kiezen voor ontbijt, lunch of diner. En aangezien ik toch al niet graag vroeg opsta, was de keuze makkelijk: begin van de avond eten en dat was dat.

Maar het Benesse Art Hotel bood ook een aantal interessante opties qua eten: twee restaurants, een op Franse leest geschoeid en een Japans. Bij het reserveren een paar weken geleden bleek de mogelijkheid te bestaan om een echt Japans ontbijt te bestellen. En dat ik heb ik toen maar gedaan.

Wat achteraf heel slim van mij was, omdat dineren op de dag van aankomst weer niet kon: volgeboekt. Geen probleem voor mij. Wel een probleem: het vroeg opstaan. Ik wou het niet te laat maken om nog wat tijd over te houden voor rondkijken, dus de wekker om half negen gezet en al snel nadien op pad naar het hoofdgebouw, een kwartiertje lopen ‘down the road’ (niet echt, het was op het laatste stuk flink klimmen).

Het Japanse restaurant was dus in het museum. De maaltijd zag er beeldig uit en smaakte ook voortreffelijk: rauwe vis, gegrilde vis, tofu, pickles, een bonensaladetje, omelet, wat rettich en zo. Daarbij een klein glaasje heel speciaal sap, ook een kom erg lekkere boekweitthee. En natuurlijk rijst en kombu. Iets later werd er nog een sortering gestoomde groeten met een stukje kip gebracht, met een lekkere saus plus zout van het eiland. Alsof dit nog niet genoeg was als afsluiter koffie en een schijfje meloen waarvan ik het type en de naam niet onthouden heb.

Na dit copieuze gebeuren heb ik nog wat in het museum rondgekeken. Bij daglicht toch weer een heel andere ervaring dan in het donker. Deze meneer liep er ook rond & hem had ik al op zeker drie andere momenten en plekken eerder gezien.

Terug naar mijn vertrekpunt van de ochtend. Dit is de hotelvleugel van Benesse Park. Mijn kamer was op de onderste rij ergens in de buurt van die vrijstaande betonnen kolom. Dat glazen ding op de voorgrond is een kunstwerk waar ik niets van begreep en dat me ook niets deed, van binnen niet en van buiten ook niet. Het had misschien iets te maken met stilte. Binnen, met de schuifdeur dicht, hoorde je niks.

Nee, dan dit: een pompoen van Yayoi Kusama, gevierd kunstenaar in heel de wereld, maar vooral in Japan. Ze is nog niet zo lang geleden overleden. Mensen zijn dol op haar beelden. Ook hier, op een pier in de Seto Sea.

Nadere bestudering leerde mij dat de stippen met de hand geschilderd waren.

En ja hoor, ook bij de haven stond er eentje! Hier gefotografeerd vanuit de veerboot. Want ik moest wel weer verder, of zoals we in Twente zeggen ‘vedân’.

Dit gevaarte ging ook mee.

Vanuit Uno nam ik de trein naar Okayama (een keer overstappen) en van daaruit de Shinkansen naar Kobe. In die trein zat er een oudere dame, piepklein, maar erg pienter, naast me en die ging met me praten. Dat werd dus een moeilijk gesprek, want mijn Japans is beperkt tot zes, zeven woorden, dus snapte ik niets van wat mij verteld werd. Noch wist ik te antwoorden op wat ongetwijfeld vragen waren.

Met enige opluchting verliet ik de trein op station Shin-Kobe. De dame bleef zitten; ik geloof begrepen te hebben dat ze naar Osaka ging… Ik ging naar het Takenaka Carpentry Tools Museum. Daar was ik vorige jaar ook geweest, maar ik had een goede reden voor een weerzien: een expo over George Nakashima, een befaamde Japans-Amerikaanse meubelmaker.
Ook leuk aan dit museum (alles is er trouwens leuk): er is een werkplaats waar je mag pielen met hout. Leuk voor jong en oud.

Ik heb er toch weer flink wat tijd doorgebracht, wat boeken gekocht, even in de lounge in de tuin gezeten (groene thee spons-cake voor 200 Yen!), en ben vervolgens teruggelopen naar het station.

Door wat ongelukkige input in de routeplanner kwam ik in de verkeerde wijk uit de metro. Zoeken, zoeken, zoeken naar het hotel: het tekentje en mijn bolletje kwamen steeds weer bij elkaar, maar geen hotel te bekennen. Na iets te veel van dat soort momenten werd het me duidelijk en een hernieuwde zoekopdracht leverde wel een correcte route op. Dus twee stations terug met de metro, en een korte wandeling later arriveerde ik bij Hotel the b kobe, waar mijn koffer, twee dagen eerder in Okayama verzonden, al voor mij klaarstond.

Na wat uitgerust te hebben en het zweet van de dag afgespoeld, ging ik naar de plek waar ik met Daniël (ja, die was nu ook in Japan!) afgesproken had. Ik was te vroeg, hij was op tijd. En had honger. We hebben een serieuze expeditie ondernomen om tot een gerichte keuze te komen qua soort maaltijd en ook qua gelegenheid. Zo belandden we in een yakatori-tentje, waar we van een een prima maaltijd genoten hebben. Veel van de houtskool-grill, maar ook wat rijst, dus variatie!

Na de maaltijd hebben we ons nog in het nachtleven van Sannomyia gestort… Grapje! We hebben de buurt verkend, een ijsje gehaald en nog wat drankjes gedaan op een terras. En even na tienen gingen we braaf elk ons weegs. Daniël terug naar zijn hostel, ik naar mijn b in kobe (ja, dat verzin je niet, Bert in Kobe), waar ik, rond kwart over twaalf dit verhaal aan het afronden ben. Net niet de deadline van zaterdag 17 oktober gehaald, maar het is wel af.

Slapen in een Tadao Ando

Persoonlijk

Misschien een rare titel, maar dekt wel de lading. Ik schrijf dit in kamer 1111 van het Benesse House Park Hotel, op het eiland Naoshima, dat deel uitmaakt van Benesse Art Park. En het is, net als negen andere gebouwen op dit eiland, ontworpen door de fameuze Japanse architect Tadao Ando.

Om zoveel mogelijk te profiteren van de dag ben ik vroeg opgestaan, dat willen zeggen voor mijn doen, om half negen, heb mijn koffer door de supercorrecte baliemedewerksters laten versturen naar het hotel in Kobe waar ik zaterdagavond incheck (heel handig om niet zoveel baggage mee te hoeven zeulen; ik heb nu een rugzakje met twee verschoningen en nog wat, plus een schoudertas bij me), kon op het station warempel de goede trein richting Uno vinden en kwam zonder kleerscheuren, na een enkele overstap, aan bij de plek waar de ferry naar Naoishima vertrekt.
Dat deden trouwens meer mensen, maar een en ander werd met Japanse efficiency afgehandeld en na een korte boottocht belandde ik op het eiland.

Een courtesybus van Benesse bracht mij naar een plaatsje aan de andere kant van het eiland, Hommura, en nam mijn rugzak en tas mee naar het hotel. Het eerste aanlegpunt voor mij was het Naoshima New Museum of Art, ook ontworpen door Tadao Ando…

Het hier getoonde had heel hoge kwaliteit. Ik was vooral onder de indruk van een project (de naam van de kunstenaar zoek ik later nog op, sorry) bestaande uit een aantal aaneengeschakelde kamers, helemaal vervaardigd uit gekleurd gaas en draad. Iedere kamer stond voor een vertrek in een stad waar de kunstenaar geweest was en had een eigen kleur.

De mate van detaillering was ongelofelijk. En het was razend knap gemaakt.

Het gebouw ook. Ando wordt wel de meester van het beton genoemd en die titel is hij zeker waard. De ruimtes in zijn gebouwen zijn soms beklemmend, dan weer openen ze zich naar de hemel, of omvatten je op een bijna baarmoederlijk wijze.

Deze installatie met opgezette (of heel knap nagemaakte) wolven was exceptioneel. Met nagenoeg onzichtbare draden opgehangen, elke wolf met een eigen onderscheidende identiteit en uitstraling. Humoristisch, toch vervreemdend.
En zo was er meer moois te zien. Ik heb na alles bekeken te hebben een iced latte gedronken in het Museum Café, met avocadotoast, en ben toen op weg gegaan naar het Ando Museum. Dat had middagpauze, dus heb ik het dorpje verkend. En er werd gebouwd met hout.

In een Coöperatie-winkel nog wat fruit en een ijsje gehaald, dat opgegeten, en mooi op tijd terug bij het Ando Museum. Wat alweer een hele goeie ervaring was. Van alle tien objecten die hij op dit eiland gebouwd heeft waren er ontwerpschetsen, plus de nodige informatie over ander werk van hem. Plus natuurlijk een overzicht van leven en carrière van de goede man. Opmerkelijk is dat hij zichzelf geschoold heeft tot architect en al heel snel doorbrak tot de hogere regionen van de architectuur. Leuk om te weten is dat hij een van zijn eerste projecten in beton later teruggekocht heeft en daar zijn studio vestigde.

Op de plek waar het busje van Benesse me afgezet had, kon ik weer opstappen om naar het hotel geraken. Inmiddels was de zon al bijna onder en dat levert vaak mooi zacht licht op, en stemmige foto’s.

Het inchecken was een ervaring op zich. Alles werd uitgebreid uitgelegd. En dan mijn kamer. Ook hier weer typische Ando-dingen qua vormgeving en detaillering. Dit keer voornamelijk in hout, wat, zo zei mij de juffrouw die mij naar de kamer bracht, heel bijzonder was. Geloof ik onmiddellijk.

In elke kamer van dit hotel hangt een kunstwerk, dus het hotel is ook een museum. In de mijne een prent van James Turrell.
Na even bijkomen heb ik de kunst in de rest van het gebouw bekeken, de shop even doorvorst, om daarna op weg te gaan naar wat het oorspronkelijke museum is, dus het allereerste gebouw.

Ook hier weer kunst van hoog niveau, zoals deze van David Hockney.

Ando is dus een meester van het licht en gebruikt vaak op het oog op vreemde plekken geplaatste openingen, die je dus pas snapt als je er werkelijk bent. Ik vind het waanzinnig. Veel mensen vinden beton kil en zakelijk, maar wie mijn woning kent weet dat ik daar anders over denk. Ik ben een fan van Ando.

Ok, dat is duidelijk. Het is inmiddels donker, de krekels doen wat ze doen, ik heb gedoucht en een bad genomen en verheug me al op morgenochtend: een Japans ontbijt en nog wat bezichtigen op dit wonderlijke eiland.

Een middag in Kurashiki

Persoonlijk

Vandaag een uitstapje naar Kurashiki, een half uur met de trein. Goed uitgeslapen en met goede zin, ook dat. Doel was een buurtje dat een hoog nostalgisch karakter zou hebben. In de beschrijving werd zelfs het woord ‘grachten’ gebruikt.

In Kurashiki ben je welkom, wat toch fijn is. Met de bus verder leek me niet zo’n goed idee, aangezien alle informatie in het Japans was en ik geen zin had een en ander door Translate te halen. Het werd dus lopen. Schuin tegenover het station lag een passage waar middels borden werd aangeduid dat het een shortcut naar bedoelde buurt zou zijn. Ik nam dat maar voor waar aan. Het bleek ook waar. En er bleek ook een coffee bar te zijn die me heel geschikt leek voor mijn koffiemoment: GJG Espresso Coffee. De barista was een zeer vriendelijke jongeman. De iced latte (weer een Ethiopische boon) was voortreffelijk; bij de long black (hot) die ik vervolgens dronk, viel me op dat de Ethiopische boon behoorlijk donker gebrand was. Niet echt een minpuntje omdat het bitter niet heel prominent was.
Er stond een platenspeler op de vloer, er werd goede muziek gedraaid, de ouderwetse koffiebrander van Japans fabrikaat ratelde op de achtergrond en verspreidde donkere geurnoten, de mensen die koffie haalden waren interessant, kortom een goede plek.

Maar de excursie was nog maar net begonnen. De straatjes in de buurt ademden de sfeer van honderd jaar geleden, er bleken een paar veelvuldig voorkomende soorten winkels te zijn: keramiek (lokaal product) en denim (lokaal product — er was ook een oud bedrijvencomplex dat vroeger een spinnerij was en nu leuke zaakjes huisvestte), plus een paar winkels waar mate verkocht werd. Mate (niet het drankje, maar een samenvoeging van masking tape) is een ding in Japan. Tape is er in waanzinnig veel kleuren, decors, uitvoeringen.

Dat ‘grachten’ bleek ook nog eens waar te zijn…

Toch kan dat nostalgische thema ook te ver doorgevoerd worden, vind ik. Maar het stel in de riksja vond het blijkbaar geweldig.

Een van de leukste dingen die je kan overkomen als je in een buurt willekeurige zijstraatjes inloopt, is dat je iets ontdekt dat helemaal in jouw straatje past. Ik ben een groot fan van Japanse houtsnede prints, Ukiyo–e, en ik ontdekte in een zijstraatje een museum helemaal gewijd aan Kuniyoshi, een van de top-meesters op dit gebied, actief in de negentiende eeuw. Het museum is gevestigd een traditionele grote villa en je loopt er op slippers door heel veel tatami-kamers, met heel veel fantastische ukiyo-e’s. Helaas was fotograferen niet toegestaan. Ik heb er zeker een uur doorgebracht, met stijgende verbazing over de gedetailleerdheid van de prints en de kwaliteit van de tekenkunst van Kuniyoshi.

Na dit absolute hoogtepunt ben ik nog naar de naastgelegen Achi-jinja Shrine geklommen, waar het zeldzaam rustig was. Het liep inmiddels tegen het eind van de middag en hoewel ik iets van drie uur eerder een cuban sandwich had gegeten (geïnspireerd op de film ‘Chef’ van Jon Favreau — er hing een poster in het tentje), leek het me opportuun nog wat te gaan eten, aleer terug te gaan naar Okayama. Dat werd dus gyoza’s met wat gebakken rijst (en een Asahi SuperDry 0%) in een soort cafetaria in de passage.

En nu het toch over eten gaat: ik moet iets rectificeren. En wel wat ik eerder schreef over shabu shabu, naar aanleiding van mijn curry-maal bij Shaba Shaba in Nagasaki. Shabu shabu is geen curry, maar een soort hot pot. De chef in N zal het als een woordgrapje bedoeld hebben. Mijn excuses voor deze fout.

Het busstation nog een keertje:

De trein terug naar Okayama was afgeladen vol, dus de ervaring van hutjemutje staand in de trein kan ik nu ook wegstrepen op het lijstje typisch-Japan-ervaringen.
In Okayama heb ik nog even een Muji opgezocht voor een boodschap (een extra mini-oplader) en ben daarna als afsluiting van de dag met twee blikjes AV in het hotel gaan recupereren.
Vandaag was een leuke dag, ik zou iedere dag wel een ukiyo-e expositie willen bekijken, en morgen zou wel eens nog leuker kunnen worden. Waarom? Dat is nog even een verrassing.

Museum, kasteel en tuin in één dag

Persoonlijk

Woensdag 14 oktober; in principe een ‘transferdag’, wat normaliter een dag is dat je niet aan veel bezienswaardigheden toekomt. Maar Okayama ligt maar een half uur per bullet train van Hiroshima, dus de reistijd was kort, de aankomst vroeg, en de beschikbare tijd ruim.

Na mijn bagage in het hotel, dat bij wijze van spreken aan het station van Okayama vastgebouwd is, gedropt te hebben. ben ik aan de wandel gegaan richting Okayama Prefectural Museum of Art. Onderweg kreeg ik als openbaring dat je in dit land een achternaam beginnend met een M moet hebben als je tandarts bent — het logo ligt dan voor de hand.

In het museum bleek een erg leuke tentoonstelling te zijn: giga-foto’s van insecten. Het bleken niet zomaar macro-foto’s te zijn; ze zijn vervaardigd op basis van HR 3D-scans. Heel interessant en erg mooi.

Er was ook nog een expositie van lokale kunstenaars, maar daar mocht je niet fotograferen. Wel kijken, wat ik deed. Vervolgens nog de museum shop bezocht en het museum verlaten om koffie te gaan drinken bij een tentje redelijk in de buurt. Met de ogen open ernaartoe gelopen.

De complete set regels hier is:
1 Do one thing at a time
2 Know the problem
3 Learn to listen
4 Learn to ask questions
5 Distinguish sense from nonsense
6 Accept change as inevitable
7 Admit mistakes
8 Say it simple
9 Be calm
10 Smile

Rules to live by!

Kijk mensen, zo los je met behulp van deze regels een probleem op: er moet een bord komen, er is te weinig plek, maar… het kan!

Over dit soort ontdekkingen kan ik heel lang nadenken. Liefst met koffie erbij, maar dat werd een probleem. Het koffiezaakje dat ik op het oog had bleek gesloten. Op naar een volgende dus maar. Dat was Joe’s Coffee. Moeilijk te vinden, maar ik vond het. Bleek dat de espressomachine (een Slayer nog wel!) kaduuk was. Pour over dan maar. En als troost Franch Toast on the side.

Het plaatselijk kasteel, Okayama Castle, was vervolgens een minuutje of twintig lopen. Oorspronkelijk rond 1600 gebouwd, in de oorlog plat, in de jaren zestig herbouwd (in beton, dat wel) en nu een van de mooiste kastelen van Japan qua uiterlijk en als een van de weinige met een zwart exterieur.

Helaas was de hele tentoonstelling binnen, over ontstaan en geschiedenis, nagenoeg ontoegankelijk voor niet-Japanners, want geheel en al in het Japans, maar het was toch interessant door een aardige video-presentatie.

Korakuen Garden ligt naast het kasteel op een eigen eiland. Ik had een gecombineerde toegangskaart, dus het park nam ik ook mee deze middag. Volgens wikipedia is het een van de drie mooiste van Japan, en ik moet toegeven dat het adembenemend was (en ik ben echt geen tuinmens). Een paar plaatjes laten zien doet het geen recht, maar we doen een poging:

Inmiddels was het eind van de middag en het hotel en een lekkere douche lonkte (het was niet heel erg warm deze dag, maar mijn stappenteller gaf al over de tien mille aan).
Ik had het geluk dat er een bus bij de uitgang klaarstond die me in een kwartiertje naar het station bracht voor luttele 160 yen.

Na het officiële inchecken trof ik in mijn kamer, op 14F, dit uitzicht aan: vol zicht op de Shinkansen-perrons van het station en de skyline van Okayama…

Na deze best productieve dag at ik nog wat salade die ik meegenomen had uit Hiroshima, dronk twee blikjes AV bier, keek wat tv, facetimede met familie, nam ik een douche en viel nog voor middernacht in een diepe slaap.

Dichte deuren en na een lange tocht goede koffie

Persoonlijk

Deze dinsdag markeert het eind van de eerste twee weken van mijn reis. Blijkbaar vond mijn bioritme daar ook iets van, want ik heb diep en vooral lang geslapen. Van de droom die ik had op het moment dat ik wakker werd door het gebons van een stofzuiger in een aanpalende hotelkamer, herinner ik me dat ik net bezig was om iemand uit te leggen hoe belangrijk de juiste hoeveelheid zout is voor de smaak van brood… Tja, er gaat van alles om in dat brein van me.

Het was dus vrij laat toen ik eropuit trok. Richting Hijiyama Park en het daargelegen Hiroshima City Museum of Contemporary Art — een museum die ik vorig jaar niet bezocht had. De weg ernaartoe leidde me over een van de vele bruggen over de Enko River. Ik pakte de Loop Line Tram, met de klok mee (geeft Apple Maps niet goed aan, trouwens), om twee haltes verder uit te stappen en via bochtige straatjes en paadjes naar boven te lopen.

Het museum was gesloten. Misschien was het dom van me dat ik het niet eerst uitgezocht had, maar gewoonlijk zijn musea in Japan gesloten op maandag, dus was er een basis van vertrouwen dat het op dinsdag open zou zijn… Helaas, pindakaas.
Ik had het inmiddels behoorlijk warm en een verlangen naar verfrissing en vooral naar koffie gekregen, Op zoek naar een goede koffiebar, dus.

Naast het museum is er een in principe makkelijke manier om het park weer uit te komen: de Hijiyama Park Skywalk, een lange sliert van conveyor belts die voor mij de tocht naar beneden makkelijk zou maken. Dacht ik, driekwart van de belts deed het niet.
Natuurlijk kwam ik er wel, maar de behoefte aan verfrissing was alleen maar erger geworden. Op naar een koffiebar!

Dat werd een vrij lange tocht. Deels door een heel gewone woonbuurt, dan weer langs brede boulevards, met veel omwegen, die ik denkelijk zelf veroorzaakt had door niet goed op de routeplanner te letten, maar ik kwam dan toch terecht bij de plek waar een goede koffiebar zou moeten zijn. Niet dus. Een soort deelruimte met allerlei zaakjes, met ook een hoekje met een koffiemachine. Niemand aanwezig. En ook niet de vibe die ik verwacht van een goede koffiebar.

Naar een volgende dan maar. Die weer iets van een half uurtje verderop te vinden zou zijn, volgens Maps. Wat dus weer veel langer werd omdat ik alweer de geplande route niet exact volgde, op een gegeven moment een verkeerde knop indrukte (denk ik) en er dus aan voorbij gelopen was en pas tien minuten later dat ontdekte. En weer op mijn schreden moest terugkeren, om eindelijk bij Miles Coffee binnen te kunnen stappen, net op tijd om niet heel erg nat te worden door een net begonnen regenbuitje.

Als inhaalslag heb ik twee koffie gedronken: een iced latte en een americano. En ook twee keer iets erbij: ijs en tiramisu. Dat had ik wel verdiend na al dat geklep en de teleurstelling van het gesloten museum, vond ik.

Uitgerust, gecaffeïneerd en weer wat opgedroogd, ging ik retour hotel. Er lag nog wat werk op me te wachten (blog!) en de voetjes deden ook zeer.
Dat gemiste museum doet een beetje pijn; ik weet niet of ik ooit nog in Hiroshima kom. Eigenlijk was het plan om hier drie nachten te blijven, maar gisteren (maandag dus) heb ik bedacht dat het handiger is om de volgende etappe wat langer te maken door niet één, maar twee nachten in Okayama te blijven. Deze dinsdag was dus de laatste volle dag in Hiroshima.

Italianen en wallonen

Persoonlijk

Voordat ik echt achter raak met het dagelijkse verslag, bij deze een inhaalslag: maandag 12 oktober was het weer een verhuisdag. Na veel te kort geslapen te hebben (het lijkt erop dat mijn slaapritme voorlopig niet normaal wordt), werd ik een kwartiertje voor de wekker om 9 uur zou gaan wakker & besloot er gewoon voor te gaan.
Fris gedoucht en met goeie zin stond ik al snel buiten te wachten op tram nummer 1 (alweer!) die me naar Nagasaki Station zou brengen. Een halte of twee verder stapten naar schatting een dozijn Italianen ook op de tram. Dat wil zeggen, men deed een poging. Of het uit onwennigheid was, of gewoon omdat Italianen altijd zo doen, liep men niet vlot naar voren, plaatste de vele bagage zo dat het flink in de weg stond, ging men uitgebreid in discussie met elkaar of hoe of wat (zo interpreteerde ik het tenminste met mijn beperkte kennis van hun taal) en deed weinig uit op de instructies en beden van de trambestuurder. Het duurde zeker vijf minuten voor de deuren weer dicht konden en de route hervat.

Eenmaal op het station, wat nog nog even zoeken was, nadat ik eerst verdwaalde in een winkelcentrum, ging het vervolg van de reis vlot. QR-code scannen bij een toegangspoortje, plaatsbewijsje dat eruit floept meenemen, perron opzoeken waar de trein vertrekt, wachten, instappen, stoel opzoeken en zoef… Bullet train, baby!

En na een half uurtje in razend tempo door het Japanse landschap zoeven hield het op. De Shinkansen-route van Nagasaki naar Hakata is nog niet af. In Takeo-onsen moet je overstappen in de Limited Express die om het makkelijk te maken op de andere kant van het perron waar de trein aankomt klaar staat.
Easy peasy, toch? Nou…, ik had blijkbaar zo’n dag dat de grijze celletjes langzaamaan deden, want niet veel later zou blijken dat ik een trein te vroeg had gepakt.

Wagen 5, stoel 14D. Verwarring! Iemand had dezelfde stoel! Maar we kwamen er samen uit. Ik op D, hij op C, die toch leeg was. We raakten in gesprek; hij was een Braziliaanse Canadees, die een sabbatical doorbracht in Japan. We waren in een goed gesprek verwikkeld toen er nadat de Limited Express even was gestopt op een tussenstation, er een oudere heer opdook die een kaartje voor stoel 14C had. En toen werd me dus duidelijk dat ik in Takeo-onsen acht minuten had moeten wachten op de juiste trein. Tja, ik ben maar naar de Non Reserved afdeling gegaan, waar trouwens heel veel plek was. Wel jammer van het gesprek dat juist zo mooi op gang was.

In Hakata had ik een minuut of dertig om de aansluitende Shinkansen naar Hiroshima te nemen en dat liep nagenoeg zonder incidenten goed af (wel ruzie gehad met een poortje).
In Hiroshima bleek de stationsomgeving heel erg veranderd sinds ik er een maand of achttien geleden was. Er werd nog steeds gebouwd, maar het leek erop dat het bijna af was.

Mijn hotel ligt vlakbij het station en ik heb me even opgefrist en ben daarna de omgeving gaan verkennen. Om de hoek vond ik de Japanse pendant van een winkeltje dat heel lang in de Korte Haaksbergerstraat te Enschede heeft bestaan, SHC Second Hand Camera’s. Helaas had men hier geen lenzen voor de Asahi Pentax 67 waarmee ik binnenkort weer eens analoog ga fotograferen.

Wel dit hierboven: een onderwatercamera van Asahi Pentax waarvan ik niet eens wist dat-ie bestond. Moet ik eens een keer gaan uitzoeken. De prijs is niet fout: een fractie boven de 190 euro.

Inmiddels was het donker geworden en de buurt die ik vrij willekeurig ingewandeld was, had niet veel te bieden. Hier lag een fijne uitdaging voor een stadsplanner. Hoewel er ook wat voor te zeggen is om oude glorie in stand te houden. Echte neon zie je nauwelijks nog — het is allemaal led.

Hoewel ik vrij doelloos rondzwalkte, kwam ik een paar keer deze meisjes achterop. Geen tweeling, maar op een bepaalde manier wel.
Ik zocht even op mijn iPhone op waar ik was beland en dat bleek op een half uur lopen van mijn hotel te zijn. Terug dus maar.

Mijn hotel heeft zoals hier wel vaker, een entree op de begane grond, waar je de lift kunt nemen naar de lobby, die een of meer verdiepingen hoger is, in dit geval de vierde, of met je pasje gelijk naar de verdieping waar je kamer is. Dat laatste was de bedoeling, maar de lift stopte toch op de vierde verdieping. Daar in de lobby zag het bijna zwart van de zwaarbepakte toeristen die blijkbaar net ingecheckt hadden. Een flink deel van de groep ging de lift in waar ik al snel in een hoekje gedrukt werd. Het bleken Franstalige Belgen te zijn, wallonen dus.
Om mij op de vijfde verdieping eruit te laten moesten ze zo’n beetje allemaal eerst de lift uit met hun twintig koffers. Wallonen…

Na wat uitzoekwerk op de MacBook (volgende etappe, hotels boeken, dat soort dingen) ben ik tv gaan kijken en op tijd gaan slapen.