Snotteren in Nagasaki

Persoonlijk

Deze vrijdag is laat begonnen en eindigt ook laat. Teveel airco heeft me licht verkouden gemaakt. Niet zo erg dat ik uit de running ben, maar net genoeg om me een beetje naar te voelen. Ook reden dat ik langer in bed ben gebleven en pas in de loop van de middag erop uit trok. Om de ‘verzameling’ vervoermiddelen aan te vullen stapte ik dit keer op een echte ouderwetse tram. En wel een leuke ouderwetse, van lijn nummer 1, die me naar de lokatie bracht waar op 9 augustus 1945 op 500 meter hoogte de tweede atoombom die ooit tegen de mens gebruikt werd, ontplofte.

Het Nagasaki Peace Park is gewijd aan vrede en heel uitdrukkelijk aan het uitbannen van de atoombom. Daar zijn inmiddels al vele decennia overheen gegaan en het lijkt er niet op dat de bom echt gebannen gaat worden… Dit is de Fountain of Peace.

In het park staat een hele zooi beelden, geschonken door landen of steden of organisaties. Allemaal met dezelfde goede bedoelingen (dat hoop ik tenminste), maar wat was het merendeel banaal en slecht, niet te filmen. Vooral de sculpturen geschonken door de Sovjetunie en andere (voormalige) oostbloklanden waren om te huilen zo lelijk.

Een stukje lager, en dan weer hoger, een straat verderop, is het Atomic Bomb Hypocenter, de plek waar het epicentrum van de ontploffing was. De bom was trouwens oorspronkelijk niet voor Nagasaki bestemd, maar voor een noordelijker gelegen plaats waar een grote vliegtuigfabriek stond. Daar was het wolkendek te dicht, dus werd het Nagasaki.

Als je je op een dergelijke plaats bevindt, is het niet moeilijk om emotioneel te worden. Dat door deze bom ruim 80 jaar tienduizenden mensen om het leven zijn gekomen, is niet te bevatten. De stille getuigen in een wand van deze plek zijn behalve puin en onherkenbaar verkoolde dingen ook dagelijkse items als serviesgoed en een beschadigde knijptang…

Ik was al snotterig, dus dit ging niet goed. Punt erachter en terug naar het centrum, in een tjokvolle tram (hebben we dat ook weer meegemaakt). In de buurt van het hotel was het festival nog steeds of alweer in volle gang. Er was een flinke volksoploop die het langzaam vooruitschuifelen, musiceren, zingen, schreeuwen, buigen en trommelen aanschouwde.

Na een bezoek aan een konbini liep ik via zijstraatjes terug naar het hotel. Ik heb niet in de rij gestaan zoals deze mensen, maar at op mijn kamer wat salade die ik gekocht had.

De rest van de avond heb ik besteed aan het (op papier!) aanvullen van mijn reisschema, dat nu vrijwel rond is als het gaat om waar ik wanneer wil zijn. Of wanneer waar.
Hopelijk is het snotteren morgen over. De airco heb ik uitgezet…