Met de bus naar Nagasaki

Persoonlijk

Het zal wel dwangmatig van me zijn, maar ik wil tijdens zo’n reis als deze zoveel mogelijk vervoermiddelen gebruiken. Tot vandaag, de achtste oktober, waren dat trein (Enschede–Schiphol), vliegtuig, taxi, stadsbus, monorail, en regiotrein. Om in Nagasaki te geraken komt daarbij: ondergrondse en expressbus.

Even na negen opgestaan in Fukuoka; na een vlotte rit in de metro al even voor tien op het busstation in Hanaka, terwijl mijn bus pas om 10:46 vertrok. Geen probleem, er viel genoeg te observeren. Zo was er een westerse generatiegenoot van me (type korte broek en rugzak, wild haar) die blijkbaar het verkeerde ticket had. Hij sloeg zich overdreven hard voor het hoofd en spurtte naar een kaartjesautomaat om even later weer in de rij aan te sluiten.

De busreis duurde pakweg tweeëneenhalf uur, kostte een fractie meer dan 17 euro (!) en op een tweede opstaphalte in Fukuoka na, stopte de bus enkel aan het eind, even voor en in Nagasaki twee maal heel kort.

Volgens Maps was het een 20 minuten lopen naar mijn hotel, deels bergop. Had ik geen zin in met alle bagage die ik bij me had, dus ik nam een taxi. En dat ging dus even goed mis. De rit was niet lang, de chauffeur echter een heel nerveus mannetje. Ergens op een drukke straat stopte hij abrupt, gebaarde dat ik er was en moest ik snel betalen (1070 yen…) en mijn bagage uit de kofferbak halen. En weg was-tie alweer. Ik stond voor de ingang van zo’n typisch Japanse passage & hier bleek de ingang van mijn hotel, Forza Nagasaki (leuke naam, had een voetbalclub kunnen zijn), zich te bevinden. Ik mocht zelfs al inchecken, terwijl het nog geen twee uur was!
Bleek dat ik mijn iPhone in de taxi had laten liggen. In alle commotie kats vergeten. Gelukkig bood een vriendelijke juffrouw hulp. Ik wist me nog te herinneren dat de taxi wit en rood was, zij belde het taxibedrijf en waarempel: de iPhone was boven water. De chauffeur zou hem afleveren op de plek waar hij mij afgezet had.
Zo gebeurde, dat wil zeggen dat het mannetje er heel opgewonden over deed toen hij stopte en wild gebarend mij de iPhone aanreikte, zonder dat ik begreep wat hij bedoelde. Ik wou nog een foto maken (had immers de iPhone weer), maar hij was alweer weggescheurd.
Opgelucht ging ik naar mijn kamer op de tiende verdieping (in Nederland de negende verdieping), om na wat spullen uitgepakt te hebben te beseffen dat ik mijn gele tasje kwijt was. Die bleek nog in de lobby op een bankje te liggen, gelukkig. Er is vast een mooi treffend spreekwoord voor wat er gebeurd was, maar liefst vergat ik deze episode. Iets dergelijks is me trouwens vorig jaar ook in Tokyo bij aankomst gebeurd (lees hierover op deze site!).

Met mijn hele hebben en houden weer compleet, trok ik erop uit. Dieper de passage in, waar bleek dat ook de dwarswegen weer passages waren. Met allerlei soorten winkels en gelegenheden.

Ik had online een specialty coffee gelegenheid gevonden en die was niet ver weg. Nagasaki is een heuvelachtig gebeuren en heeft een heel speciale vibe. Ook hier is het weer opvallend dat Japanners zich zo goed kleden. Vooral wat wij omaatjes zouden noemen blinken uit in geraffineerde, unieke en smaakvolle combinaties. Ik zal proberen er wat foto’s van te verzamelen, alhoewel ik wel moeite heb om mensen ongevraagd vast te leggen.

Kariomons Coffee bleek een erg leuke en goede te zijn. Helaas geen gebak (was het al op?), maar ik dronk een lekkere iced latte en vervolgens nog een americano. En waarachtig raakte ik in gesprek met de barista’s en een klant. Nota bene dat het niet vaak voorkomt dat een Japanner én redelijk engels spreekt én dat durft te doen. Nu dus wel. Het meisje rechts op de foto vertelde in ons gesprek (over koffie natuurlijk) dat een collega van hen sinds maart in Rotterdam woont en daar bij een roastery werkt. !!!

Ik was helemaal blij na deze gebeurtenis. Beloofde nog om naar hun roastery vlakbij Peace Park te gaan, een dezer dagen, en vertrok richting Dejima Museum, terwijl me een ‘dankjewel’ in zuiver Nederlands nageroepen werd.

Dejima was een kunstmatig aangelegd eilandje in de haven van Nagasaki dat een paar eeuwen lang de enige handelspost in Japan was waar officiëel handel gedreven werd met het westen. En uitdrukkelijk enkel Portugal en later Nederland. Er moest trouwens wel huur in klinkend zilver betaald worden aan de handelslieden van Nagasaki die de aanleg bekostigd hadden. Vertaald naar nu een miljoen euro per jaar. Blijkbaar kon het uit, want de VOC heeft kapitalen verdiend aan de handel met Japan.

Van het oorspronkelijke Dejima is niet veel over, maar de laatste decennia is op de originele lokatie een reconstructie gebouwd, die een goed beeld geeft van ‘vroeger’.

Ik ben gek op dit soort plekken. Ook omdat je met een andere bril naar de je al bekende geschiedenis gaat kijken. En leuke dingen leert. Zo zijn er best veel woorden in het Japans die een Nederlandse oorsprong hebben, en brachten de Ollanders ook typisch vermaak als biljarten naar Japan.

In de coffee bar was mij al verteld dat er al drie dagen een festival bezig was, waarbij onder meer draken rondgedragen worden. Tegenover Dejima waren twee terreinen ingericht met eetstalletjes, podiums en tenten met vreemde spelletjes.

Ik heb dat allemaal met verwondering bekeken en ben vervolgens richting hotel gewandeld. Onderweg, in en om de passages kwam ik meerdere groepen tegen in traditionele kleding, die allerlei vreemde capriolen uithaalde, waarbij hard getrommeld en “Haah!” geroepen werd (video op verzoek). En ik waagde me aan een serieuze maaltijd: ramen.

Was heel lekker. En een mooie afsluiting van de dag. In een Lawsons heb ik nog twee blikjes AV gehaald en die op mijn kamer gedronken terwijl ik de plaatjes voor dit blog uitzocht.

Morgen is het weer nog goed, dus ligt een buitenactiviteit voor de hand. Wat, weet ik nog niet.