Het was maar een halfuurtje

Persoonlijk

Maandag de negentiende. Daniël en ik hadden afgesproken bij een coffee bar die hij al eerder getest had: coffee tales, niet ver van mijn hotel, waardoor het niet echt een ding was om mijn bagage al mee te nemen. Na koffie en wat te eten (ja, ik heb weer een ontbijt gehad!) nam ik de metro naar Shin-Kobe, het station waarvandaan de bullet-trains vertrekken (en aankomen, natuurlijk). Daniël ging via zijn hostel lopend. Ik heb geprobeerd hem dat uit het hoofd te praten, maar sportman is sportman, dus hij ging te voet.

Gek genoeg kwam hij niet eens veel later dan ik aan. In ieder geval nog ruim op tijd voor vertrek van de gereserveerde Nozomi die om 12:16 zou vertrekken; ik had de e-tickets al paraat. Helaas had ik die tickets per abuis voor vertrek een week later gereserveerd, waardoor we wat oponthoud kregen. Ik kon het redelijk snel fixen, met een heeeeeel kleine boete voor deze gaffe.
Zo vertrokken we met 14 minuten vertraging om 12:30 en kwamen we om 12:59 aan op Kyoto Station. Daar dropten we onze bagage bij Hotel Briller en liepen rechtstreeks naar een coffee bar die ik vorig jaar al getest had: the lower east nine café kyoto, waar de koffie ook goed smaakte.

Na dit intermezzo liepen we terug naar mijn hotel om Daniëls bagage op te pikken en gingen we naar zijn hostel, dat aan de andere kant van het station lag. Onderweg bleek dat Daniël stiekem een zaak in Japan had geopend.

Nadat Daniël zijn bagage had gedropt bij zijn hostel liepen we noordwaarts richting de Bukko-ji Temple, met de gedachte dat je in Kyoto toch minstens één tempel gezien moet hebben. Nu had ik deze al gezien, maar ik had ook als snode reden juist deze te bezoeken, dat er een leuke winkel op het tempelterrein was. Dat heet een win-win situatie.
Na het bidden en de winkel bekijken liepen we weer eens richting zuiden, want de middag was al flink opgeschoten.

Daniël bleek nóg een zaak in Kyoto te hebben, waarvan hij niet verteld had. Wat trouwens niemand ons verteld had, maar ik had kunnen weten, is dat Kyoto heel erg uitgestrekt is en de afstanden navenant groot. De stappentellers hadden alweer een limiet bereikt en ook mijn uithoudingsvermogen. Dus gingen we elk naar ons verblijf met de afspraak om op dinsdag een day trip naar een berg noordoostelijk van Kyoto te maken.

Omdat de verhouding schoon en niet-schoon goed erg in het nadeel van de eerste was geraakt, moest de was gedaan worden. Zoals in de meeste hotels beschikt Briller over een ruimte waar wasmachines en drogers staan die door de gasten gebruikt kunnen worden. Wel tegen betaling, wat een van de redenen is dat ik vrij fanatiek honderd-yen-munten verzameld had. En daarvan had ik er heel wat nodig, want de god van de wasmachines was mij niet goed gezind.
Een wasbeurt duurt dertig minuten. Ik gooide mijn was in het apparaat, dropte drie munten van honderd yen in de gleuf en ging op mijn kamer wachten tot de was geklaard was. Na terugkomst bleek van niet; de was was kletsnat en leek niet echt schoon. Foutcode op de display! Hulp erbij halen — de dame van de balie frummelde wat, verving een houder met vloeibaar wasmiddel, trok de stekker eruit & deed die er weer in, en gaaf met gebaren aan dat het nu wel goed zou gaan. Drie munten in de gleuf & terug naar mijn kamer…

Dertig minuten later hetzelfde verhaal: foutcode 777. En nog steeds geen schone was. Gelukkig was de tweede machine inmiddels beschikbaar en die wou natuurlijk weer drie munten hebben. Het liep inmiddels tegen half negen, maar ik had er fiducie in dat ik genoeg geofferd had aan de wasmachinegod. Weer een half uur later bleek dat waarempel het geval: de was was gewassen. Nu nog drogen. Honderd yen voor een half uur. Uit eerdere ervaring wist ik dat een half uur volkomen ontoereikend was voor een lading natte katoen en dat bleek ook het geval. Twee uur en 400 yen later was het wasgoed nog een beetje vochtig, maar mijn geduld helemaal op. Ik heb de t-shirts, shorts, polo’s en sokken op strategische plekken in mijn hotelkamer gedrapeerd en opgehangen en ben naar bed gegaan.