Deze vrijdag had ik wat in te halen, vond ik. En dat heb ik ook geprobeerd (…). Om te beginnen er vroeg uit en op weg. Eerste stop het Okinawa Prefectural Museum and Art Museum, bijna tegenover het hotel gesitueerd. De buitenkant een soort betonnen bunker, geïnspireerd op de oude forten, van binnen sprekend en des periodes anno 2007 vormgegeven.
Het aan de geschiedenis en cultuur van Okinawa gewijde deel was interessant, het kunst-gedeelte minder, maar daarover verderop meer.

Natuurhistorie en cultuurhistorie, wie houdt er niet van? Ik wel. Wat te denken van deze display met sanshins, tokkelinstrumenten naar Chinees voorbeeld, maar door de craftsmen van Okinawa op eigen wijze geïnterpreteerd. Word ik blij van.

De geschiedenis van Ryukyu (zo noemden de inwoners het vroeger) is geprangd door de positie die de eilandengroep inneemt tussen Japan, China en de rest van Zuid-oost Azië. Het was heel lang een zelfstandig koninkrijk, alhoewel met instemming van de keizers van China, maar werd in de tweede helft van de negentiende eeuw veroverd/geannexeerd door Japan, dat vervolgens veel werk maakte van het uitbannen van de lokale taal en cultuur. Japanisering!
De tweede wereldoorlog werd Okinawa (die naam had de Japanse prefectuur inmiddels) fataal. Bij de invasie door Amerikaanse troepen vielen ontelbaar veel slachtoffers onder de burgerbevolking. En ook na beëindiging van de oorlog had men het zwaar te verduren onder de bezetting door het Amerikaanse leger. Schrijnende voorbeelden genoeg in het museum, zoals deze gebruiksvoorwerpen die uit afgedankt oorlogsmateriaal zoals vliegtuig-aluminium vervaardigd werden, omdat er gebrek was aan andere middelen.

Uiteindelijk werd Okinawa in de jaren zeventig weer onderdeel van Japan (hoewel er ook toen al een significante onafhankelijkheidsbeweging was.
En nu over het kunstmuseum: een aardige overzichtstentoonstelling van een lokale kunstenaar van wie de naam me ontschoten is en een zaaltje met werken van circa 1870 tot nu, met een enkele uitschieter, maar gemiddeld vrij nietszeggend. Hier spreekt de enige aki-student die voor zijn eindexamen een werkstuk kunstgeschiedenis ingeleverd heeft.
Na een bescheiden lunch in het Museum Café (sandwich met groenten, iced koffie en lassi) lag het in de bedoeling dat ik richting haven zou lopen, maar daar kwam al snel wat tussen door ten eerste regen, en vervolgens opspelende buikpijn. Een nabijgelegen McDonalds kwam erg gelegen omwille van hun toilet. En na een langere pauze op mijn hotelkamer kon ik opgefrist en wel weer aan de tweede etappe beginnen.

Ik vind bij het door een stad lopen altijd iets dat je aandacht trekt en vooral als je afwijkt van de gebaande paden en de zijstraten en woonbuurtjes verkent, ontdek je allerlei leuks…

De haven dus. Het is nauwelijks zichtbaar maar er had net een veerboot aangemeerd.
Iets verderop, en route naar een koffietentje dat ik op Maps gevonden had, zag ik deze twee auto’s. Opeenvolgende nummers!

In Coffee Barista was ik mijn verbazing hierover nog niet te boven. De iced americano was okay. Dark roast en dat pruimen we eigenlijk niet echt meer, maar goed…

Het was de hele dag drukkend warm. Ruim over de 30 graden en een hoge luchtvochtigheid. Dat er op Naminoue Beach niet meer mensen waren zou ermee te maken kunnen hebben dat het af en toe regende. Dat kunstwerk is trouwens de Naminoe-Hashi Bridge.


Na uitgerust te hebben, ging het verder. En route weer de meest vreemde bouwsels gezien. Om een overload aan beelden te voorkomen (letterlijk: vorig jaar kreeg ik ruzie met mijn hostingbedrijf over het teveel data gebruiken), hou ik het bij een enkel voorbeeld.


Ook typisch Japans: soms iets heel ouds, kleins en gammels.
En ook typisch Japans: de liefde voor vintage automobielen, in dit geval een Cobra (als-tie echt is). Een Mercedes-bus als hier heb ik ook nog nooit gezien.

Een tuin voorbij lopen doe je niet. Zeker niet als deze naar Chinese voorbeelden gemaakt is: de Fukushuen Garden. Voor een paar honderd yen mag je erin. Veel karpers, bomen, kunstmatige grotten en bergen, een paviljoen, bruggetjes, karpers en bamboe. En een restaurant helemaal in een hoek achterin.

In dat gelijknamige restaurant heb ik getest of mijn maag al tot bedaren was gekomen. Een zero-biertje en een bescheiden portie gebakken rijst met garnalen viel niet verkeerd.


Het was inmiddels donker geworden en al na zeven uur. Teruglopen naar het hotel wou ik niet. Een busroute vond ik redelijk vlot, maar de dienstregeling zat niet mee. Ruim een half uur wachten en een kwartiertje met de bus onderweg — dat was net zolang als de routeplanner aangaf wat ik kwijt was geweest aan teruglopen. Live and learn.
Zo kwam ik tegen acht uur op mijn basis terug en kon gelijk wat administratieve zaken oppakken waarover ik verder niet wil uitweiden, en ging ik aan de slag met deze post, die weer veel langer is geworden dan bedoeld.
Morgenvroeg moet ik uitchecken. Heb nog geprobeerd mijn verblijf te verlengen, maar helaas, men was volgeboekt. Het alternatief lag links naast de voordeur: het Toyoko Inn Hotel en daar had men nog plek voor me. Morgen verhuizen!