Het regent wel eens in Kanazawa

Persoonlijk

Het hotel in Kanazawa, Hotel Pacific, was een aangename plek om te verblijven. Niet al te groot en massaal, een net iets ruimere kamer, aardige mensen achter de balie slash café slash bar. Plus dat de lokatie een perfecte uitvalsbasis vormde. Na erg goed geslapen te hebben begon ik aan het ‘afwerken’ van het lijstje dat ik de avond tevoren gemaakt had. (De ingang van het hotel is in het lichtgekleurde gedeelte van de begane grond; de naam op de gevel is waarschijnlijk die van de vorige uitbater.)

Eerste etappe was de wereldberoemde Omicho Market, een complex van overdekte straatjes en passages waar voornamelijk vis verkocht wordt, maar dat, omdat het een trekpleister is voor toeristen natuurlijk ook de nodige eetgelegenheden heeft. Ik hoefde enkel de straat waaraan mijn hotel ligt af te lopen om er te komen. En wat zien we dan? Rolkoffers, heel veel rolkoffers. Ik voel me dan wel een tikje medeschuldig aan de ellende die dat oplevert omdat ik zelf ook met zo’n ding op pad ben. De volgende keer huur ik een paar koelies in om mijn bagage te dragen. Of zou dat ook niet PC zijn?

Ik denk dat ik te vroeg was. Ik weet dat wel zeker, want de officiële openingstijd van de markt was negen uur en ik was er even na acht. Vandaar de relatieve stilte! Maar het was ook mooi om de mensen bezig te zien met het inrichten van hun winkels en zaken. Sommige waren blijkbaar al heel vroeg begonnen, want hadden hun uitstalling al helemaal op orde…

Ik bedacht dat ik later nog even een kijkje kon nemen en liep richting mijn volgende doel. Wakker als ik was zag ik natuurlijk weer veel bemerkenswaardigs.

Mijn doel was Kanazawa Castle Park en bij de ingang die ik nam trof ik dit koffietentje aan, dat ik natuurlijk niet links kon laten liggen. Ik moest nog wel even op de stoep wachten voor het openging, maar dat belette twee meisjes niet om nauwgezet de stoep aan te vegen, waarbij geen bloemblaadje aan hun aandacht ontsnapte.
Naast deze twee jonge vrouwen werkten er nog twee in dit koffietentje. Let wel dat de bovenverdieping ook beschikbaar was voor gasten. Beneden konden er acht zitten en dan was het echt vol. Maar ik was de eerste klant, dus. Ik nam eerst een café crème en een soort tosti & daarna nog een Guatemaalse koffie, dripstyle. Dat werd gemaakt met behulp van een gave machine die het handmatig opschenken verving. De koffie was perfect.

Het park was enorm groot. In het midden ervan bevond zich het kasteelcomplex, dat in een soort tussenstadium van herbouw was. Op zich minder interessant dan een echt oud kasteel, maar de details van de constructie waren er niet minder mooi om.
Ook mooi: Sakura!

Het tempo van deze donderdag bleef hoog, want ik toog naar Kenrokuen, een tuin die volgens de kenners tot de drie mooiste van Japan behoort & misschien zelfs wel de fraaiste is. Dat hadden meer mensen gehoord, want er waren verkeersregelaars nodig om de toevloed van bezoekers in de hand te houden en veilig de straat over te helpen.

Ik ben geen expert, maar Kenrokuen was zeker heel bekoorlijk. Alle aspecten van wat een Japanse tuin kenmerkt waren aanwezig. Vijvers, theehuizen, lantaarns, bruggetjes, een waterval, enzovoorts. Hoewel het qua weer een beetje een sombere dag was, leverde dat toch een aantal mooie plaatjes op.

Vanuit het tuincomplex leek het op de kaart niet ver naar het 21st Century Museum of Contemporary Art. Maar dat had ik niet goed ingeschat; het ging vrij bochtig en met veel klimmen en dalen.
Het museum was een hypermodern complex bestaande uit allerlei gebouwen die met elkaar verbonden waren en samen een ronde plattegrond vormden. Het was een verademing dat het nu eens niet om oud spul ging, maar om echte moderne kunst. Het deel van het museum dat ik bezocht was niet erg groot (de speciale tentoonstelling vond ik niet zo interessant en liet ik dus aan me voorbijgaan), maar de kwaliteit van het getoonde was hoog. Mijn favoriet was een werk van Anish Kapoor, genaamd ‘L‘Origine du Monde’ — een optische illusie bestaande uit een grote zwarte ovaal op een schuin achterover hellende wand. Er zal een link zijn (bedoeld?) naar een beroemd werk van Gustave Courbet met dezelfde titel (zoek maar op, heel gewaagd voor die tijd), en wellicht ook naar een installatie van Marcel Duchamp, ‘Étant Donnés’, die in Philadelphia te zien is, en zeker geïnspireerd is door Courbet. Duchamp is trouwens mijn kunst-held-van-alle-tijden & ik ben op de aki afgestudeerd voor het vak kunstgeschiedenis met een scriptie over hem, die spoorloos verdwenen is. Heel passend.

Helaas mocht je van alle fraaie kunst geen foto’s maken. Wel van dit:

Wie zich afvraagt wat hiervan de bedoeling is, heeft wellicht iets aan deze tekst, die deel uitmaakt van het werk. (Er ligt geen levend persoon.)

Ik ben ook nog even rondom het hele complex gelopen. Naast de ingang stond een werk bestaand uit ronde kunststof-panelen, waar je in kon rondlopen.

Inmiddels had ik vier items van mijn lijstje afgevinkt. Maar de lucht betrok en ik besloot terug te lopen naar het hotel. Onderweg heb ik nog de nodige winkels bekeken en ook ontdekt dat het trouwen op een exotische lokatie een ‘ding’ is in Japan.

Toen het echt begon te miezeren ben ik nog even Omicho Market ingedoken, waar het inmiddels drukker was geworden.

Het laatste stukje van hier naar mijn hotel stelde niet veel voor en dat was maar goed ook, want het begon nu serieus te plempen. Dat duurde tot rond zes uur. Ik maakte van de gelegenheid gebruik om nog even wat te drinken en te eten te kopen in een konbini op de hoek van de markt en liep terug door de markt. Waar het inmiddels weer een stuk rustiger was geworden.

De rest van de dag? Ahh, een beetje verloren. Het weer trok niet bij, dus ik bleef op mijn kamer. Tegen de tijd dat ik ging slapen regende het pijpenstelen en was er donder en bliksem.
Het vijfde en laatste doel op mijn lijstje ging ik niet meer halen, of ik moest dat op vrijdagochtend gaan doen voor ik begon aan de volgende etappe. Maar daarover meer in de volgende bijdrage. Die voor dit blog dus de vorige is, zodat die geplaatst is. Verwarrend.

Tussenstop in Daishoji

Persoonlijk

Toen ik woensdag afscheid nam van Fukui, nam ik deze foto in de straat van mijn hotel. Typisch voor het deel van de stad waar ik verbleef. Omdat ik al veel in de buurt verkend had, vond ik makkelijk mijn weg naar het station. Alwaar bleek dat ook binnen het dinosaurussenthema overal terugkwam.

Andermaal met een boemeltrein reed ik naar het noorden, richting Kanazawa. Van een stedelijke omgeving naar het platteland is overal een flink contrast, maar in Japan helemaal. Hoewel er nauwelijks vlakke delen zijn waar geen huizen en gebouwen staan, zijn er altijd velden voor de diverse gewassen, waarbij rijst de overhand heeft. Er is alleen nog niet veel van te zien.

Mijn reis naar Kanazawa onderbrak in in Daishoji, een vlek van een dorp, of kleine stad, dat kan ook nog. De reden voor deze tussenstop? In juni 2019 had ik in Venlo een demonstratie gezien van een Japanse houtdraaier/urushi-kunstenaar, Eiko Tanaka, en dat had veel indruk gemaakt. Enig onderzoek in die tijd, dat min of meer toevallig in mijn hoofd was blijven hangen, leverde op dat ze haar atelier in Daishoji had. Plus een galerie waar haar werk te zien en te koop was. Waarom dus niet hiernaartoe? Ik was toch in de buurt. En ik had nog spijt dat ik in 2019 geen werk gekocht had.
Inmiddels bleek haar oorspronkelijke galerie gesloten te zijn, maar het alternatief dat haar website vermelde was er nog.
Ik was ruim een uur te vroeg. Naar het lokale museum dan maar! Met mijn bagage, want er waren geen lockers op het station. Onderweg kwam ik een groep peuters met hun begeleidsters tegen. Duidelijk dat men in Japan al vroeg aan het socialiseren van het nageslacht begint. Maar zeker Kawai, dat ook.

Ishikawa Prefectural Kutaniyaki Art Museum was prachtig gelegen in een park. En open voor bezoekers. De expositie bleek bijna helemaal te gaan over de soorten porselein die in de loop der tijd in deze streek gemaakt werden. Heel interessant voor wie van keramiek houdt. En ook nog eens compacte opstelling.

Op de verdieping bevond zich een gecombineerde museumshop/café, waar ik een kop Matcha en een cakeje bestelde. Zoals overal in dit land werd dat fraai opgediend voor mijn neus gezet.
In de winkel vond ik nog een leuk object voor thuis, dus met een blij gemoed kon ik na het afrekenen op weg naar Fuzon Kaga Gallery + Café.

Nu krijgt het verhaal een vreemde wending. Ik was de eerste klant, vlak na opening, en liep de naam Eiko Tanaka vallen. Uit de reactie van de jongen achter de counter begreep ik dat ze niet in de buurt was, maar in Tokyo voor haar werk. Geen probleem, probeerde ik duidelijk te maken en bestelde een lunch, bestaande uit een stukje quiche, wat salade en een kommetje minestrone. Plus koffie.

Terwijl ik dat consumeerde waren er allengs meer mensen binnengekomen. Eén ervan, een jonge vrouw, benaderde me omzichtig en sprak me aan. Ze zei dat ze een vriendin van Eiko was. Hierna volgde een onnavolgbaar ‘gesprek’ tussen ons, met behulp van vertaal-apps en handen en voeten en het simpelst mogelijke Engels. De crux was dat Eiko de dag erop of uiterlijk nog een dag later terug zou komen uit Tokyo en altijd graag mensen ontmoette die speciaal voor haar gekomen waren.
Dat maakte het allemaal wat ongemakkelijk. Ik voelde me niet helemaal lekker bij de manier waarop ik de boel min of meer geforceerd had, en maakte meermaals mijn excuses en zei dat het echt niet nodig was om rekening te houden met mij. En zo meer. Uiteindelijk spraken we af dat ik Eiko een mail zou sturen en zien wat daaruit voort zou komen.
Allemaal gedoe dat ik dus zelf veroorzaakt had. Een tegenvaller was ook nog dat er in de Gallery geen werk van Eiko te zien was. Wie weet komt het er nog van als ze later dit jaar Frankrijk en Ierland aandoet voor demonstraties en tentoonstellingen.

Met dit gebeuren achter de rug toog ik weer, mijn bagage meezeulend, naar het station, waar ik een kwartiertje moest wachten op de Local (hun term voor boemel) naar Kanazawa.

Platteland versus grote stad. Hierboven een foto gemaakt op Daishoji station. En hieronder eentje gemaakt in de East Exit van Kanazawa Station. Vanaf hier was het een klein half uur lopen naar mijn hotel, het Hotel Pacific Kanazawa, waar ik me na aankomst en inchecken ledig heb gehouden met tv-kijken en bekijken wat er in deze stad te doen is. In elk geval heeft ze veel te beiden, aangezien ze in de oorlog gespaard is gebleven en nog redelijk veel ‘antieks’ over heeft gehouden in de vier eeuwen dat de Maeda’s, in die periode de op een na rijkste familie van het land, over de stad geregeerd hebben. Maar dat komt dus op donderdag.

Amusement in Fukui

Persoonlijk

OK, de vraag is of Fukui een mooie stad is, of lieflijk, of wat? Nee, nee en geen idee. Het heeft weinig geschiedenis in fysieke zin. In de oorlog grotendeels platgegooid en een paar jaar later een flinke aardbeving — dat doet een stad geen goed.
Het heeft natuurlijk wel geschiedenis als het gaat om het verleden. Dat heeft veel te maken met een adellijke familie die hier eeuwenlang de dienst uitgemaakt heeft. En dat zie je overal terug, in de vorm van plaquettes en standbeelden en informatieborden. En het Fukui City History Museum weet daar ook raad mee. Nadat ik er maandag voor een dichte deur stond, was het deze dinsdagochtend mijn eerste doel van de dag. (Eerst nog even een blik uit het venster van mijn hotelkamer…)

Om mijn richtingsgevoel op de proef te stellen ging ik zonder digitale ondersteuning te gebruiken op weg. Zoals altijd kom je dan onderweg wat opvallends tegen. Even refererend aan mijn observaties aangaande de geschiedenis van Fukui is dit een mooi ondersteunend beeld: ongeveer het oudst (uitziend) wat ik zag.

In de wederopbouwperiode van de stad was dit uithangbord ongetwijfeld het modernste-van-het-modernste. Let wel: anno twee jaar na mijn geboorte.

Het museum bleek niet echt rekening te houden met bezoekers uit andere landen. Men was zeer spaarzaam met uitleg in iets anders dan Japans. Er waren niet veel bezoekers. En aan deze had ik weinig als het ging om uitleg…

Het mooie van ‘blanco’ rondlopen in een museum dat zich richt op de geschiedenis van een plaats, is dat je je eigen conclusies kunt trekken uit wat je zo al ziet. (In mijn intro had ik het er al over.)

Om niet weer een al gedane route opnieuw te volgen, bedacht ik dat ik misschien de rivier moest opzoeken, de Asuwa. De weg ernaartoe heeft een naam die refereert aan de bijnaam die Fukui heeft gekregen na alle ellende die het overkwam: Phoenix City, de stad die herrees uit de as.

In een etalage, of misschien wel gewoon het venster van een woning, dat was me niet duidelijk, kwam ik dit voorbeeld van Kawai tegen. In Japan is men dol op snoezig.

En schuin tegenover het dichotome van Japan; groot contrast in formaat en uitstraling van objecten vlakbij elkaar. Zou dat terug te voeren zijn op eigenwijsheid van huiseigenaren die niet willen verkopen? Of zit er iets anders achter? Ik kan daar echt over piekeren.

De Asura bleek een een enorm breed rivierbed te hebben, met hoge, schuine wanden van gestapelde betonblokken, waar her en der iemand zat te genieten van het zonnetje dat af en toe doorbrak. Een heel stuk verderop zag ik op de andere oever iets interessant: een heel erg lange sliert foodtrucks en tentjes. Na de rivier overgestoken te hebben ging ik dat van dichtbij bestuderen.
Ik denk dat een en ander te maken heeft met Sakura. Op beide oevers van de rivier stonden veel bomen in bloei en bij de bomen ook een onmeunige hoeveelheid led-lampen en lampionnen en ander spul om de bloesem te illumineren. Ik heb al eerder gemeld dat men in Japan Sakura heel serieus neemt. Trouwens, ik denk dat Japanners sowieso goed zijn in zich amuseren en ook in het genieten van mooie, leuke en lekkere dingen. Dat zal te maken hebben met het feit dat al milllennia lang de dreiging van rampspoed in de vorm van een natuurramp dagelijkse kost was. En als je ieder moment bedolven kunt worden onder het puin door een aardbeving, of levend verbrandt, of door een Samurai een kopje kleiner gemaakt wordt, dan ga je wel ‘in the moment’ leven, voorzover je je dat kunt veroorloven. Weer iets om over na te denken.

Het was interessant wat er zo te eten en te doen was op dit ‘festivalletje’. Ik heb in ieder geval een beker goede koffie gehad met een aardbeiencrême-wafel en een stuk verderop nog ‘long potato’ — een soort Ras-patat (dat was ooit een hype in Nederland: uit aardappelpulp geperste en gefrituurde patat), met allerlei soorten saus naar keuze. Dat waren misschien niet de gezondste keuzes die ik had kunnen maken, maar als je al bijna drie weken geen ‘gefrituurde’ aardappel hebt gehad, is dat begrijpelijk, toch?

Naast een heel breed aanbod aan eten en snaai waren er ook nog twee veldjes afgeperkt waar, echt waar!, performers met een gedresseerd aapje een show hielden. Let niet op dat verbodsbord, want ik moest dit natuurlijk documenteren.

Interessant om te zien was ook de variatie aan voertuigen die als foodtruck gebruikt werden; van oude Amerikaanse schoolbus tot minuscuul Japanse kei-busje, waarin de exploitant ondanks een verhoogd dak slechts met het hoofd gebogen zijn werk kon doen. En wat te denken van deze Citroën-bus op leeftijd? Het viel me op dat-ie het stuur links had, dus deze moest ooit geïmporteerd zijn.

Nou, is dat een Nederlands kenteken, of niet? Ik dacht het wel.

Eenmaal alles gezien en een beetje misselijk van het eten, met allengs donker wordende wolken aan de horizon, werd het tijd het hotel op te zoeken. Ik liep daar niet rechtstreeks naar toe, maar via een buurtje nabij het station. Daar moest een soba-restaurant zijn dat erg goed is & soba had ik nog niet gegeten.
Mijn weg daarnaartoe voerde een flink stuk over de dijk langs de rivier.

Het restaurant had ik na enig zoeken gelokaliseerd. Omdat ik toch in de buurt was, heb ik nog even de beloofde foto van de dino’s op de gevel van het station gemaakt.

Later die dag, aan het begin van de avond, begon het te regenen. Niet leuk voor de mensen die van Sakura langs de rivier wouden genieten, maar ook niet voor mij. Nat worden leek me niet fijn & ik had ook niet echt trek. Ik bleef dus op mijn hotelkamer, wat dingen uitzoeken voor het vervolg van de reis, en ging redelijk vroeg te bed, las mijn boek uit en ervoer wat volgens mij een schokje van een aardbeving was. Ik hoorde een kraakgeluid en voelde een beetje beweging, een soort duwtje tegen het bed. Heel vreemd, maar aangezien ik geen sirenes of iets dergelijks hoorde, nam ik aan dat dit niet iets was om me zorgen over te maken. (Hoewel ik daarna niet echt goed geslapen heb…)

Fukui, de dinosaurussenstad

Persoonlijk

Toen ik op deze maandagochtend uit Kyoto vertrok had ik geen idee dat mijn bestemming van de dag dé dinosaurussenvindplaats van Japan is. Zo zie je maar weer, dat er altijd wat te leren valt.

Met een gewone trein reizen, of zelfs met een boemel, is altijd een leuke ervaring. Je ziet wat meer van het landschap, je hebt meer gelegenheid je medereizigers te bestuderen en je hebt vooral een minder gehaast gevoel dan in een hogesnelheidstrein. Zo ook vandaag. Ik vertrok vanaf Kyoto Station met de JR Kosei-lijn richting noordnoordoost; in eerste instantie naar Tsuruga, waar ik een transfer ging maken naar de Hapi-Luki-lijn, met als eindbestemming Fukui. Dat ging niet helemaal soepeltjes, waardoor ik een halfuurtje vertraging opliep.
Tijdens de eerste etappe reed de trein een tijdje langs Lake Biwa — op deze foto met de scholieren kun je daar een glimp van vangen. Tegelijkertijd bood de andere kant van de trein uitzicht op bergen, met warempel nog sneeuw op de toppen.

Op Tsuruga Station raakte ik even in de war aangaande het perron vanwaar de Hapi-trein zou vertrekken, waardoor ik in plaats van om 11:20 uur pas om 11:50 vertrok.

Die Hapi-trein was dus een echte boemel, stopte bij elk plaatsje, waarbij er best vaak twee minuten langs niets gebeurde; er stapte niemand uit, er stapte niemand in.

Na iets van drie kwartier boemelen was ik dan ‘eindelijk’ in Fukui. Het station leek bijna nieuw en ook de omgeving gaf blijk van grootstedelijke aspiraties.

Om maar weer eens te benadrukken dat je af en toe ook achter je moet kijken: pas na het zien van onderstaande tafereel, een deel van een opstelling van bewegende dino’s, zag ik dat de gevel van het station voorzien was van een immense afbeelding van een dinosaurus (geen foto van gemaakt — die maak ik bij vertrek, beloofd). Een informatiebord verstrekte de nodige info over waarom Fukui de dino-stad van Japan (en misschien wel van de hele wereld) is.

Leuk, maar ik heb nooit last gehad van dino-madness. Een ander soort gekte is die welke zich nu ontplooit in de VS, waar Potus 45/47 de wereldorde naar de kloten helpt. Hoe ver zijn tentakels reiken bleek vandaag weer eens. Op 3F van dit gebouw heeft die schurk een Amusement BAR!

Het was zo rond één uur en het leek me handig om mijn bagage alvast bij het hotel te droppen, waardoor ik mijn handen vrij zou hebben voor een verkenningstocht. Op weg naar het hotel zag ik al een interessante bestemming, de ruïnes van Fukui Castle, waarover later meer.
Het hotel bleek in de uitgaansbuurt te liggen. Niet dat me zulks boeit, maar het levert wel gekke plaatjes op. De entrees van veel gebouwen waren aangekleed met rekken met bloemstukken. Heel vreemd.

Zonder bagage, maar met goede zin, liep ik terug naar de lokatie van Fukui Castle. Dat was ooit een van de grootste in zijn soort van Japan, maar rampen en oorlog hadden er flink huisgehouden. Enkel de muren om de binnenste ring en wat restanten waren overgebleven. Op het terrein staan nu een aantal gebouwen van het stadsbestuur.
De man met het kind aan de hand is gekleed in prachtig denim. Denkelijk van die hele dure Japanse met selfedge.

Dat ook in Fukui Sakura leeft is vanzelfsprekend. Er werd volop gefotografeerd en gepicknickt.

In het informatiecentrum boven de poort zag ik een interessante video over ontstaan en vergaan van het kasteel, plus de nodige achtergrondinformatie over bouwtechniek. Moest je wel je schoenen uitdoen omdat binnen te gaan. Heb ik gedaan.

Omdat het bezoek aan een stad of plaats niet compleet is zonder een museum, ging ik na de ruïnes bekeken te hebben, op weg naar het lokale Museum of History. Dat natuurlijk op maandag gesloten is. Maar de weg ernaar toe is de weg ernaartoe & levert altijd wat op. Zoals deze etalage van een fotograaf. Daar had ik er al meer van gezien op andere plekken en in eerdere steden. Schijnbaar is het traditie om een moment zoals de eerste schooldag vast te leggen & wordt dat ook voor ieder schoolniveau gedaan.

Museum dus gesloten, maar Yokokan Garden, vlakbij, was wel open. Een mooie! De villa van de Daimyo, dat is de lokale heerser, was er prachtig nagebouwd en je mocht er (op sokken!) ook binnen rondlopen.

Ik heb heel veel foto’s gemaakt omdat er op detailniveau zoveel te ontdekken was. Maar deze hierboven moeten voor vandaag genoeg zijn.
Na deze topervaring ben ik met een behoorlijke omweg naar een buurt net voor/naast het station gewandeld, omdat ik gezien had dat daar wellicht koffie te scoren was. Het bleek dat ook hier de stadsvernieuwing toegeslagen had (sowieso is het in Japan overal en altijd slopen en bouwen), maar er was ook nog een soort binnenplaatsje waar men nog niet met de sloophamer was geweest & daar vond ik een café, dat, zo werd mij verteld, het enige vegan-etablissement van de hele stad was. Aangezien ik in Japan nog niet vegan had gegeten, bestelde ik een menu naast mijn ice-americano. Dat was heel lekker en ook heel gezond, denk ik.

Het liep al tegen het eind van de middag en mijn hotelkamer wenkte. Tenminste, dat vond ik. Het hotel is er eentje uit de APA-keten, nummer 108, een oudere dus. De badkamer is weer zo’n module, maar nu eentje in beige. De kamer is iets krapper dan anders, maar soit. Wel een dingetje is dat het raam niet open kan, de gevels worden onderhanden genomen en staan compleet in de steigers. Nadat ik gereserveerd had, kreeg ik een mailtje dat er wellicht geluidsoverlast zou zijn vanwege de werkzaamheden. Ook geen probleem, want bouwvakkers hier beginnen niet voor acht uur.

Morgen is er weer een dag en het museum is dan ook open.

Een halve zondag in Kyoto

Persoonlijk

Je hebt van die dagen dat je gelijk al beseft dat het er eentje wordt van minimale activiteit en inspanning. Zo ook deze zondag de zesde. Ik werd na diepe slaap best vroeg wakker en voelde het gelijk: mijn lijf protesteerde door spierpijntjes en stijve gewrichten. Een teken dat het even wat minder mocht qua stappen en zo meer. Bovendien leek het weer ook niet mee te gaan werken — het had geregend en er hingen donkere wolken boven de stad.

Ik besloot om een bestemming niet al te ver van mijn hotel te zoeken; bij voorkeur een lokatie die rustig zou zijn. Een Garden bijvoorbeeld. Zo bedacht, zo gedaan.

Mijn principe volgend dat ik hoofdwegen zou vermijden, zette ik via de kleinere straten koers naar de Shosei-en Garden, die behoort tot de tempel die ik gisteren noemde, Higashi Hongan-ji. Behoort tot, let wel, niet gelegen naast. Op weg ernaartoe kwam ik weer zo’n fenomeen tegen dat me al eerder opgevallen was: planten in potten rondom het huis. Blijkbaar is het de menselijke aard het al te stedelijke te willen compenseren met een dosis natuur, ook al is dat in de vorm van getemde planten en kruiden.

En misschien is zo’n garden uit hetzelfde sentiment ontstaan. Hoewel, deze waarschijnlijk niet — het was eeuwen geleden aangelegd als woon– en verblijf-oord voor een gepensioneerde hoofdpriester van de tempel. Daarbij werd niet op een theehuis meer of minder gekeken. Er waren er vier!

Het was niet al te druk, er was het een en ander te bewonderen en nadat ik dat had gedaan, schreed ik op mijn treden terug, want op de heenweg had ik een gebouwencomplex gezien van de Tokyo University of Arts waar ook een museum toebehoorde. Dat leek me interessant en dat was het ook. Er waren twee tentoonstellingen. De eerste met kunstwerken van vrouwelijke Japanse kunstenaars, ter ere van de afscheid nemende (eerste vrouwelijke!) directeur van de University, waar een paar indrukwekkende werken bij waren. De tweede was van de afdeling Printmaking — een soort retrospectief van werk van studenten, ex-studenten en naar ik aanneem ook (ex-)docenten, dat terugging tot de jaren zeventig. Heel divers en verrassend en het deed me weer erg terugdenken aan mijn tijd op de aki, toen ik me ook bezighield met zeefdrukken en etsen (aan litho heb ik me nooit gewaagd — teveel werk).

Na deze goede dosis kunst en cultuur ging ik terug naar mijn hotel, waar bleek dat mijn kamer nog niet klaar was. Dan maar op zoek naar koffie en wat te eten. Bleek er verderop een koffietent te zijn waar ik al twee keer langs was gelopen! Daar dus naartoe en er, tijdens het bestuderen van een ‘koffietafelboek’ over koffie, genoten van een café crème en een sandwich, en om het een echte zondag te maken nog een americano als toegift. Het tentje heet Lower East Side Number 9, en dat zag er op de gevel zo uit:

Het was inmiddels nog geen twee uur, maar ik besloot op mijn hotelkamer het nodige aan online uitzoekwerk en reis-planning te gaan doen. Uiteindelijk resulteerde dat in het reserveren van een aantal overnachtingen in vier steden, de komende tijd. De terugvlucht heb ik ook maar geregeld omdat het waarschijnlijk rondom het paasweekend ‘dringen’ gaat worden om nog een plek te bemachtigen.
Zo werd deze halve dag alsnog een productieve…

Recupereren!

Persoonlijk

Recupereren, dat is een mooi woord voor het bijkomen na een inspanning. En goed van toepassing op deze zaterdag, de vijfde april. Ik ben nog immer in Kyoto en de dag begon laat. Of het aan de best wel copieuze sushi-maaltijd lag, of aan een plots ingetreden malaise, of misschien een lijflijke reactie op de vele indrukken en activiteiten van de laatste twee weken — wie zal het zeggen? Feit is dat ik ruim negen uur geslapen heb en niet al te fris opstond. Dat gaf te denken. Misschien even het tempo lager?

In elk geval ging ik een hernieuwde poging doen om het gereedschapswinkeltje te vinden, nam ik me voor. Uitzoeken hoe het nou eigenlijk heette en waar het gesitueerd was kostte me zeker een half uur online, maar ik vond het. En het was toch echt in één van de passages waar ik vrijdag gezocht had. Nog wel om de hoek van een patat-zaak die me opgevallen was.
Met frisse moed toog ik richting metrostation waar ik de mij inmiddels al zeer vertrouwde lijn K nam richting Karasume Oike. Uitstappen op Gojo, stukje lopen en ik zou er zijn…

Andermaal koos ik voor de kleinere straten buitenlangs, wat qua potentie aan koffietentjes en dergelijke altijd meer oplevert dan de hoofdwegen waar je voornamelijk filialen van de ketens tegenkomt – Starbucks voorop (en nee, daar ga ik uit principe niet naartoe). Liever bezoek ik een tentje zoals deze:

Hier bestond de eigen insteek eruit dat naast de gebruikelijke dranken als thee, koffie, matcha etc. men crêpes serveert. Ik nam er eentje met aardbeien millefeuile, voor bij de café creme. Was erg lekker.

De app op mijn iPhone bracht mij na dit intermezzo linea recta naar mijn bestemming: Minamoto-no-Hisahide. Het winkeltje! Waar ik vrijdag toch zeker twee keer langsgelopen was! En waar toen ook het rolluik naar beneden was! Omdat het vrijdag nog niet open was toen ik er langsliep! Wat ook vandaag het geval was! Meneer Hisahide opent namelijk pas om half vier en ik was er al om drie. Dat werd dus even wachten op een pleintje om de hoek, schuin tegenover de patat-zaak (zie gisteren).
Om exact half vier stond ik voor het rolluik. Hisahide-san, hij was het zelf, kwam tien minuten te laat. Met een rolkarretje met ingepakte spullen, vermoedelijk de reden dat niet exact om half vier geopend werd, was mijn gedachte. Het rolluik werd anderhalf meter opgetild en ik werd naar binnen gewenkt. Met gebrekkig Engels en handgebaren werd mij duidelijk gemaakt dat meneer nog eerst iets moest wegbrengen. Ik zei dat ik best kon wachten. En toen werd er op het alweer neergelaten rolluik gebonsd. Een flinke groep, bestaande uit vijf vrouwen en een man, werd binnengelaten en het luik ging weer naar beneden.
Nu begon een langdurig toneelstuk. Wat ik ervan begreep is dat deze Japanners betrokken waren bij iets van cultuur-historisch belang en daarvoor gereedschap nodig hadden dat hier te koop was. Hisahide-san ging met enthousiasme met deze mensen aan de slag. Ik kon ondertussen mijn ogen de kost geven en rondneuzen, voor zover dat ging in het volkomen met kasten, counters en spullen volgepakte winkeltje. Drie kwartier later verliet de groep, blij en veel buigend, de zaak en was ik zo’n beetje aan de beurt.

Op de foto hierboven pakt Hisahide-san mijn aankopen in. Ik kocht een schaartje om de baard te fatsoeneren (hoognodig!), twee gemiddeld grote ‘skew-planes’ (schuin links, schuin rechts), een set goede houtsnijmessen en drie verschillende zaagjes voor het heel fijne werk. Helaas was het type beitels dat ik zocht niet beschikbaar — er was sowieso heel moeilijk aan top-gereedschap te komen, met besteltijden die tot wel twee jaar konden oplopen. Tja, de goede smeden en vaklui sterven uit en nieuwe aanwas is er nauwelijks.
Zeven jaar geleden kon ik enkel contant afrekenen, maar nu kon het met creditcard. Gelukkig maar, want ik had absoluut onvoldoende geld bij me. Hisahide-san stopte mijn spullen in een fraaie tas, wenste me toe dat ik snel terug zou komen en pakte me nog eens stevig bij de schouders. Inmiddels was, wat ik naar aanneem, zijn vrouw ook gekomen — ze kibbelden vertrouwd met elkaar, vandaar die aanname — en zij ging met een bestelling in een tasje mee naar buiten (ze staat op de foto van de buitenkant van de winkel) & achter haar werd het rolluik weer neergelaten.
Ik ging, met een blij gevoel omdat mijn instinct over de lokatie van de winkel wel klopte, en enkel de timing mij dwars had gezeten, weer op pad. Bekeek de nodige winkels, probeerde teveel meute te omzeilen en toog weer richting Kyoto Station. Te voet, want op de een of andere manier was het aantal gedane stappen per dag de laatste tijd een soort fixatie van mij geworden. Onderweg natuurlijk weer veel gezien. Deze tempel is een van de meestbezochte van de stad, ligt dan ook niet ver van het station: Higashi Hongan-ji.

Als een soort memory-check zocht ik nog het hotel op waar ik zeven jaar geleden verbleven had. Dat stond er nog en vond ik tamelijk moeiteloos. Ik herinnerde me ook nog een klein restaurantje dat achter dat hotel lag — vegetarisch, wat voor Japan heel bijzonder is, want hier houdt men heel veel van vis, vlees en gevogelte, maar dat tentje was spoorloos verdwenen. Ik denk dat dit hier op de plek ervan is gebouwd:

Vegetarisch eten ging dus niet door. Dan maar… eh, iets anders, dus. Ik bekeek een hele rits tentjes. Er zijn er plenty zo vlakbij het station, en ik kwam terecht bij een gewoon Japans restaurant, waar ik een biertje bestelde en een menu uitkoos. Op het plaatje stond uitdrukkelijk vermeld dat de afbeelding het aanbod voor vier personen betrof; ik vroeg of ik als eenling dat ook kon bestellen en dat kon.
Wat ik vervolgens voorgeschoteld kreeg leek verdacht veel op de hoeveelheid die op dat plaatje op de menukaart te zien was — veel te veel! En ook ongeveer alles tegelijk. Ten eerste een salade met kipfilet en pindasaus, ernaast een soort Kun Pao (kip met cashewnoten etc.), een bak gebakken rijst, tempura van de dag (grote garnalen, groente en paddestoel), drie gebakken gyoza’s. En als toetje, wat later, matcha-ijs.
Eigenlijk was het niet allemaal typisch Japans, voor zover er een originele Japanse keuken is — ze hebben hier heel veel overgenomen uit andere landen en er een eigen draai aan gegeven — maar zeer smakelijk. En veel te veel. Voor de goede orde: ik heb niet alles opgegeten.

Na deze culinaire krachttoer vond ik het absoluut geen probleem dat ik nog een kilometertje te gaan had naar mijn hotel. Mijn weg voerde mij dwars door Kyoyo Station, maar voor ik de eerste roltrap naar boven nam, heb ik nog dit plaatje van Kyoto Tower gemaakt:

En dat was het alweer vandaag. Morgen is het zondag en ik heb nog geen plan.