Dacht ik dat het inmiddels wat ‘makkelijker’ was geworden, gaat het vandaag helemaal mis. Misschien heeft het te maken met de realisatie dat ook anderen mijn meisje heel erg missen en om haar treuren en rouwen. In elk geval jank ik vaak en behoorlijk heftig. Kan me ook niet concentreren op zaken die afleiding zouden kunnen zijn. En de broodrooster is kapot, ook dat nog.
Weer naar Schier
Twee nachten, en de dagen daaromheen — zolang was ik eind deze week weer op Schiermonnikoog. Het was goed daar te zijn. De vorige keer voelde nog niet ‘af’. De reden hiervoor kan ik niet goed verwoorden; het heeft ermee te maken dat de herinneringen die ik had niet los stonden van Miep, dat ik het gevoel had dat er heel veel gebeurd was op het eiland dat met haar te maken had, maar niet zozeer met mij. Ik verplaatste me meer in het gemis dat zij gevoeld zou hebben en niet in dat wat ik had. Een beetje zoals het vaak door mijn hoofd schiet ‘wat zou zij dit leuk/mooi/geweldig/etc gevonden hebben…’.
Nu ging het meer over de herinnering aan wat we er samen gehad hebben; het eten in Van der Werff, daar borrelen en naar andere bezoekers kijken, de wandelingen over het strand, rondhangen in de boekhandel, het gemuts over welke boot we terug zouden nemen. Daarmee bezig zijn lukte nu wel, waardoor het oké was, dit korte bezoek aan Schier.
Dingen doen
Ok, dat is iets anders dan losse eindjes… Vandaag gedaan: boodschappen, douche, wastafel, spiegel in slaapkamer schoonmaken, ramen achter aan buitenkant gelapt, aanrecht opgeruimd en beetje schoongemaakt, afwasmachine gevuld en aangezet, wasgoed opgevouwen. Weinig gegeten, want het is een vastendag (google 5:2 diet). Verder lang gesproken met twee personen. Vanavond nog doen: koffertje pakken voor een paar dagen Schiermonnikoog.
Losse eindjes
Vandaag al gedaan: opgestaan, gedouched, aangekleed, koffie gedronken, kranten gelezen, papierhandel op tafel gesorteerd, correspondentie over huisstijlkwestie gescand en in pdf verzameld, brief aan verzekering geschreven, suppletie btw geregeld, formulier voor accountant ondertekend, advocaat gebeld aangaande huisstijlkwestie, ontwerpje voor grafzerk gemaakt, notaris gemaild, photoshop geupdated, kwartiertje in genlias gezocht, gesurfd op het web, nagedacht over bericht op blog. Dit geschreven.
Dag 50 / Dag 56
Bij het opruimen van mijn e-mail kwam ik er één tegen waarin me een boek van Joan Didion aanbevolen werd: ‘The Year of Magical Thinking’. Het mooie van Internet en elektronica is dat je elke impuls, als het gaat om het kopen van een boek of zo, onmiddellijk kunt bevredigen.
Ik lees het nu. Didion beschrijft het jaar na de dood van haar man. Veel is herkenbaar. Zoals de neiging om tijd zo precies mogelijk te benoemen. Dat heb ik ook. Waarbij ik telkens weer tegen de klassieke kwestie van de ‘nulde dag’ oploop. Voorbeeld: het is vandaag zeven weken geleden dat Miep begraven is. Maar is dat dan ook 49 dagen geleden? Volgens mij niet — vrijdag 13 juli was Dag 1. En dat maakt vrijdag 31 augustus Dag 50. En Dag 56 als het om haar sterfdag gaat.
Als ik die getallen zo zie, zegt het me niks. Het kan net zo goed gisteren geweest zijn, of honderd jaar geleden. Maar ik moet het — bijna dwangmatig — wel steeds uitrekenen en benoemen.
Keuzes maken
Daar gaat het uiteindelijk altijd om. Gisteren was ik bij ‘mijn’ steenhouwer om te overleggen over de grafzerk van Miep. We liepen over het buitenterrein van zijn bedrijfspand en bekeken allerlei stukken al dan niet bewerkte natuursteen. De discussie die zich tussen ons ontspon ging vooral over de manier waarop bepaalde soorten steen zich houden als ze ouder worden, dus hoe ze verweren.
Ik ging naar hem toe met de gedachte dat het Belgisch hardsteen zou worden, maar hij draaide die voorkeur richting graniet — zwarte Impala, gezoet.
Met twee monsters reed ik naar Mieps huisje om de post op te halen & daarna naar haar laatste rustplaats, zoals dat zo mooi heet (tankte eerst bij de dorpssmid).
Ik heb het graf opgeruimd; de bloemen van mijn vaders grafstuk waren weggerot, de potjes lavendel verdord. Toen bestudeerde ik de twee monsters steen die ik op haar graf had gelegd. Het was niet overtuigend.
Weer in Enschede sprak ik erover met mijn vriend P., die een uitgesproken mening bleek te hebben over grafstenen. We bekeken een aantal alternatieven, middels plaatjes op het Internet, en ik neig nu toch meer naar Serpentino, een groene steen. Groen was natuurlijk wel haar kleur. Maar haar voorkeur was ook ‘simpel’ — ik twijfel erover of dat inhoudt dat het niet mag opvallen… Maar als ik daar even over nadenk, weet ik het antwoord daarop ook wel: opvallen mag.
Ik ga er nog even over nadenken, maar niet te lang. Serpentino klinkt momenteel goed.