Dinsdag was een volle dag. Vol, want veel gedaan. Vol, want lang. Vol, want gewoon vol. Fris en vroeg aan de flat white bij de lokale vestiging van Byron Bay Coffee, een kleine keten schijnbaar overgewaaid uit Australië, en op Daimon Station de metro naar Ryogoku genomen. Doel was het Tokyo Edo Museum, dat vorig jaar toen ik in een APA-hotel erachter logeerde nog niet geopend was.

Na lang in de rij gestaan te hebben voor een kaartje, de lift naar 7F genomen en daar werd ik ondergedompeld in de geschiedenis van Edo, de relatief kleine stad die uiteindelijk het immens grote Tokyo zou worden. Men had hiervoor flink uitgepakt en niet alleen heel erg mooie maquettes gemaakt, maar ook een één-op-één-reconstructie van de Nihonbashi-brug (ok, eigenlijk de helft ervan, maar toch indrukwekkend), plus een theater, een klokkenwinkel, woningen uit diverse perioden, en veel meer.


Er was veel te zien, er waren ook heel mensen. Hele schoolklassen met kinderen die ijverig aantekeningen maakten, maar ook gewoon de dingen doen die kinderen altijd doen, zoals geinen en dollen.
Een object dat ik absoluut zou willen hebben is deze Datsun G222 truck uit 1960, die tot 2007 (!) dienst heeft gedaan en door de zoon van de oorspronkelijke eigenaar aan het museum werd geschonken. Dat is dus de oorspronkelijke lak en lettering!


Zijnde amateur-houtbewerker trok dit natuurlijk mijn aandacht: een levensgrote nabootsing van de werkplaats van een (klein)meubelmaker die de sashimono-techniek gebruikte. Dat is het maken van kasten, kistjes en dergelijke zonder spijkers, met uitsluitend slimme verbindingen en lijm.
Een tweede tentoonstelling in hetzelfde gebouw ging over de Toyotomi broers die eind zestiende eeuw Japan voor de tweede keer tot een eenheid wisten te smeden (vooral door veel veldslagen en belegeringen, plus listige diplomatie). Die zijn we al in Okayama Castle tegengekomen, dus het verhaal kende ik al. Fotograferen verboden, maar de tv-serie komt eraan, want dat was schijnbaar een reden voor deze tentoonstelling.
Er was kortom veel te zien, maar de dag was nog lang niet voorbij… Volgende doel was Kappabashi Street, dé plek om kookbenodigdheden te kopen. Op de foto staat de landmark die het begin markeert; de straat is een meter of 800 lang, met aan beide zijden winkels. En zeker een derde daarvan verkocht messen. Maar daar heb ik geen behoefte aan, mijn doel was een Shigaraki zoutvat te vinden en helaas is dat niet gelukt.

Teleurgesteld maar nog niet verslagen ging ik naar Ginza, de hyperdeluxe winkelbuurt, waar ik een compleet warenhuis afgestruind ben, meerdere winkels bezocht en een sandwich consumeerde in de Muji Flagship Store (plus iced latte).

Het was inmiddels al rond zeven uur en mijn voeten deden heel erg zeer. Terug naar het hotel dus. Wetenswaardig over het Shiba Park Hotel is dat het vlakbij Tokyo Tower ligt (daar was ik al twee keer geweest, dus ditmaal maar niet…). Aan het begin van de dag maakte ik de eerste foto & bij terugkomst de tweede.


Op mijn kamer ben ik redelijk uitgeput gaan liggen bijkomen van deze lange en volle dag, met twee blikjes Asahi Dry bier. Dat zoutvat ga ik wel online kopen als ik weer thuis ben. Dat laatste gaat vrij snel gebeuren, want op donderdag vlieg ik terug naar Nederland. Na nog één volle dag in Tokyo.