Vandaag een uitstapje naar Kurashiki, een half uur met de trein. Goed uitgeslapen en met goede zin, ook dat. Doel was een buurtje dat een hoog nostalgisch karakter zou hebben. In de beschrijving werd zelfs het woord ‘grachten’ gebruikt.

In Kurashiki ben je welkom, wat toch fijn is. Met de bus verder leek me niet zo’n goed idee, aangezien alle informatie in het Japans was en ik geen zin had een en ander door Translate te halen. Het werd dus lopen. Schuin tegenover het station lag een passage waar middels borden werd aangeduid dat het een shortcut naar bedoelde buurt zou zijn. Ik nam dat maar voor waar aan. Het bleek ook waar. En er bleek ook een coffee bar te zijn die me heel geschikt leek voor mijn koffiemoment: GJG Espresso Coffee. De barista was een zeer vriendelijke jongeman. De iced latte (weer een Ethiopische boon) was voortreffelijk; bij de long black (hot) die ik vervolgens dronk, viel me op dat de Ethiopische boon behoorlijk donker gebrand was. Niet echt een minpuntje omdat het bitter niet heel prominent was.
Er stond een platenspeler op de vloer, er werd goede muziek gedraaid, de ouderwetse koffiebrander van Japans fabrikaat ratelde op de achtergrond en verspreidde donkere geurnoten, de mensen die koffie haalden waren interessant, kortom een goede plek.


Maar de excursie was nog maar net begonnen. De straatjes in de buurt ademden de sfeer van honderd jaar geleden, er bleken een paar veelvuldig voorkomende soorten winkels te zijn: keramiek (lokaal product) en denim (lokaal product — er was ook een oud bedrijvencomplex dat vroeger een spinnerij was en nu leuke zaakjes huisvestte), plus een paar winkels waar mate verkocht werd. Mate (niet het drankje, maar een samenvoeging van masking tape) is een ding in Japan. Tape is er in waanzinnig veel kleuren, decors, uitvoeringen.
Dat ‘grachten’ bleek ook nog eens waar te zijn…


Toch kan dat nostalgische thema ook te ver doorgevoerd worden, vind ik. Maar het stel in de riksja vond het blijkbaar geweldig.
Een van de leukste dingen die je kan overkomen als je in een buurt willekeurige zijstraatjes inloopt, is dat je iets ontdekt dat helemaal in jouw straatje past. Ik ben een groot fan van Japanse houtsnede prints, Ukiyo–e, en ik ontdekte in een zijstraatje een museum helemaal gewijd aan Kuniyoshi, een van de top-meesters op dit gebied, actief in de negentiende eeuw. Het museum is gevestigd een traditionele grote villa en je loopt er op slippers door heel veel tatami-kamers, met heel veel fantastische ukiyo-e’s. Helaas was fotograferen niet toegestaan. Ik heb er zeker een uur doorgebracht, met stijgende verbazing over de gedetailleerdheid van de prints en de kwaliteit van de tekenkunst van Kuniyoshi.

Na dit absolute hoogtepunt ben ik nog naar de naastgelegen Achi-jinja Shrine geklommen, waar het zeldzaam rustig was. Het liep inmiddels tegen het eind van de middag en hoewel ik iets van drie uur eerder een cuban sandwich had gegeten (geïnspireerd op de film ‘Chef’ van Jon Favreau — er hing een poster in het tentje), leek het me opportuun nog wat te gaan eten, aleer terug te gaan naar Okayama. Dat werd dus gyoza’s met wat gebakken rijst (en een Asahi SuperDry 0%) in een soort cafetaria in de passage.

En nu het toch over eten gaat: ik moet iets rectificeren. En wel wat ik eerder schreef over shabu shabu, naar aanleiding van mijn curry-maal bij Shaba Shaba in Nagasaki. Shabu shabu is geen curry, maar een soort hot pot. De chef in N zal het als een woordgrapje bedoeld hebben. Mijn excuses voor deze fout.

Het busstation nog een keertje:

De trein terug naar Okayama was afgeladen vol, dus de ervaring van hutjemutje staand in de trein kan ik nu ook wegstrepen op het lijstje typisch-Japan-ervaringen.
In Okayama heb ik nog even een Muji opgezocht voor een boodschap (een extra mini-oplader) en ben daarna als afsluiting van de dag met twee blikjes AV in het hotel gaan recupereren.
Vandaag was een leuke dag, ik zou iedere dag wel een ukiyo-e expositie willen bekijken, en morgen zou wel eens nog leuker kunnen worden. Waarom? Dat is nog even een verrassing.