Voordat ik echt achter raak met het dagelijkse verslag, bij deze een inhaalslag: maandag 12 oktober was het weer een verhuisdag. Na veel te kort geslapen te hebben (het lijkt erop dat mijn slaapritme voorlopig niet normaal wordt), werd ik een kwartiertje voor de wekker om 9 uur zou gaan wakker & besloot er gewoon voor te gaan.
Fris gedoucht en met goeie zin stond ik al snel buiten te wachten op tram nummer 1 (alweer!) die me naar Nagasaki Station zou brengen. Een halte of twee verder stapten naar schatting een dozijn Italianen ook op de tram. Dat wil zeggen, men deed een poging. Of het uit onwennigheid was, of gewoon omdat Italianen altijd zo doen, liep men niet vlot naar voren, plaatste de vele bagage zo dat het flink in de weg stond, ging men uitgebreid in discussie met elkaar of hoe of wat (zo interpreteerde ik het tenminste met mijn beperkte kennis van hun taal) en deed weinig uit op de instructies en beden van de trambestuurder. Het duurde zeker vijf minuten voor de deuren weer dicht konden en de route hervat.
Eenmaal op het station, wat nog nog even zoeken was, nadat ik eerst verdwaalde in een winkelcentrum, ging het vervolg van de reis vlot. QR-code scannen bij een toegangspoortje, plaatsbewijsje dat eruit floept meenemen, perron opzoeken waar de trein vertrekt, wachten, instappen, stoel opzoeken en zoef… Bullet train, baby!


En na een half uurtje in razend tempo door het Japanse landschap zoeven hield het op. De Shinkansen-route van Nagasaki naar Hakata is nog niet af. In Takeo-onsen moet je overstappen in de Limited Express die om het makkelijk te maken op de andere kant van het perron waar de trein aankomt klaar staat.
Easy peasy, toch? Nou…, ik had blijkbaar zo’n dag dat de grijze celletjes langzaamaan deden, want niet veel later zou blijken dat ik een trein te vroeg had gepakt.
Wagen 5, stoel 14D. Verwarring! Iemand had dezelfde stoel! Maar we kwamen er samen uit. Ik op D, hij op C, die toch leeg was. We raakten in gesprek; hij was een Braziliaanse Canadees, die een sabbatical doorbracht in Japan. We waren in een goed gesprek verwikkeld toen er nadat de Limited Express even was gestopt op een tussenstation, er een oudere heer opdook die een kaartje voor stoel 14C had. En toen werd me dus duidelijk dat ik in Takeo-onsen acht minuten had moeten wachten op de juiste trein. Tja, ik ben maar naar de Non Reserved afdeling gegaan, waar trouwens heel veel plek was. Wel jammer van het gesprek dat juist zo mooi op gang was.


In Hakata had ik een minuut of dertig om de aansluitende Shinkansen naar Hiroshima te nemen en dat liep nagenoeg zonder incidenten goed af (wel ruzie gehad met een poortje).
In Hiroshima bleek de stationsomgeving heel erg veranderd sinds ik er een maand of achttien geleden was. Er werd nog steeds gebouwd, maar het leek erop dat het bijna af was.

Mijn hotel ligt vlakbij het station en ik heb me even opgefrist en ben daarna de omgeving gaan verkennen. Om de hoek vond ik de Japanse pendant van een winkeltje dat heel lang in de Korte Haaksbergerstraat te Enschede heeft bestaan, SHC Second Hand Camera’s. Helaas had men hier geen lenzen voor de Asahi Pentax 67 waarmee ik binnenkort weer eens analoog ga fotograferen.


Wel dit hierboven: een onderwatercamera van Asahi Pentax waarvan ik niet eens wist dat-ie bestond. Moet ik eens een keer gaan uitzoeken. De prijs is niet fout: een fractie boven de 190 euro.


Inmiddels was het donker geworden en de buurt die ik vrij willekeurig ingewandeld was, had niet veel te bieden. Hier lag een fijne uitdaging voor een stadsplanner. Hoewel er ook wat voor te zeggen is om oude glorie in stand te houden. Echte neon zie je nauwelijks nog — het is allemaal led.

Hoewel ik vrij doelloos rondzwalkte, kwam ik een paar keer deze meisjes achterop. Geen tweeling, maar op een bepaalde manier wel.
Ik zocht even op mijn iPhone op waar ik was beland en dat bleek op een half uur lopen van mijn hotel te zijn. Terug dus maar.

Mijn hotel heeft zoals hier wel vaker, een entree op de begane grond, waar je de lift kunt nemen naar de lobby, die een of meer verdiepingen hoger is, in dit geval de vierde, of met je pasje gelijk naar de verdieping waar je kamer is. Dat laatste was de bedoeling, maar de lift stopte toch op de vierde verdieping. Daar in de lobby zag het bijna zwart van de zwaarbepakte toeristen die blijkbaar net ingecheckt hadden. Een flink deel van de groep ging de lift in waar ik al snel in een hoekje gedrukt werd. Het bleken Franstalige Belgen te zijn, wallonen dus.
Om mij op de vijfde verdieping eruit te laten moesten ze zo’n beetje allemaal eerst de lift uit met hun twintig koffers. Wallonen…
Na wat uitzoekwerk op de MacBook (volgende etappe, hotels boeken, dat soort dingen) ben ik tv gaan kijken en op tijd gaan slapen.