Het was inmiddels alweer de vierde woensdag in Japan. Na goed geslapen te hebben ging een flink deel van de ochtend teloor aan het plannen en boeken van de rest van de reis. Begin van de middag pakte ik de metro noordwaarts en bracht een kort bezoek aan het Kyoto Museum of Arts & Crafts. Kort omdat het een bescheiden gebeuren was, gewijd aan de 74 crafts die in Kyoto beleden worden. Bescheiden, maar heel interessant.

Het was niet ver lopen naar het Kyoto Kyocera Museum of Art, gevestigd in een karakteristiek oud gebouw (dertiger jaren…), waar ik een combi-kaartje kocht voor twee van de drie exposities die er te zien waren.

Het interessantst was de overzichtstentoonstelling van Yamaga Seika, een lokale textielkunstenaar, die een eigen draai aan brokaatweven gegeven had. In een flink aantal zalen was veel te zien. Opmerkelijk was een van zijn eerste werken, waarmee hij in de jaren 1920 zijn naam vestigde: een heel erg gedetailleerde en grappige dwarsdoorsnede van een Dutch Ship. Helaas was het wandkleed verloren gegaan, maar de ontwerptekening gelukkig niet. In de details had de kunstenaar zich duidelijk uitgeleefd.


De tweede expositie die ik bezocht was gewijd aan het ontstaan van het museum, dus de bouw ervan en ook wat er in de beginjaren tentoongesteld werd.

Op de terugweg naar mijn hotel zag ik dit — op de een of andere manier zit er vaak iets poëtisch in het contrast dat je in Japan vaak ziet tussen oud/traditioneel en nieuw/modern. Het geeft trouwens ook te denken dat de eigenaar van de auto er dermate zot mee is dat hij of zij er een deel van de woning aan opgeofferd heeft.

Na een uurtje of anderhalf op mijn hotelkamer trok ik andermaal noordwaarts. Ik had Daniël gevraagd een Kobe beef restaurant uit te zoeken, zodat hij die ervaring ook kon meemaken. Het restaurant vond ik na enig speuren; het lag namelijk op de zevende verdieping (F8) van een in veiligheidsdoek gewikkeld gebouw. We kwamen eigenlijk op de bonnefooi, rond zeven uur, zonder reservering, en het bleek dat er geen plek was. Gelukkig wel om half negen, dus deden Daniël en ik even een drankje in een British Pub om de hoek. En dat was het moment waarop voor mij een einde kwam aan 17 weken en 1 dag zonder alcohol: ik dronk een IPA. Met alcohol.
Eenmaal gezeten aan de teppanyaki-tafel van Kobe Beef Kisshokichi Kyoto Main Branch begon het feest. We bestelden een drankje (chardonnay voor D, een Japanse single malt whiskey voor mij…) en Chateaubriand. Voordat het vlees op de planche ging werd het aan ons gepresenteerd — met naar ik vermoed de oorkonde van oorsprong en kwaliteit — waarna de chef er zijn kunsten mee ging vertonen.


En een show was het zeker. Met vlammen, veel gedoe met een scherp mes en theatrale gebaren, uiteindelijk resulterend in een geweldig maal met heel erg lekker vlees dat smolt op de tong.
Tegen tien uur, na nog een ijs en cheesecake toetje als afsluiter, namen we na het voldoen van de rekening, begeleid door heel veel buigen door de gastvrouw, de lift naar de begane grond. En besloten nog een afzakkertje te nemen in British Pub HUB, de zaak waar ik eerder die avond een lange nuchtere periode had afgesloten. Nu het schaap over de dam was, het hek van het schip, of hoe dat gezegde ook mag luiden, werd het nog behoorlijk laat en behoorlijk ‘nat’. Ik denk dat er nog drie of vier biertjes op tafel kwamen. Misschien dat het aan de alcohol lag, ik denk het niet, maar we hadden een heel goed en diep gesprek. Mooi dat je na een paar dagen samen optrekken dat kunt.
Ons laatste drankje was een Guinness (ik won de G-challenge) en toen we die ophadden konden we nog net een bus richting station pakken. In Kyoto ligt het OV na middernacht plat.


Bij de busstop nam ik afscheid van Daniël, die de volgende dag naar het zuiden zou gaan, terwijl ik Sapporo, op het noordelijke eiland Hokkaido, ging aankoersen.