Maandag 5 oktober. Okinawa heb ik geen eer aangedaan, vrees ik. Aan de echte hoogtepunten ben ik niet toegekomen — stom, want ik had wel wat notities vooraf gemaakt op basis van aanbevelingen die ik online vond, maar niet echt een planning gemaakt. Waar nog bijkwam dat ik niet echt fit was toen ik arriveerde én me volkomen verkeken had op de klimatologische omstandigheden (tip: altijd voor het boeken van de vlucht kijken hoe het klimaat is op de plaats van bestemming).
Awel, wat gedaan is, enzovoorts. Misschien kom ik er nog een keertje, maar dan wel met een goede planning en niet aan het begin van de reis.
Behalve om te rusten heb ik de zondag ook gebruikt om wat vooruit te denken en het verblijf in één van de plaatsen waar ik écht naartoe wou, te regelen. Dat is op 17 oktober & de plek laat ik nog even in het midden. Voor ik op die plek beland staan er nog een paar andere op het lijstje. Nagasaki vooral. Om daar te komen had ik rechtstreeks vanuit Naha kunnen vliegen, maar uiteindelijk bleek het handiger om eerst naar Fukuoka te gaan.
Vanochtend nam ik een taxi naar het vliegveld, waar ik dus nog te vroeg was om in te checken. Dat duurde een kwartiertje en de security check eropvolgend was snel gepiept. Daarna anderhalf uur wachten bij de gate, maar ik mocht wel als eerste boarden omdat ik dit keer zo snugger was geweest een stoel in de nood-uitgangszones te kiezen: 13C. Extra beenruimte en aan het gangpad. Moet dan wel de nooddeur openmaken als het vliegtuig een noodlanding maakt en mensen helpen eruit te komen, maar dat lijkt me geen belemmering…
Na iets meer dan anderhalf uur na opstijgen landde de Airbus A320-200neo van Peach Air op het vliegveld van Fukuoka; de koffer was er snel en een taxi ook snel genomen. Er stond een heel erg grote delegatie stemmig geklede dames op me te wachten, maar ik deed even of mijn neus bloedde en liep er stiekem langs.

Het was tegen één uur toen ik bij het APA Hotel Fukuoka Tenjin Nishi afgezet werd. Koffer en rugzak in bewaring gegeven en vervolgens op zoek naar goede koffie. Die vond ik bij Shirouzu Coffee Roaster, niet ver van het hotel.

Toen ik vorig jar in Japan was (lees het blog! het staat hier ergens op deze site!) heb ik zo’n beetje geleefd op mooie koffiedrankjes en cheesecake. En die traditie zet ik dan ook voort:

Van de attracties waar mijn oog op was gevallen toen ik wat serieuzer aan het plannen was gegaan op zondag, lag het Fukuoka Castle Park op loopafstand van het koffietentje.
Tja, weer een kasteel-park zonder kasteel, maar het was een andere ervaring van in Naha. Vijf graden minder maakt veel uit.

Fukuoka is een van de grootste steden van Japan, maar heeft dan toch een aantal flinke lappen groen midden in de dichte bebouwing. Het leek er trouwens op dat het park ingericht werd voor een of ander festival, want ik liep bijvoorbeeld tegen een installatie van halfdoorzichtige grote opblaaseieren aan.

In het hele park waren mannen (geen vrouw daarbij gezien) aan het werk; ze deden onduidelijke dingen zoals zeulen met grote pvc-buizen en -fittingen, kleine paaltjes in de grond meppen, lijnen langs vestingsturen bevestigen, en zo meer. Ook stonden er stellages met projectoren en allerlei apparatuur.
Dat de werklui zich niet druk maakten over het al dan niet gestolen worden van hun spullen maakt dit plaatje wel duidelijk: in de buurt geen werkman, maar wel een hoop gereedschap en spullen ergens gedropt.

In het bezoekerscentrum een video gezien over het ontstaan van het kasteelcomplex (in 1607 begon men), nog een mini-aardbeien-cornetto uit een vending machine getrokken en eind van de middag naar mijn hotel gewandeld.
Inchecken? Check! Uitpakken? Check! Voetjes omhoog? Check! Oogjes even dicht? Ja, maar niet lang. Nog even met Madrid gesproken. Gedoucht en vervolgens voor het eerst (!) een avondmaal gegeten. Het is waar: ik had vanaf zondag voor vertrek niet echt iets gegeten, afgezien van dat bordje gebakken rijst met garnalen in Naha. Nu dus bewust sushi, want sushi. Een straatje verderop ligt dit restaurant, Kaitenzushi Fujimaru Daimyo (hun spelling) — een carrousel-restaurant, waar de bordjes sushi en andere hapjes aan je voorbij glijden en je pakt waar je zin in hebt, of de chef vraagt om iets voor je te maken. Ik heb tien schoteltjes gehad en elk was erg lekker, met als uitschieter de zoete krab. En het AV-biertje smaakte ook prima. Apart was dat er een behoorlijk dikke vrouw aan de bar zat die telkens twee van hetzelfde bestelde en dat dan tien keer (niet elke keer hetzelfde, dus) in de helft van de tijd die ik er was.


Na een uurtje stond ik alweer buiten; die tien maal twee sushi was wel mijn limiet. Een toetje in de vorm van een vanilleijs-sandwich kocht ik in een supermarkt, samen met wat fruit en een blikje Asahi Dry Zero. Het ijsje is op, het biertje wacht op me — moet dit blog afmaken!
Ik merk trouwens dat ik in een aardig ritme kom en het qua energie ook weer aankan. Goed nieuws, want morgen ga ik naar een museum, een uur reizen vanaf mijn lokatie.