De eerste twee weken op reis zitten erop, en deze woensdag 2 april is de laatste volle dag in Osaka. En laat die nu beginnen met de was doen. Na twee weken op stap kwam het einde van het schone goed in zicht en werd het tijd. Ik kon ervoor kiezen om de wasserette schuin tegenover het hotel te gebruiken, of die in het hotel. Het werd het laatste, voornamelijk omdat de ruimte waar ‘mijn’ APA twee wasmachines en twee drogers opgesteld had, met ook nog een ijsmachine, magnetron en ander gerief, zich op dezelfde verdieping bevond als mijn kamer. Ik kon op kousenvoeten heen en weer. Die kousen waren trouwens nieuwe, het eerdere paar kon in de prullenbak (Falke maakt ze niet meer zo goed als vroeger). Wassen en drogen duurde anderhalf uur (500 Yen in de wasmachine, 2 maal 200 in de twee drogers) en het oprollen van wat al behoorlijk droog was een kwartiertje. De T-shirts en shorts die nog een beetje vochtig waren spreidde ik op het bed uit en de trui die ik eigenlijk niet mee had moeten nemen, want te warm, hing ik op in de badkamer. Zo ging de ochtend grotendeels voorbij.
Omdat ik in Osaka nog geen echt museum bezocht had, ging ik ná de was op pad. Vanaf Namba Station met de metro naar het Osaka Museum of History. Dat bleek tot mijn verrassing in een waanzinnig gebouw gevestigd te zijn: een soort dubbelgebouw, een combinatie met het kantoor van de omroep NHK (Japanese Broadcasting Corporation) — het museum beslaat een paar verdiepingen in het gebouw op de voorgrond. De hogere toren erachter is dus van NHK.

Achter de ingang was er natuurlijk een indrukwekkend hoge ruimte die grotendeels leeg is; blijkbaar een vast gegeven voor dit soort architectuur.

Met een entreekaartje op zak kun je de lift naar boven nemen; de show begint op de achtste ‘floor’ en vervolgt dan telkens eentje lager tot, als ik het me goed herinner, de vierde en dan wordt je geacht weer naar 1F af te dalen. 1F is begane grond, zoals ik in een eerdere blog al uitgelegd heb (wel goed opletten, lezers!).
Ik ga hier niemand vervelen met de geschiedenis van Osaka, maar beperk met tot een aantal highlights van de tentoonstelling. Die was echt interessant en mooi aangekleed, hoewel uitleg in het Engels zeer beperkt was. Vooral de maquettes en modellen vond ik geweldig.

Dit soort aardewerk maakte men dus al rond 900 Common Era (we hebben het niet meer over ‘na Christus’, en ik zeker niet, want ongelovig). Zo’n groen schaaltje zou ik heel graag willen hebben en ik ga vanaf nu daar naar uitkijken. Dat grotere zwarte object rechts is een inktsteen (ook iets om naar uit te kijken, hoewel de latere versies er heel anders uitzien) en de schijfjes met gaten erin zijn munten uit ca 800. Die gaten zitten er in om een aantal aaneen te rijgen met een koord om zo grotere waarden te maken. Later zag ik een voorbeeld van duizend mon, dat niet eens zo geweldig fors qua omvang was. Hedentendage zijn er munten in omloop die ook een gat hebben, namelijk die van 5 en 50 Yen. De Yen van nu is een herwaardering van een oudere valuta — inflation is a bitch…

Op een lagere verdieping, die de facto twee verdiepingen hoog was, had men de helft ervan ingericht als nagebootste hal van het keizerlijk paleis, met levensgrote figuren uit de huishouding van de keizer, zoals deze groep dames, waarvan de functie me ontgaan is.

Osaka is belachelijk groot. Het maakt bovendien deel uit van een heel groot gebied van stedelijke bebouwing, dat ook Kobe en Kyoto omvat. Hoeveel mensen er hier leven moet je maar op Wikipedia opzoeken. Maar het viel mij tijdens het met de trein reizen op dat werkelijk elke are (bedoeld is hiermee een oppervlakte van 100 vierkante meter, want er is natuurlijk wel af en toe een vierkante meter niet bebouwd of in gebruik, duh…) gebruikt wordt.
Het museum heeft een Pano-plek en hierboven zie een je deel van het uitzicht. Links hiervan ligt Osaka Castle Park, je ziet nog net een strookje bomen, waarover later meer.

Ik heb enorm respect voor modelbouwers. Mijn pogingen, toen ik jong was en gefascineerd door vliegend en varend oorlogstuig, hebben nooit meer opgeleverd dan een slecht beschilderde Spitfire en een nooit voltooide Bismarck. Maar kijk eens hoeveel informatie er verwerkt is in dit opengewerkte model. Je ziet hoe het gebouw geconstrueerd is, hoe het gebruikt wordt, enzovoorts. Respect!

Ook een fijne afdeling was die met een soort stripachtige diorama’s, zoals hierboven. En dan hieronder nog een maquette: een stukje Semba van rond 1860 (dat heet hier Late Edo, net voordat Meiji aanbrak), een binnenplaats met materialen voor de timmerman. Dit is trouwens een klein stukje van de totale maquette.


Nog een verdieping lager zijn we bijna in het heden en eigenlijk was dat een stuk minder interessant – het exotische gaat er vanaf nu de westerse invloeden prominenter worden. Maar dit plaatje kon ik niet achterwege laten: we komen warenhuis Takashimaya weer tegen en nu in de vorm van een gidsje; ik vermoed uit de jaren dertig van de vorige eeuw.
Leuk museum. En omdat ik nu toch in de buurt was, leek een bezoek aan Osaka Castle ook opportuun. Ernaartoe lopen was een kwestie een paar honderd meter lopen en twee keer een zebrapad oversteken. Die zebrapaden hier zijn typisch, dat wil zeggen dat iedereen en echt iedereen, zich braaf houdt aan stop– en gaan-lichten, zo die er zijn & als ze er niet zijn, dan stoppen auto’s altijd voor voetgangers. Het lijkt wel of ze in Japan nog de doodstraf hebben voor veroorzakers van dodelijke ongelukken, of zoiets. In elk geval is het voor de gemiddelde Nederlander, gewend om zich niks aan te trekken van rood of groen, wel een enorme aanpassing. Gelukkig ben ik geen gemiddelde Nederlander en bevalt mij dit soort gedrag enorm. Plus dat je wachtend op groen licht mooi voorbijrijdende voertuigen kunt bekijken en fotograferen, zoals dit bezorgbusje met het alom aanwezige symbool van Yamato Transport, dat ook TA-Q-BIN verzorgt, het vooruitsturen van bagage en andere spullen. Ik was eigenlijk van plan daar ook gebruik van te maken, maar in de praktijk heb ik zo weinig bij me (mijn Rimowa-cabin crew koffer en een kleine rugzak), dat het goed te doen om dat in het OV mee te nemen.

Osaka Castle Park waarin het kasteel ligt, beslaat een enorm groot terrein, ik geloof iets van 100 hectare, en ik stond zo’n beetje met één voet in het park, met een zojuist gekocht flesje koude groene thee, toen het begon te regenen. Aangezien ik geen paraplu bij me had, ook niet van plan was er eentje te kopen (ondanks de belachelijk lage prijs van die dingen in de winkels hier), en aangezien ik al een kasteel had gezien en deze in Osaka ook weer een vrij recente replica is, dus niet origineel, besloot ik er voor deze dag een eind aan te breien.
Terug naar de thuisbasis, wat inhield terug naar Namba Station, alwaar ik een erg late lunch, of behoorlijk vroeg diner, deed in Beer’s Table Keller Keller (die naam!), bestaande uit een bordje antipasta Japanse stijl en een schaaltje gamba’s en broccoli gekonfijt in knoflookolie met wat plakjes stokbrood erbij. Denk nou maar niet dat ik hiermee geweldig uit de bocht vloog, want dat laatste bestond uit drie gambaatjes en vijf minuscule stronkjes broccoli en de plakjes stokbrood waren niet groter dan twee vingerkootjes (van mijn pink) doorsnede. Belangrijker was dat het glas Hoegaarden Wit (van de tap!) lekker was. Ik had nog even getwijfeld of ik een Orval zou nemen, want dat hadden ze ook, maar dat was me iets te prijzig (ruim tien euro!). Op zich een vreemde overweging, want waarom zou ik dat niet doen, terwijl het op zich uitkan?

Allé, het was wel weer goed zo, dus terug naar mijn hotel om daar nog een blikje Kirin-bier te drinken en wat te websurfen en tv te kijken. Ik had niet veel stappen op de teller (iets van 7.700), maar was toch moe door de vele indrukken. En de was doen kost ook veel energie. Dat werd dus vroeg naar bed.