Het is alweer dinsdag en nog wel de eerste dag van april, maar laten we vooral geen grappen maken over de stad waar ik nu ben: Osaka. De naam betekent grote (O) heuvel (Saka), wat heel vreemd is want Osaka ligt op een vlakte tussen heuvels. Voor de zevende eeuw heette de stad trouwens Naniwa.

Verplaatsdag. Dat betekent voor tien uur uitchecken en met de bagage naar een station, daar zoeken naar het perron waarvandaan de juiste (heel belangrijk!) trein vertrekt en vooral niet stressen. Verliep allemaal volgens plan, behalve dat ’juiste’ — ik zat niet in de juiste trein,. waardoor ik in Osaka nog moest overstappen op een metro, om uiteindelijk te arriveren op het station Osaka-Namba, dat zoals de naam al zegt in de wijk Namba ligt, net onder Dotonbori — het hart van lokaal vermaak.
Om elf uur stond ik, bezweet en wel, bij de receptie van mijn hotel, om mijn bagage in bewaring te geven (want pas om drie uur kun je inchecken) en na het scoren van een sandwich, aardbeien en een flesje koude groene thee in een konbini de hort op, de buurt verkennen.



Dat verkennen bestond uit een eerste grote rondgang, wat min of meer toevallig zo kwam, omdat ik ontdekte dat er een Ukiyoe Museum is in Osaka en daar moest ik natuurlijk naartoe. Bleek het vlakbij het hotel te zijn. En ook nog twee steile trappen op (bonuspunten). Maar heel mooi. Niet groot, eigenlijk iets van de helft van mijn woonkamer, maar er hingen wel 54 topstukken. De titel van de expo was ’18 Amazing Ukiyo-e Artists’ en het was heel mooi om ze uitgebreid en nauwgezet te kunnen bestuderen. (Voor wie zicht afvraagt waar ik het over heb: ukiyo-e zijn afdrukken van houtsnedes, in meerdere kleuren, gebaseerd op tekeningen van kunstenaars, die vaak onderwerpen als landschappen, historische gebeurtenissen, theateracteurs, geisha’s, courtisanes, etc. hebben. De bloeitijd van deze kunstvorm ligt in late Edo-periode, dus zo van half achttiende eeuw tot eind negentiende eeuw.). Helaas mocht je er geen foto’s maken. Dus moet de lezer het doen met een saaie foto van de ingang.

Na dit hoogtepunt ben ik weer aan de wandel gegaan. Inmiddels was de buurt, Dotonbori, trouwens een stuk drukker dan eerder de dag. Nog niet op de onderstaande foto…

Om ook het banale van op reis zijn niet te vermijden kan ik vertellen dat ik in een joekel van een drogisterijwinkel een tandenborstel heb gekocht. Nog meer interessants? Nou, in een etalage van een heel groot en luxe warenhuis, Takashimaya, stond dit bronzen beeld, dat in 1980, ter gelegenheid van het 150-jarig bestaan, gemaakt werd. Het stelt de ideale Japanse familie voor, als eerbetoon aan hen, namens de winkel.


Ook een leuke: ik heb nog in een Excelsior Café een café latte gedronken, vergezeld van cheesecake, en een dik half uur later ging me dat heftig opspelen. Misschien ben ik toch lactose-intolerant. Punt is dat ik op het moment dat er rare geluiden uit mijn buik begonnen te komen er in de verste verte geen openbaar toilet was te bekennen (ik heb op Maps gezocht!), waardoor ik snel moest denken en me herinnerde dat ik een paar straten terug een soort Food Court had gezien, waar men ongetwijfeld een toilet had. Daar ben ik dus met samengeknepen billen naartoe gelopen (rennen mag niet in Japan, dat doen alleen kinderen) en ik was ’just in time’ zoals dat zo mooi heet. En wat was nou het typische aan dit voorval? Nou, dat food court was gevestigd in een ouder pand van warenhuis Takashimaya! Toeval, toch?

Het was inmiddels half drie lokale tijd en ik ging weer eens richting hotel. Onderweg heb ik nog gefacetimed met kleinkinderen die net wakker waren; mijn kleindochter had niet veel zin om met opa te praten en mijn kleinzoon kan nog niet praten.
Ik schrijf dit eerste gedeelte van mijn verslag van de dag als ’draft’ terwijl ik rond zes uur op mijn kamer verblijf & tot nu toe heb ik vandaag al 14.554 stappen gedaan, wat een indicatie is van hoeveel ik tot nu toe al verkend heb. Toen ik vlak na binnenkomst mijn schoenen uittrapte, ontdekte ik dat in mijn linkersok de grote teen erdoor gegaan is. Ik bedoel maar…
Het vervolg: de avond. Tijd om het manco van Kobe in te halen. Vlees eten dus. Ik heb eerst even een rondje gemaakt om te zien hoe het kanaal erbij lag. Meer mensen, meer lampjes, meer van alles.

Eerder had ik al gezien dat er nog geen vijftig meter van mijn hotel een restaurant was dat gespecialiseerd is in Kobe vlees:

Dit was dus dé gelegenheid waar ik ingewijd zou worden in de vervoeringen van Kobe-beef. Na enig delibereren en vrij onbegrijpelijk advies van één van de chefs koos ik voor een special van de dag, dat wil zeggen een vrij uniek stukje flink dooraderd vlees waarvan er per koe maar 1 kg is, als ik het goed begrepen heb.
Nu ik toch voor een culinaire ervaring ging, bestelde ik ook een Japanse single malt en ter compensatie een biertje. Nadat ik een borrelglaasje whiskey kreeg voorgezet, werd me vervolgens dit met trots gepresenteerd (let op de trofee die speciaal neergezet werd voor deze bezoeker uit Olanda):

De chef ging hiermee op de teppan aan de slag. Met afgepaste elegante bewegingen werd het vlees eerst aan alle zijden geschroeid. Vervolgens sneed hij het in drie stukken, die even op een rooster te rusten werden gelegd. Ook de vrij minimale garnituur, bestaand uit een stukje ui, een groene chilli, een stukje zoete aardappel en een plakje Japanse bamboe werden met zorg over de toppan gemanipuleerd. Vervolgens werd een van de stukken geretourneerd naar het hete gedeelte van de plaat, gepast in blokjes gesneden, die elk meermaals gekeerd werden, en vervolgens met een spatel op de plak lei die mijn bord vormde gelegd. Dit ritueel herhaalde zich nog twee keer, dat wil zeggen telkens een stuk vlees in delen snijden en grillen en op mijn bord deponeren, met gepaste afstanden in tijd, zodat ik voldoende tijd had om een en ander te savoureren. En dat deed ik dan ook.


Oeps, had ik opeens al drie stukjes op! Nog wat uitleg: op de lei vier condimenten, namelijk zout, miso, wasabi en gebakken knoflook. In het bakje: azijn en sojasaus.
Het vlees was enorm zacht, bijna zoet, smolt in de mond, was perfect medium-rare. Erg smakelijk.
Na dit orgastisch-carnivore gebeuren kreeg ik nog gebakken rijst (interessant om te zien hoe dat bereid werd, veel geleerd voor thuis), soep, en een heel klein toetje met een kommetje groene thee gepresenteerd, wat ik allemaal braaf en ook met genoegen opat en opdronk.

Al met al een mooie ervaring, waarmee ik in elk geval aan één cliché qua Japan-vakantiegangerverplichting voldaan heb. Nu zal de lezer zich afvragen wat dat nou gekost heeft. Dat deed ik ook, to be honest, want de menukaart was daar niet zo duidelijk over. Nou, de creditcard werd niet overbelast, maar het bleek dat die 180 gram vlees toch wel honderd euro kostte. Het glaasje whiskey trouwens maar tien.
Omdat ik het grootste deel van dit verslag al eerder gemaakt heb, kan ik nu, en het is kwart over negen lokale tijd, nog even op mijn hotelkamertje (dat trouwens het spiegelbeeld van de vorige in Kobe is) van een in de Family Mart gekocht biertje te genieten. Het mango-ijsje heb ik al op.