Hiroshima dag 2: Met z’n allen naar Miyajima

Persoonlijk

Eigenlijk was het niet de intentie toen ik vanochtend tram nummer 2 naar Hiroshima Port nam om écht de boot te nemen en dan ook nog naar een van de meest toeristische plekken van Japan — maar het is wel gebeurd.

Hiroshima is trouwens één van de achttien steden in Japan die een tramstelsel heeft. De rijtuigen zijn een mix van behoorlijk ouderwets en juist erg modern. Het belangrijkste verschil is het ontbreken van digitale informatie in de oude. En ook dat de oude erg smalle zittingen heeft.

Als je dus in de ferry terminal van Hiroshima Port aankomt en min of meer de geest hebt gekregen en besloten om naar Miyajima te varen, dan mag je weg zien te worden uit deze chaos aan info op en bij en rond de ticketloketten… Helemaal links moest ik zijn en ik kreeg niet alleen een fraai biljet met aangeniet papiertje met uitleg in het Engels, maar ook een heuse geplastificeerde boarding-kaart.

De boot doet er 28 minuten of zo over om naar Miyajima te varen en stopt onderweg nog even bij een groot hotel vlakbij de haven, het Prince Hotel (originele naam weer).

Je bent dus in een wip op het eiland dat blijkbaar heel hoog staat op de wenslijst of bucketlist van zo’n beetje alle Japanners en heel veel andere wereldburgers. (Nu zal de lezer die mij kent zich afvragen waarom hiernaartoe, wetende dat ik dit soort attracties en ook grote mensenmenigten niet zo eh… waardeer, dus. Maar er komt hierop antwoord.)

Waarom deze plek zo popi is? Het is al eeuwen een geliefde bestemming vanwege de echt mooie tempel (religie! bedevaart! de goden vragen!) en de ervoor in zee staande poort – de Otorii. En eerlijk gezegd is het ook een geweldig mooi ding. Verder is er een prachtig natuurgebied, eigenlijk het hele eiland, want Unesco Erfgoed, met een hoop wandelpaden en oerbos. Maar daar heb ik me niet aan gewaagd.

Dit best grote complex is ooit door een lokale daimyo gebouwd nadat een monnik hem had ingefluisterd dat hij zo’n beetje top of the bill zou worden. Of dat ook gebeurd is weet ik niet, maar zijn bouwkunsten waren voortreffelijk; het complex is boven het water gebouwd en bij vloed gaan de vloeren/decks door een slimme constructie drijven.

Super interessant, maar de rij voor de kassa beviel me niet en ik ben het plaatsje gaan verkennen. En ja hoor, ook hier bloesem!

Inmiddels was het bijna 12 uur. Ik had al wel twee van die in opgeblazen plastic verpakte zachte sandwiches met iets vaags gegeten, maar nog geen koffie gehad. Mooi dat er aan het strand, net voorbij de tempel een leuk café was: ‘café lente’ — ja, zonder hoofdletters — waar ik hele goede opschenkkoffie dronk en een puntje cheesecake erbij at. Dat glas ijswater is vaste prik in alle horecagelegenheden in Japan, net als een doekje om je handen mee op te frissen.

Het café lag aan het strand, op een soort zeewering en bood uitzicht op de Otorii.

Hoewel er duizenden mensen waren, kon je toch dit soort plekken tegenkomen:

Iedere toeristische bestemming hoort een museum en te hebben en zo ook dit eiland: er is een Municipal Museum of History and Folklore of Miyajima. Het is gevestigd in een vroegere woning met werkplaatsen en magazijnen van een rijke soja-handelaar. Als eerste kwam ik een oud vrouwtje achter de kassa tegen, die de hele tijd kakelend lachte. Het geschiedenis en folklore-gedeelte had een prachtig gedateerde inrichting met heel veel zooi. De tuin van de oorspronkelijke woning (schoenen uit!) was echt geweldig.

Al met al heb ik wel drie kwartier in dat museum rondgelopen. En veel geleerd!

Nog even een plaatje ter illustratie van de bezetenheid met bloesem. En voor de goede orde ook eentje van de herten die hier in dorp en omgeving vrij rondlopen (Waarschuwing per omroepsysteem: Deze herten zijn wilde dieren, blabla blabla.)

Het dorp is natuurlijk helemaal gericht op bezoekers en de belangrijkste straten hebben enkel eettentjes, restaurants en souvenirwinkels. Toen ik een zaakje zag waar men de typische rijstsnack onigiri verkocht, kon ik het niet laten en nam er eentje met tonijn. Het idee is dat je het dekseltje van de rijstverpakking haalt, de boel omkiept op het zeewier, daarin wikkelt en uit het handje opeet. Was erg lekker, maar wel weer veel verpakkingsmateriaal.

Ook een leuke is dat het eiland bekend staat om de handgesnitzelde rijst-lepels. Her en der hangen er ook grote uitvoeringen en deze spant de kroon. De mythe eromheen wordt uitgelegd op een plaquette. Ik heb er ook eentje gekocht, maar dan in een handzaam formaat.

Ik heb eens ergens gelezen dat een groot deel van de gigantische opslagcapaciteit van de datacentra op de wereld opgaat aan de miljarden foto’s die er elke dag gemaakt worden. Ik doe daar nu ook aan mee, maar probeer het wel te beperken — voor het milieu. : ) Zouden deze teamgenootjes dat ook doen?

Bij aankomst met de snelle boot moest je reserveren voor een vertrektijd. Ik had vijf uur uitgekozen, wat trouwens de laatste mogelijkheid was. En dus ging ik braaf mee met deze meneer naar de plek waar de boot aanmeerde en snel weer vertrok, met maar heel weinig terugkeerders.

Leuk plaatje, dacht ik. De zon kwam weer door, na een behoorlijk grauwe dag en dat gaf een mooi beeld met de druppels zeewater op de ruit. Het heeft trouwens de hele dag niet geregend!

Met dezelfde tramlijn, maar in plaats van een modern tramstel nu een oudere, ging ik terug naar het begin – Hiroshima Station. Supermodern en nog niet eens afgebouwd, maar natuurlijk wel uitgerust met een complete bazaar van eettentjes. Wat mij de kans gaf om eindelijk ramen te eten. In dit geval eentje met extra groente, want dat leek me nodig.

Op deze tiende dag van mijn reis is dit trouwens de eerste keer dat ik in het donker naar mijn verblijf liep. Morgen vertrek ik voor de volgende etappe: naar Kobe.

O ja, uitleg! Ik heb wel iets met eilanden. Als je naar een eiland gaat word je min of meer gedwongen je over te geven aan de sfeer ervan. Dit eiland is natuurlijk niet te vergelijken met zeg Schiermonnikoog, maar ook daar geldt het principe van Hotel California. Geef je over & ga mee met de flow. Ga vol verwondering mensen en dingen kijken, denk er bij wat je wilt, maar besef dat je ook zelf object van verwondering bent in de ogen van anderen.
Filosofeer over het banale, maak er wat van en het genieten komt vanzelf. Uiteindelijk gebeurt het toch als je dat lekkere softijsje met matchavanille smaak in handen hebt en daar verzaligd aan likkend meegaat in de stroom van bezoekers.