Dag zes, een dag onderweg

Persoonlijk

Woensdag 26 maart werd zo’n dag die je achteraf als een tikje verloren zou kunnen beschouwen. Een dag die in het teken stond van gaan van a naar b, maar ook van teveel gedaan naar niets meer doen.
Het begon wel op tijd, met een voorspoedige eerste etappe van het hotel met de metro naar Tokyo Station. Daar bleek het kopen van een treinkaartje heel anders te gaan dan zeven jaar geleden, toen ik een JR Rail Pass had en je naar een speciaal kantoor moest waar je na wat administratieve handelingen een heus ticket uitgereikt kreeg. Nu probeerde ik het bij een automaat, wat me niet lukte. In de rij dan maar. Ook dat ging nog vlot en ik zocht het perron op van waar de Nozomi (zo heet de Shinkansen die van Tokyo naar Hakata rijdt en onder meer Kyoto, Osaka en Hiroshima aandoet) vertrekt. Ik dacht nog wel even tijd te hebben om een Bento te kopen – een mooi doosje met allerlei om te eten –, maar bleek een heel end te moeten lopen op het perron om bij wagen 1 of 2 te geraken; deze wagens waren bestemd voor reizigers met niet-gereserveerde plaatsen – zoals ik, dus. Ik vergat in de haast om op de trein te stappen, dat ik best eentje later had kunnen nemen en dan wel wat te eten en te drinken had kunnen kopen. Stom.
Maar ik had een mooie zitplek, op een E-stoel.

Een E-stoel, want van daaruit heb je met een beetje geluk zicht op Mount Fuji als de trein daar op heel wat kilometers zuidelijk langskomt. Een beetje veel heiïg was het wel, maar toch:

Ook nog even een selfie in de Nozomi 25. Let niet op de rode waas, dat ligt natuurlijk aan de camera.

Japan zou Japan niet zijn als de Shinkansen na bijna vier uur rijden niet exact op tijd in Hiroshima zou zijn.

Vanaf het station was het een meter of 800 lopen naar het hotel, dat bij nader inzien toch nog te dicht bij het spoor bleek te liggen.

Dit is de ingang van het LiVEMAX Premium Hotel en dat viaduct links is waar de Shinkansen overheen gaat richting Hakata. Mijn kamer kijkt hierop uit. Met het raam dicht hoor je het nog wel, maar gelukkig rijden die treinen tussen 11 en 6 uur niet.
Hieronder nog het uitzicht van kamer 303, waar ik rond vier uur mijn gympen uittrapte en op bed ging liggen om ‘even’ bij te komen…
Dat werd niet even, want alles wat ik de laatste week gedaan en meegemaakt had haalde me nu in. Ik was kapot, gewoon even niet vooruit te branden. En ben dus op mijn kamer gebleven. Lekker gedoucht, wat dingen uitgezocht die in Hiroshima te doen zijn, in bed nog wat tv gekeken en heel erg op tijd gaan slapen. Zonder de hele dag iets gegeten te hebben, dat wel, maar daar heb ik geen moeite mee. Alles onder het motto ‘morgen is er weer een dag’.