Toen ik deze maandag al heel vroeg op pad was leek het erop dat het een stuk rustiger zou zijn qua drukte dan in het weekend – in de metro was het treinstel nagenoeg leeg voor Japanse begrippen. Het plan was om als eerste de Tsukiji Fish Market te bezoeken – dat was vanuit mijn hotel makkelijk te doen, want een metrostation op de lijn ernaartoe, de Oedo, ligt op nog geen honderd meter lopen.
Iedereen weet wel dat in Japan de openbare ruimte er heel netjes bijligt, zwerfafval zie je er bijna niet en als dat er ligt hebben buitenlandse toeristen dat gedaan. Maar wat de laatste jaren blijkbaar een ding is geworden is roken op straat. Dat is op heel veel plekken uitdrukkelijk verboden. Om de verslaafden toch hun hijs te gunnen zijn er her en der speciale plekken.

Er vindt al jaren geen echte groothandel in vis plaats op Tsukiji, maar de markt is nog steeds een grote toeristische trekpleister, bleek. Er waren al massa’s mensen op de been, die zo vroeg in de ochtend blijkbaar al wel zin hadden in gegrild vlees, gefrituurde spullen, sashimi, zoetigheid, souvenirs, zeewier, oesters, en heel veel andere dingen.

Het terrein van de markt is niet erg groot, waardoor het snel vol is. Wie mij kent weet dat ik moeite heb met mensenmenigten. Ik heb dus na een en ander goed bekeken te hebben al snel een tentje op een verdieping opgezocht (Mt. Fuji heette het), waar ik een heel erg goede matcha latte gedronken heb. Het kleine glaasje ernaast bevat siroop, iets caramelachtigs.

Min of meer de meute ontvluchtend toog ik richting Ginza, het superdeluxe winkelgebied, dat niet van de markt ligt. Onderweg kwam ik langs het fameuze Kabukiza theater, waar blijkbaar de hele dag door voorstellingen gegeven worden, want het was er (weer!) druk.

De Ginza staat bekend om de buitenissige architectuur, waarvan het eerste voorbeeld dat ik tegenkwam dit gebouw van Sony is.

De Ginza staat vol met winkels van de meest luxe merken, maar heeft ook een paar warenhuizen waarbij de Bijenkorf maar bleekjes afsteekt, zoals Matsuya, dat ik van boven naar beneden bekeken heb. Er was een dakterras met een eigen tempeltje en een compleet restaurant, allerlei shop-in-the-shops, twee kelderverdiepingen met eten – allemaal heel mooi verpakt en uitgestald.

Al dit lekkers liet ik vooralsnog aan mij voorbijgaan, want ik wou absoluut nog een van de flagshipstores van een van mijn favoriete merken bezoeken: Muji. Dat lag vlakbij en had zelfs een eigen hotel, gekoppeld aan de winkel. Op de bovenste verdieping at ik een absoluut heerlijke prosciutto sandwich, vergezeld door een flat white die men speciaal voor mij maakte (want niet op de kaart). Er liep trouwens een meisje in bedrijfskleding (met schort/overgooier!) rond die niets anders deed dan schoonwissen, opruimen en meubels exact haaks en recht terugzetten, met de belijning van de houten vloer als hulpmiddel. De meubels waren stuk voor stuk design-klassiekers. Heel gaaf.

Muji is vooral een waanzinnige winkel omdat ze op alle gebieden mooi vormgegeven, doch neutrale producten aanbieden, die heel betaalbaar zijn. Dat, gegeven het feit dat er een speciale hoek met Tax Free kassa’s is, zal bijgedragen hebben aan de drukte op de winkelvloeren. Ik heb desalniettemin bijna alles bekeken & vind het nu nog erger dat in Europa zoveel niet beschikbaar is.
Tijd om Ginza te verlaten. Na even zoeken vond ik een metrostation van waaruit ik met de Asakusa-lijn rechtstreeks kon naar… Asakusa! Beroemd vanwege de Senso-Ji tempel, die noordwestelijk van het Asakusa-station ligt.
Hier kwam ik een vreemde handel tegen, namelijk kimono-verhuur. Blijkbaar voegt het iets toe als je als toerist, ook al ben je geen Japanner, in traditionele kleding rondloopt. Heet dat niet cultural appropriation?

Er bleken genoeg mensen te zijn die dat leuk vonden. En nog meer mensen die geen kimono aanhadden, want het was er (alweer!) beredruk. Op de aanlooproute naar de tempel, met legio stalletjes eten, souvenirs, etc., bij de poort naar het tempelterrein, en bij de tempel(s) zelf. Dit is de poort, Kaminarimon Gate.

De Senso-ji tempel is een van de oudste van Japan, en je kunt er bidden voor allerlei zaken. Dat wil zeggen dat je een soort aflaat kunt kopen bij een van de automatieken, bijvoorbeeld de wens om een lang leven te mogen leiden, of dat je maar gelukkig wordt, een dikke auto wil, of weet ik veel, in de vorm van een doosje. Die je vervolgens, al biddend, in een groot rooster dropt. Daar kan trouwens ook gewoon contant geld in.
Het hart van de tempel is niet toegankelijk voor jan en alleman, want alleen bestemd voor de gewijde priesters. Die daar volgens mij 24 uur per dag, alle dagen van het jaar, continu aan het worshippen zijn. Ieder zijn ding, maar de tempels zijn wel erg fraaie gebouwen.

Als je de moeite genomen hebt om je in kimono te kleden, moet dat natuurlijk wel gedocumenteerd worden voor het thuisfront en de socials…

Gebouwen op een tempelterrein hoeven trouwens niet oud te zijn. De pagode is dacht ik uit de jaren 70, gebouwd naar voorbeeld van eentje die in de oorlog verwoest is. Het hele gebied van Asakusa is trouwens in 1945 verwoest door bombardementen en vuur, waarbij vele duizenden slachtoffers zijn gevallen.

Op de foto’s zie je het niet echt, maar er waren duizenden mensen, wat ik op een gegeven moment niet meer trok. (Waarom dan naar Japan, Bert? Daar wonen er tientallen miljoenen!) Met de Ginza-lijn ging ik terug naar mijn thuisbasis. Voor ik vanochtend vertrok heb ik nog een nacht bijgeboekt. Dat komt wat handiger uit voor het vervolg.
De dag heb ik voorlopig afgesloten met twee blikjes bier, waarna ik behoorlijk uitgeteld op bed in slaap viel, voor wat bedoeld was als een kort dutje, maar natuurlijk uitliep. Ik kan me niet herinneren of ik over meutes mensen gedroomd heb, maar het is niet onwaarschijnlijk.